Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5293

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-06-2008
Datum publicatie
24-06-2008
Zaaknummer
311920- FA RK 08-4058
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis. Wet BOPZ.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

Sector Familie- en Jeugdrecht

Meervoudige Kamer

Machtiging tot voortgezet verblijf

kenmerk: P 93299

zaaknummer: 311920/FA RK 08-4058

De rechtbank ’s-Gravenhage,

gelet op de verwijzing naar deze Kamer;

gezien het op 27 mei 2008 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement ’s Gravenhage d.d. 27 mei 2008, tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis, van:

[X],

geboren op [geboortedatum] 1943,

verblijvende in het [psychiatrisch ziekenhuis] te [P]

krachtens een voorlopige machtiging d.d. 14 december 2007 uiterlijk tot en met 14 juni 2008;

gezien de bij het verzoek overgelegde stukken, waaronder de op 23 mei 2008 ondertekende en met redenen omklede verklaring van [A], als waarnemend geneesheer-directeur van het genoemde ziekenhuis geneesheer-directeur in de zin van de Wet, alsmede een afschrift van het behandelingsplan en een afschrift van de aantekeningen omtrent de geestelijke en lichamelijke toestand van de betrokkene en de op hem toegepaste behandeling en de effecten ervan;

gelet op het proces-verbaal van het horen van de betrokkene door de rechter commissaris op 5 juni 2008, in aanwezigheid van zijn advocaat, mr. E. Huineman-Lindt, alsmede van de arts [B] en verpleegkundige [C];

overwegende dat de verzochte machtiging slechts mag worden verleend wanneer de stoornis van de geestvermogens van de betrokkene ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn en deze stoornis betrokkene ook dan gevaar zal doen veroorzaken, en het gevaar niet door tussenkomst van personen en instellingen buiten het ziekenhuis kan worden afgewend;

overwegende dat uit de inhoud van overgelegde stukken en verklaringen van de gehoorde personen is gebleken dat het hiervoren bedoelde gevaar zich blijft voordoen;

overwegende dat de betrokkene door zijn ziekte een gevaar blijft opleveren voor zichzelf;

overwegende voorts dat onvoldoende is gebleken dat het gevaar door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend;

overwegende dat de advocaat van betrokkene heeft betoogd dat een rechterlijke machtiging niet nodig is nu niet kan worden vastgesteld dat betrokkene daadwerkelijk weg zal gaan uit het ziekenhuis, omdat betrokkene immers nergens anders kan verblijven;

overwegende echter dat – hoewel betrokkene kennelijk geen andere verblijfplaats heeft buiten het ziekenhuis – dit naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie leidt dat bij betrokkene de nodige bereidheid bestaat in het ziekenhuis te verblijven, nu hij afwerend is in het contact en in het aanvaarden van zorg en hij bovendien met enige regelmaat bij het vertonen van fysieke agressie naar anderen moet worden afgezonderd in de afzonderingsruimte waarbij de deur wordt afgesloten, hetgeen als onderdeel van de behandeling in het behandelplan is opgenomen. Ook is betrokkene niet of beperkt bereid medicatie te aanvaarden;

overwegende voorts dat de WGBO niet de mogelijkheden biedt om de benodigde maatregelen te treffen nu de afzondering van betrokkene nodig is om agressie jegens anderen te voorkomen, hetgeen een situatie is die niet in de WGBO is voorzien. De rechtbank verwijst voor een soortgelijke zaak naar het arrest van de Hoge Raad van 8 februari 2008 (LJN BB 5549);

gelet op de artikelen 15, 16, en 17 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;

VERLEENT machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis, van:

[X],

geboren op [geboortedatum] 1943,

uiterlijk tot en met 14 juni 2009.

Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J. Don, F.J. Verbeek en E.J. van As, in het bijzijn van

M.V. Scheffer als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2008.