Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5904

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-04-2008
Datum publicatie
01-07-2008
Zaaknummer
307354 / JE RK 08-699
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaar tegen indicatiebesluit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Familie- en Jeugdrecht

Kinderrechter

zaak/rekestnummer: 307354 / JE RK 08-699

datum uitspraak: 1 april 2008

Uitspraak op het verzoek om een VOORLOPIGE VOORZIENING VAN

[verzoekster], wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: verzoekster,

tegen

BUREAU JEUGDZORG HAAGLANDEN, [...],

hierna te noemen: verweerster.

PROCESGANG

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 17 april 2007 de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd van 19 april 2007 tot 19 april 2008.

Voorts heeft de kinderrechter bij beschikking d.d. 16 oktober 2007 de aan Bureau Jeugdzorg gegeven machtiging om voornoemde minderjarige dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd van 19 oktober 2007 tot 17 april 2008 (waarvoor de kinderrechter leest: 19 april 2008).

Op 4 februari 2008 heeft Bureau Jeugdzorg een verzoekschrift met bijlagen ingediend bij voornoemde rechtbank, tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar, alsmede tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling, zulks ter effectuering van het indicatiebesluit d.d. 22 januari 2008.

Op 27 februari 2008 is namens verzoekster een bezwaarschrift ingediend bij verweerster tegen voornoemd indicatiebesluit.

Verzoekster heeft op 28 februari 2008 bij deze rechtbank een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.

Het verzoekschrift is op 1 april 2008 ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- mevrouw mr. [A] en mevrouw [B], namens verweerster,

- verzoekster, bijgestaan door haar gemachtigde, de heer [C].

BEOORDELING

Verzoekster heeft op 27 februari 2008 een bezwaar tegen voornoemd indicatiebesluit ingediend. De wettelijke termijn van zes weken voor het beslissen op bezwaar zoals neergelegd in de eerste 2 leden van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is dan ook nog niet verstreken. Thans zal daarom moeten worden beoordeeld of het door verzoekster ingediende bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Indien dit het geval zou zijn, zou er aanleiding bestaan een voorlopige voorziening te treffen.

Verzoekster stelt zich -kort gezegd- op het standpunt dat het indicatiebesluit op ondeugdelijke wijze tot stand is gekomen en onjuistheden bevat. Gelet hierop zou het indicatiebesluit volgens haar moeten worden vernietigd.

Verweerster heeft -samengevat- aangevoerd dat indicatiebesluiten die in samenhang met een ondertoezichtstelling zijn genomen door de wetgever zijn uitgezonderd van een afzonderlijke (rechterlijke) toetsing, waaruit volgt dat het door verzoekster ingediende bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.

De kinderrechter overweegt als volgt.

De hoofdregel is dat tegen besluiten van Bureau Jeugdzorg ingevolge artikel 5 lid 2 en artikel 6 lid 4 Wet op de Jeugdzorg, beroep openstaat bij de kinderrechter, (artikel 5 lid 5 Wet op de Jeugdzorg) en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Het voorgaande geldt ingevolge onderdeel H3 van de negatieve lijst bij de Awb niet voor besluiten van Bureau Jeugdzorg als bedoeld in artikel 3 lid 4 Wet op de Jeugdzorg, de zogenaamde indicatiebesluiten. Dergelijke besluiten worden door de kinderrechter getoetst in het kader van de machtigingsprocedure van artikel 1:261 van het Burgerlijk Wetboek.

Dit leidt ertoe dat het door verzoekster ingediende bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft , zodat het verzoek om een voorlopige voorziening zal worden afgewezen.

BESLISSING

De kinderrechter:

wijst af het verzoek om een voorlopige voorziening.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2008, in tegenwoordigheid van J.A. van Soest als griffier.