Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5943

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-05-2008
Datum publicatie
01-07-2008
Zaaknummer
FA RK 08-2399 307805
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering. Verzoek om teruggeleiding; omgang; mediation.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige Kamer

Internationale kinderontvoering

rekestnummer: FA RK 08-2399

zaaknummer: 307805

datum beschikking: 6 mei 2008

BESCHIKKING op het op 28 maart 2008 ingekomen verzoek van:

de Directie Justitieel Jeugdbeleid, Afdeling Juridische en Internationale Zaken, van het Ministerie van Justitie, belast met de taak van Centrale Autoriteit als bedoeld in artikel 4 van de Wet van 2 mei 1990 (Stb. 202) tot uitvoering van het Haagse Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (Trb. 1987, 139), gevestigd te 's-Gravenhage, verder te noemen de Centrale Autoriteit, optredend voor zichzelf en namens:

[vader],

hierna: de vader,

wonende te [plaats] in de Verenigde Staten,

advocaat: mr. W.A. van der Stroom-Willemsen te Rotterdam,

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[moeder],

de moeder,

wonende te [plaats],

procureur: mr. M.C. Reichmann.

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de faxberichten d.d. 22 april 2008 met bijlagen van de zijde van de Centrale Autoriteit.

De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op [datum] 2008 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de Centrale Autoriteit in de persoon van mr. A.M.E. Giuliano, de vader met zijn advocaat en mevrouw [...] als tolk, alsmede de moeder met haar procureur.

FEITEN

De vader en de moeder zijn op [datum] 1992 te [plaats] in de Verenigde Staten gehuwd. Op [datum] 2005 heeft de rechtbank te [plaats] de echtscheiding tussen de vader en de moeder uitgesproken.

De vader en de moeder zijn de ouders van de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren op [datum] 1998 te [plaats] in de Verenigde Staten, en

- [minderjarige 2], geboren op [datum] 2000 te [plaats] in de Verenigde Staten.

De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag over de minderjarigen uit (parental responsibility).

Genoemde minderjarigen verblijven thans bij de moeder te [plaats].

De vader en de moeder zijn voorts de ouders van de minderjarige [minderjarige 3], geboren op [datum] 1994 te [plaats] in de Verenigde Staten, doch deze minderjarige is niet in de procedure betrokken.

VERZOEK EN VERWEER

Van de zijde van de vader is op 22 oktober 2007 bij de Nederlandse Centrale Autoriteit een verzoek ingediend tot teruggeleiding van de minderjarigen naar [plaats] in de Verenigde Staten. De Centrale Autoriteit heeft op 28 maart 2008 het verzoekschrift ingediend. Zij heeft verzocht, met toepassing van artikel 13 van de Uitvoeringswet, de onmiddellijke terugkeer van de minderjarigen te bevelen, althans de terugkeer van de minderjarigen vóór een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum, dan wel te bevelen - indien de moeder weigert hen binnen de bepaalde termijn terug te brengen naar [plaats] in de Verenigde Staten - dat de moeder de minderjarigen aan de vader dient af te geven, zodat hij hen mee terug kan brengen naar hun gewone verblijfplaats.

In het verweerschrift verzoekt de moeder primair:

1. het verzoek van de Centrale Autoriteit tot onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarigen af te wijzen, zo nodig met gelasting dat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek zal verrichten naar de mogelijkheid van het ontstaan van een ondraaglijke toestand in het geval de minderjarigen worden teruggeleid naar de Verenigde Staten;

2. een omgangsregeling te bepalen tussen de vader en de minderjarigen.

Subsidiair verzoekt de moeder een nader vast te stellen omgangsregeling te bepalen tussen haar en de minderjarigen voor het geval de minderjarigen zouden moeten terugkeren naar de Verenigde Staten.

BEOORDELING

Ter terechtzitting hebben partijen besloten te trachten het geschil omtrent de verblijfplaats van de minderjarigen, de omgang met de andere ouder en de afgiften van de paspoorten, door middel van mediation tot een oplossing te brengen. Ter terechtzitting hebben partijen daaromtrent afspraken gemaakt, welke zijn neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte overeenkomst. De inhoud van deze overeenkomst wordt als hier ingelast beschouwd.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de zaak als na te melden aanhouden.

BESLISSING

De rechtbank:

verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om te trachten hun geschil omtrent de verblijfplaats van de minderjarigen, de omgang met de andere ouder en de afgiften van de paspoorten door middel van mediation tot een oplossing te brengen;

houdt de behandeling ten aanzien van het verzoek tot teruggeleiding en het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling aan tot uiterlijk 1 september 2008 pro forma, in afwachting van de resultaten van de mediation;

uiterlijk op 8 augustus 2008 dienen partijen zich schriftelijk uit te laten over het resultaat van de mediation en de voortgang van deze procedure;

beveelt de griffier, indien een nadere behandeling ter terechtzitting gewenst is, partijen tegen het

tijdstip van de alsdan nog nader te bepalen terechtzitting op te roepen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs R.G. de Lange-Tegelaar, M. Kramer en C.F. Mewe, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. L.F.A. Bos als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2008.