Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5996

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-06-2008
Datum publicatie
02-07-2008
Zaaknummer
09/750006-06 kenmerk RK 07/2094 en 07/2095
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beschikking op klaagschrift (ex artikel 552a Sv) dat strekt tot teruggave van voorwerpen (waaronder computers, computerbestanden en documenten) die onder klagers in beslag zijn genomen in verband met het onderzoek in de strafzaak tegen S. die wordt verdacht van betrokkenheid bij, onder meer, een aantal moorden die in 2003 en 2004 op de Filippijnen zijn gepleegd. Een aantal voorwerpen is reeds teruggegeven. Voor het overige verzet het belang van de strafvordering zich tegen opheffing van het beslag. Klagers niet-ontvankelijk in het beklag voor zover het ziet op de goederen die reeds aan hen zijn teruggegeven, het beklag voor het overige ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

parketnummer: 09/750006-06

kenmerk RK: 07/2094 en 07/2095

Beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager A],

wonende te [adres],

te dezer zake domicilie kiezende te 3581 PX Utrecht,

Schoolplein 5a, ten kantore van mr. Gürses,

en

[klager B],

wonende te [adres],

te dezer zake domicilie kiezende te 3581 PX Utrecht,

Schoolplein 5a, ten kantore van mr. Gürses,

blijkens een daarvan opgemaakte akte op 9 oktober 2007 ter griffie van deze rechtbank ingediend, strekkende tot teruggave van onder klagers in beslag genomen voorwerpen genoemd op de aan deze beschikking gehechte beslaglijst d.d. 28 augustus 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer.

De rechtbank heeft op 5 juni 2008 dit klaagschrift in raadkamer behandeld, nadat de behandeling op 8 januari 2008 in raadkamer werd aangehouden.

Klagers zijn -hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen- niet in raadkamer verschenen; namens klagers waren daar aanwezig mr. J.E. Jalandoni en mr. D. Gürses, beiden advocaat te Utrecht.

De officier van justitie heeft in raadkamer geconcludeerd tot deels ongegrondverklaring en deels niet-ontvankelijkheid van klagers in het beklag.

Beoordeling van het klaagschrift

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

De rechtbank houdt het ervoor dat de voorwerpen onder klagers - in wier woning de inbeslagneming plaatsvond - in beslag zijn genomen. Voorts gaat de rechtbank bij de beoordeling van het beklag uit van de juistheid en volledigheid van de aan deze beschikking gehechte beslaglijst, nu niet aannemelijk is geworden dat ook andere voorwerpen dan op deze lijst vermeld in beslag zijn genomen.

Gebleken is dat een aantal voorwerpen reeds is teruggegeven. Voor zover het beklag nog op deze voorwerpen betrekking heeft zijn klagers daarin bij gebrek aan belang niet-ontvankelijk.

Klagers hebben aangevoerd dat de inbeslagneming onrechtmatig is geweest, omdat er geen machtiging tot binnentreden van de woning aanwezig was. De rechtbank merkt allereerst op dat voor de doorzoeking onder leiding van de rechter-commissaris geen machtiging tot binnentreden was vereist (artikel 110 Sv in combinatie met artikel 2, eerste lid, van de Algemene wet op het binnentreden). De rechtbank heeft verder vastgesteld dat er wel een machtiging tot binnentreden voor het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 96, tweede lid, Sv aanwezig was. Van een onrechtmatig binnentreden of doorzoeken is ook anderszins niet gebleken.

[S.] wordt verdacht van betrokkenheid bij, onder meer, een aantal moorden, die zijn gepleegd in 2003 en 2004 op de Filippijnen. Uit het verhandelde in raadkamer is gebleken dat het openbaar ministerie het voor het onderzoek naar de moorden van belang acht dat de structuur van de communistische partij van de Filippijnen (CCP) in kaart wordt gebracht. Daarnaast heeft het openbaar ministerie naar voren gebracht dat nadat de moorden zijn gepleegd nog uitgebreid daarover is gepubliceerd in onder meer de Ang Bayang; volgens het openbaar ministerie is onder andere relevant dat wordt vastgesteld wie deze stukken heeft opgesteld dan wel geredigeerd.

Ingevolge artikel 94 Sv zijn vatbaar voor inbeslagneming alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen.

Uit het dossier komen aanwijzingen naar voren dat het adres waar de inbeslaggenomen voorwerpen zijn aangetroffen wordt gebruikt door een aan de CCP geliëerde organisatie. De daar inbeslaggenomen voorwerpen (waaronder computers, computerbestanden en documenten) kunnen naar het oordeel van de rechtbank dienen om de waarheid aan de dag te brengen, als bedoeld in artikel 94 Sv.

Gelet op het vorenstaande verzet het belang van de strafvordering zich tegen opheffing van het beslag (inclusief de images, de kopieën van de harde schijven van de computers), nu voortduring van het beslag redelijkerwijze nodig is voor het aan de dag brengen van de waarheid.

Klagers hebben naar voren gebracht dat bepaalde in beslag genomen dossiers en bestanden verband houden met vredesbesprekingen tussen het National Democratic Front of the Philippines en de Filippijnse overheid, dan wel met het tribunaal waarbij het mensenrechtenbeleid van de Filippijnse overheid aan de kaak is gesteld. Zij hebben nog in het bijzonder om teruggave van deze voorwerpen verzocht.

Niet vastgesteld is kunnen worden op welke dossiers en bestanden klagers precies het oog hebben. Het openbaar ministerie dient de gelegenheid te hebben de inbeslaggenomen voorwerpen te onderzoeken, de door klagers bedoelde documenten en bestanden te traceren en te bepalen ten aanzien van welke voorwerpen het strafvorderlijk belang zich niet langer tegen teruggave verzet. Het staat klagers overigens vrij daarover nader met het openbaar ministerie in overleg te treden. Bij de huidige stand van zaken kan echter niet van een concreet inbeslaggenomen voorwerp worden gezegd dat het strafvorderlijk belang zich niet tegen teruggave verzet.

In raadkamer hebben klagers hun beklag aangevuld en verzocht de afgifte van de inbeslaggenomen goederen en informatie aan derden, in het bijzonder de AIVD, de Filippijnse inlichtingendienst en de Filippijnse autoriteiten, te verbieden, alsmede het gebruik van de voorwerpen en informatie te verbieden. Zij hebben verzocht te beslissen dat alle informatie die is vastgelegd dan wel is verstrekt of inbeslaggenomen wordt vernietigd.

De rechtbank overweegt allereerst dat het een klager beginsel vrij staat een klacht in raadkamer aan te vullen. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding anders te oordelen. Anders dan het openbaar ministerie ziet de rechtbank dan ook geen grond voor het oordeel dat klagers in zoverre niet-ontvankelijk zijn in hun beklag.

Het openbaar ministerie heeft inhoudelijk naar voren gebracht dat het geen informatie aan de Filippijnse regering heeft verstrekt. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het openbaar ministerie desalniettemin inbeslaggenomen informatie aan Filippijnse autoriteiten heeft verstrekt.

Voor het overige gaat het gevraagde algemene verbod voor het OM om informatie aan derden te verstrekken te ver. Er kunnen zich situaties voordoen waarin het openbaar ministerie – in beginsel - wettelijk gehouden is informatie aan derden te verstrekken. Eerst op het moment waarop zich deze situatie concreet voordoet en duidelijk is om welke informatie het gaat kan de vraag adequaat worden beantwoord of er al dan niet (wettelijke) gronden zijn die aan de verstrekking van informatie in de weg staan. Voorts ziet de rechtbank geen aanleiding om te veronderstellen dat het openbaar ministerie buiten de daarvoor geldende wettelijke kaders om derden onrechtmatig van inbeslaggenomen informatie zal voorzien.

In al hetgeen hiervoor is overwogen ligt besloten dat het resterende verzoek evenmin voor inwilliging in aanmerking komt.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart klagers in het beklag niet-ontvankelijk voor zover het ziet op de goederen die reeds aan hen zijn teruggegeven, zoals vermeld op de aan deze beschikking gehechte lijst;

- verklaart het beklag voor het overige ongegrond.

Aldus gedaan te 's-Gravenhage door mr. H.P.M. Meskers, vice-president, in tegenwoordigheid van mr. B. Visser, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 juni 2008.