Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5333

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-06-2008
Datum publicatie
25-06-2008
Zaaknummer
309728 / KG ZA 08/510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onderhandse aanbesteding van het project Beveiliging Rijksmuseum Twente. De veronderstelling van eiseres dat de winnende inschrijver voor een abnormaal lage inschrijfsom zou hebben ingeschreven, is in het licht van de nadere toelichting door de Staat niet aannemelijk geworden. Hetgeen eiseres voor het overige heeft aangevoerd, is onvoldoende onderbouwd en leidt daarom niet tot een ander oordeel. Terzijde merkt de voorzieningenrechter op dat een abnormaal lage inschrijfsom niet zonder meer de ongeldigheid van de betreffende inschrijving meebrengt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2008/72
JAAN 2008/61
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

Vonnis in kort geding van 20 juni 2008,

gewezen in de zaak met zaak- en rolnummer 309728 / KG ZA 08/510 van:

de besloten vennootschap Automatiseringstechniek Winkels B.V.,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

procureur mr. E. Grabandt,

advocaat mr. J. Schutrups te Enschede,

tegen:

de Staat der Nederlanden (de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie),

zetelende te ’s-Gravenhage,

gedaagde,

procureur mr. J.E. Palm.

Partijen zullen worden aangeduid als ‘Winkels’ en ‘de Staat’.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 11 juni 2008 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Bij brief van 25 januari 2008 heeft de Rijksgebouwendienst (RGD) Winkels uitgenodigd om in te schrijven op de onderhandse aanbesteding van het project Beveiliging Rijksmuseum Twente (projectnummer 30.05174). Ook Koldijk Zwolle B.V. (hierna: Koldijk) en Croon Elektrotechniek B.V. (hierna: Croon) behoren tot de aangeschreven partijen.

1.2. Op de aanbesteding is het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005) van toepassing. Het gunningcriterium is dat van de laagste prijs. Het werk betreft onder meer de aanleg van een brandmeldinstallatie en een zogeheten W-installatie.

1.3. De aanbesteding heeft op 11 maart 2008 plaatsgevonden. Uit het proces-verbaal van aanbesteding van deze datum blijkt dat Winkels heeft ingeschreven voor een inschrijfsom van € 1.279.434,--, Koldijk voor € 696.000,-- en Croon voor 1.568.000,--.

1.4. Bij brief van 1 april 2008 heeft de RGD Winkels bericht dat hij voornemens is de opdracht te gunnen aan Koldijk.

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

Winkels vordert, zakelijk weergegeven, de Staat op straffe van een dwangsom:

1. primair te gebieden om binnen twee weken na betekening van dit vonnis over te gaan tot gunning van het werk aan Winkels op basis van de inschrijving zoals Winkels die in het kader van de aanbesteding van dit werk heeft gedaan;

2. subsidiair te verbieden over te gaan tot gunning van het werk aan Koldijk dan wel enige andere marktpartij dan Winkels en, voor zover hij reeds is overgegaan tot gunning, de Staat te gebieden binnen twee weken na betekening van dit vonnis de opdracht of overeenkomst van het werk met Koldijk op te zeggen of te ontbinden;

3. meer subsidiair te gebieden over te gaan tot heraanbesteding van het werk of van een opdracht in hoofdlijnen zoals de aanbesteding van het onderhavige werk, met de bepaling dat de Staat wordt geboden bij die aanbesteding of opdracht Winkels op deugdelijke wijze in aanmerking te laten komen/mee te laten dingen als inschrijver bij die aanbesteding/verlening van die opdracht.

Daartoe voert Winkels het volgende aan.

Koldijk heeft voor een abnormaal laag bedrag ingeschreven op de aanbesteding. Winkels heeft na de inschrijving zelf van de directeur van Koldijk vernomen dat Koldijk niet een volledige inschrijving heeft gedaan. Daarbij gaat het om de brandmeldinstallatie en de W-installatie. Aan de hand van het bestek kan worden vastgesteld dat alleen al de aanschaf van het benodigde materiaal een kostprijs oplevert van ongeveer € 700.000,--. Het is dus onmogelijk dat Koldijk een geldige inschrijving heeft gedaan. De voorgenomen gunning aan Koldijk is in strijd met het ARW 2005, de algemene regels van transparantie, non-discriminatie en objectiviteit, en dus onrechtmatig.

De Staat voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken .

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Winkels grondt haar betoog op de veronderstelling dat Koldijk voor een abnormaal laag bedrag heeft ingeschreven. Winkels beschikt hiervoor niet over harde bewijzen, maar baseert zich op informatie die zij van Koldijk zelf zegt te hebben ontvangen. Volgens Winkels zou Koldijk haar hebben meegedeeld dat zij, Koldijk, geen kostenspecificatie voor de brandmeldinstallatie had ingediend. Gelet op de aanschafkosten voor het benodigde materiaal is het dus onmogelijk dat Koldijk een geldige inschrijving heeft gedaan, aldus Winkels.

3.2. De Staat heeft de stellingen van Winkels weersproken en een nadere toelichting op het resultaat van de aanbestedingsprocedure gegeven. Daarbij heeft de Staat ter zitting, zonder daarbij bedrijfsvertrouwelijke gegevens prijs te geven, inzage verschaft in de inschrijving van Koldijk op het onderdeel van de brandmeldinstallatie. Anders dan Winkels tot dat moment veronderstelde, bleek daaruit dat Koldijk voor het betreffende onderdeel wel degelijk een kostenspecificatie heeft ingediend. Dat zij voor een abnormaal lage inschrijfsom zou hebben ingeschreven, is in het licht hiervan niet aannemelijk geworden. Hetgeen Winkels voor het overige heeft aangevoerd, is onvoldoende onderbouwd en leidt daarom niet tot een ander oordeel. Terzijde merkt de voorzieningenrechter op dat een abnormaal lage inschrijfsom niet zonder meer de ongeldigheid van de betreffende inschrijving meebrengt.

3.3. Deze uitkomst moet leiden tot afwijzing van de vorderingen. Wel wordt in de omstandigheid dat deze procedure nodig is geweest om te bewerkstelligen dat de Staat de door Winkels verlangde nadere toelichting heeft verschaft, voldoende aanleiding gevonden om de proceskosten aldus te compenseren, dat (ook) de Staat zijn eigen proceskosten draagt.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst af het gevorderde;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en uitgesproken ter openbare zitting van 20 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.

mlh