Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5012

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-06-2008
Datum publicatie
23-06-2008
Zaaknummer
0311979 / KG ZA 08-659
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter in een interview in het televisieprogramma Het Buitenhof op 6 april 2008 ten onrechte de suggestie bij het grote publiek gewekt dat zich in de slachterij van Friesland Vlees B.V. te Leeuwarden wantoestanden afspelen en zich dan ook onzorgvuldig uitgedrukt. De minister heeft zich in daarop volgende interviews uitdrukkelijk anders uitgelaten en daarin benadrukt dat poortcontroles betrekking hebben op het transport van het vee en niet op de gang van zaken in de slachterij van bijvoorbeeld eiseres. Ook tijdens de beantwoording van kamervragen heeft de minister zulks op 13 mei 2008 -nogmaals- benadrukt. Het had in de rede gelegen indien de minister daags na het gewraakte interview in Buitenhof door middel van -bijvoorbeeld- een persbericht had medegedeeld dat zij zich door haar -door de interviewster ontlokte- uitspraak betreffende de poortcontroles bij de slachterij te Leeuwarden onzorgvuldig heeft uitgedrukt en daarmee ten onrechte de onjuiste indruk heeft gewekt dat er zich misstanden zouden voordoen in die slachterij. Hoewel de minister zulks heeft nagelaten, heeft zij wel haar uitspraak dienaangaande in diverse interviews alsmede op een kamervraag uitdrukkelijk hersteld en nader toegelicht. De voorzieningenrechter ziet dan ook met het oog daarop thans geen aanleiding -meer- om de minister te bevelen tot enige rectificatie over te gaan. Daarbij wordt tevens in aanmerking genomen dat vooralsnog niet voldoende aannemelijk is geworden dat de door eiseres gestelde schade uitsluitend het gevolg is van de gewraakte uitlating van de minister.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

Vonnis in kort geding van 23 juni 2008,

gewezen in de zaak met zaak- en rolnummer 0311979 / KG ZA 08-659 van:

de besloten vennootschap Friesland Vlees B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

procureur mr. P.A. ten Hoopen,

advocaat mr. N.H.M. Poort te Heerenveen,

tegen:

de Staat der Nederlanden (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit),

gevestigd te ’s-Gravenhage,

gedaagde,

procureur mr. A.J.J.G. Schijns.

1 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 13 juni 2008 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Eiseres exploiteert een slachthuis te Leeuwarden, dat in opdracht van derden de door of namens deze derden aangevoerde rosékalveren en runderen slacht.

1.2. Eiseres en de besloten vennootschap Friesland Beef B.V. (hierna: Friesland Beef) hebben en contractuele relatie met elkaar op grond waarvan eiseres de door Friesland Beef aangeboden runderen (ongeveer 40.000 per jaar) op basis van exclusiviteit slacht.

1.3. Eiseres en Friesland Beef zijn verschillende vennootschappen die vennootschapsrechtelijk geen binding met elkaar hebben.

1.4. Friesland Beef is verantwoordelijk voor de aankoop van het voor de slacht bestemde rundvee, evenals voor het transport en de aanvoer van het vee.

1.5. Het transport van vee is op Europees niveau geregeld in de zogenoemde Transportverordening. (Verordening 1/2005/EG), waarin eisen worden gesteld aan het welzijn van dieren gedurende het transport. Zo mogen ingevolge de Transportverordening alleen -gezonde- dieren die geschikt zijn voor het voorgenomen transport worden vervoerd en dienen de vervoersomstandigheden van dien aard te zijn dat de dieren geen letsel oplopen dan wel onnodig lijden. Licht gewonde of licht zieke dieren mogen uitsluitend vervoerd worden indien het vervoer geen extra lijden veroorzaakt. Verantwoordelijk voor de naleving van de regelgeving zijn alle personen die bij het vervoer alsmede het laden en lossen betrokken zijn.

1.6. Alle aangevoerde dieren worden in het slachthuis gecontroleerd door de Voedsel en Waren Autoriteit (hierna: de VWA), teneinde te bepalen of het dier geschikt is voor humane consumptie. De controleurs van de VWA zijn door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangestelde dierenartsen.

1.7. Het transport van het vee wordt gecontroleerd door de Algemene Inspectie Dienst (hierna: de AID). Sedert 1 oktober 2007 wordt het transport van vee ook op de slachtplaats door de VWA gecontroleerd. Indien de VWA een overtreding van de Transportverordening op de slachtplaats constateert wordt een diergeneeskundige verklaring opgesteld die wordt doorgeleid naar de AID. De AID kan overgaan tot het opmaken van een proces-verbaal dat wordt doorgezonden naar het Openbaar Ministerie.

1.8. In 2007 zijn in totaal 166 processen-verbaal opgemaakt tegen transporteurs en veehouders betreffende overtredingen bij diertransporten, waaronder het vervoer naar slachterijen.

1.9. De controle op veetransporten kan op de openbare weg plaats vinden. Het meest efficiënt en het minst belastend voor het vervoerde vee is een controle op de plaats waar het naartoe is getransporteerd, zoals een veemarkt of een slachterij. Deze controles worden ook wel genoemd: aanvoer- of poortcontroles.

1.10. Op 25 maart 2008 heeft een medewerker die voorheen betrokken is geweest bij de werkzaamheden van de AID (hierna: de klokkenluider) zijn bevindingen laten vastleggen in een notariële verklaring. In die verklaring worden -onder andere- misstanden gemeld betreffende het transport van runderen naar het slachthuis in Leeuwarden. Voorts wordt in de verklaring gemeld dat de aanwezige dierenartsen van de VWA dieren hebben laten doorgaan naar de slacht terwijl dat ingevolge de Transportverordening niet is toegestaan.

1.11. De notariële akte is door mevrouw [X] van de Partij voor de Dieren overhandigd aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de minister). Na een gesprek met de klokkenluider op 3 april 2008 heeft de minister besloten tot permanente poortcontrole door de AID voor de poort van het slachthuis te Leeuwarden.

1.12. De minister heeft op 6 april 2008 in het televisieprogramma “Het Buitenhof” op vragen van de interviewster [Y] bevestigd dat zij heeft gesproken met de klokkenluider en dat zij maatregelen op grond van zijn verhaal zal treffen. De minister verklaart desgevraagd: “(…..) Ik ga bij één van de slachthuizen in Nederland permanente poortcontrole invoeren. (…..) In Leeuwarden ja, dus daar worden alle transporten die daar komen, worden gecontroleerd door de mensen van de Algemene Inspectie Dienst.”

1.13. In een uitzending van het televisieprogramma Tros Radar op 7 april 2008 is aandacht besteed aan Friesland Beef. Zowel eiseres als Friesland Beef zijn in het programma genoemd in verband met misstanden in het transport en de gang van zaken in de slachterij alsmede het dierenwelzijn en de voedselveiligheid.

1.14. In het Algemeen Dagblad van 6 mei 2008 is als reactie van de minister weergegeven: “Minister Verburg stelt dat zij nooit de voedselveiligheid van het vlees in twijfel heeft getrokken. “De poortcontroles hadden betrekking op het transport en niet op de gang van zaken in de slachterij”. ”

1.15.In een uitzending van het televisieprogramma Pauw en Witteman van 9 mei 2008 heeft de minister -onder andere- verklaard over de poortcontroles bij eiseres: “Dat zijn dus controles geweest vóórdat de dieren naar de slachterij zijn gegaan en wat ik daar gedaan heb, is gecontroleerd of die dieren die aangevoerd werden, wel vervoerd mochten worden.” En later in de uitzending op de vraag of de minister zich verantwoordelijk voelt voor het verwijt van de slachterij: “Nee, omdat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen wat er gebeurt in die slachterij en daar hebben we permanente controle op via een dierenarts van de Voedsel en Waren Autoriteit. En ik heb mijn besluit genomen over het vervoer, het transport van de dieren en dat zijn dus twee verschillende dingen en dat weet de heer [Z] wel. Ik heb hem daar deze week nog telefonisch over gesproken.” Weer later in de uitzending merkt de minister op: “Het zijn twee te onderscheiden dingen. Eén het vlees en het andere is het vervoer. Ik heb het over het vervoer gehad.”

1.16. Op 13 mei 2008 heeft de minister bij de beantwoording van een gestelde kamervraag geantwoord: “De poortcontroles hadden betrekking op het transport en niet op de gang van zaken in de slachterij. Ik betreur het dat Tros Radar dierenwelzijn en voedselveiligheid op één hoop heeft gegooid.”

1.17. Eiseres heeft de minister op 16 mei 2008 gesommeerd om tot rectificatie van haar uitlatingen over te gaan.

2 De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

Eiseres vordert -zakelijk weergegeven-:

- gedaagde te verbieden om zich op enigerlei wijze in negatieve zin in het openbaar uit te laten over (de onderneming van) eiseres, haar bestuurders of haar medewerkers;

-gedaagde te bevelen om een kwartpaginagrote rectificatie te doen opnemen in diverse dagbladen, zonder commentaar of toevoeging met de tekst zoals weergegeven in de dagvaarding, dan wel een andere door de voorzieningenrechter bevolen tekst, opgemaakt conform goed drukkersgebruik, in de gebruikelijke opmaak van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en met het logo van voornoemd ministerie, onder de kop “rectificatie”.

Daartoe voert eiseres het volgende aan.

Door haar uitlatingen in het televisieprogramma Het Buitenhof heeft de minister ten onrechte de indruk gewekt dat er zich ernstige misstanden voordoen in het bedrijf van eiseres en dat eiseres voor deze misstanden verantwoordelijk is. De minister suggereert dat eiseres zieke en gebrekkige dieren laat aanvoeren of daar verantwoordelijk voor is en voorts dat eiseres die dieren zou slachten waarna het vlees voor consumptie in het handelsverkeer zou worden gebracht. De minister heeft verzuimd te vermelden dat de permanente poortcontroles bij de ingang van het slachthuis van eiseres uitsluitend een verscherpte controle op de aanvoer van zieke, gebrekkige of dode dieren betreft en heeft geen melding gemaakt van de keuring door de dierenartsen van de VWA. Bij het grote publiek is dan ook de -onjuiste- indruk gewekt dat er zich bij eiseres zowel betreffende het dierenwelzijn als de voedselkwaliteit misstanden voordoen.

Door de onjuiste, althans door onvolledigheid misleidende uitlatingen van feitelijke aard heeft de minister toerekenbaar onrechtmatig gehandeld jegens eiseres.

Eiseres heeft als direct gevolg van deze uitlatingen, aanzienlijke schade geleden en zij zal in de toekomst nog meer schade lijden. Eiseres heeft haar Nederlandse marktaandeel in de slacht van runderen in één week zien terugvallen van 10% naar 0%. Voordat de minister haar uitlatingen deed in het televisieprogramma “Het Buitenhof” bood Friesland Beef eiseres zo’n 800 runderen per week aan voor de slacht. Sinds het interview is eiseres geen enkel rund meer voor de slacht aangeboden. Eiseres, lijdt als gevolg van de uitlatingen van de minister grote schade. Daarnaast is de goede naam en eer van eiseres ernstig in diskrediet gebracht. Deze schade kan worden beperkt indien de minister de naam van eiseres zuivert. Eiseres heeft dan ook een spoedeisend belang bij haar vordering.

Gedaagde voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3 De beoordeling van het geschil

3.1 Beoordeeld dient te worden of de uitlatingen van de minister tijdens het interview in het televisieprogramma Het Buitenhof op 6 april 2008 misleidend zijn geweest en of zij daarmee -ten onrechte- de suggestie heeft gewekt dat eiseres zieke en gebrekkige dieren laat aanvoeren dan wel dat eiseres zieke of gebrekkige dieren slacht en dat vlees en het vlees van dode dieren door haar voor humane consumptie in het handelsverkeer wordt gebracht.

3.2. Daarbij dient vooropgesteld te worden dat een minister en derhalve ook deze minister grote invloed en gezag heeft en dat zij zich op een zorgvuldige wijze dient uit te laten. Hetgeen zij naar buiten brengt mag dan ook niet verder gaan dan door de feiten is gerechtvaardigd. Uitlatingen van de minister dienen dan ook aan de hiervoor vermelde norm te voldoen.

3.3. Ten aanzien van het door de minister in het interview gestelde betwist eiseres dat de feiten die conclusies rechtvaardigen, althans dat de neutrale toehoorder de onjuiste conclusie uit de uitlatingen van de minister zal trekken dat er zich in het slachthuis van eiseres te Leeuwarden de misstanden voordoen die de klokkenluider heeft aangekaart. Immers: de minister heeft zich desgevraagd in het gewraakte interview laten ontvallen dat zij naar aanleiding van het gesprek met de klokkenluider bij één slachterij te Nederland, en wel die te Leeuwarden, poortcontroles laat uitvoeren.

De voorzieningenrechter volgt het betoog van eiseres dat de niet-ingewijde toehoorder / het grote publiek daaruit hoogstwaarschijnlijk zal begrijpen dat het slachthuis te Leeuwarden betrokken is bij, dan wel verantwoordelijk is voor de misstanden die de klokkenluider heeft gesignaleerd bij de aanvoer alsmede de slacht van zieke en of gebrekkige runderen die niet verwerkt zouden mogen worden omdat de voedselveiligheid daarmee in het geding komt. Immers: het grote publiek is -naar mag worden aangenomen- niet bekend met het feit dat de poortcontrole bij de slachterij uitsluitend het vervoer van de runderen betreft. De minister heeft zulks evenmin duidelijk gemaakt in haar uitlatingen in het gewraakte interview bij Buitenhof. Dit klemt temeer nu de minister uitdrukkelijk de slachterij in Leeuwarden heeft genoemd alwaar de controles zouden gaan plaatsvinden. Daarmee heeft zij -naar voorlopig wordt geoordeeld- ten onrechte de suggestie bij het grote publiek gewekt dat zich in de slachterij te Leeuwarden meergenoemde wantoestanden afspelen en zich dan ook onzorgvuldig uitgedrukt.

3.4. De minister heeft zich in daarop volgende interviews, in respectievelijk het Algemeen Dagblad van 6 mei 2008 alsmede in het televisieprogramma van Pauw en Witteman op 9 mei 2008 uitdrukkelijk anders uitgelaten en daarin benadrukt dat poortcontroles betrekking hebben op het transport van het vee en niet op de gang van zaken in de slachterij van bijvoorbeeld eiseres. Ook tijdens de beantwoording van kamervragen heeft de minister zulks op 13 mei 2008 -nogmaals- benadrukt.

3.5. Met het oog op het voorgaande is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat het in de rede had gelegen indien de minister daags na het gewraakte interview met [Y] in Buitenhof door middel van -bijvoorbeeld- een persbericht had medegedeeld dat zij zich door haar -door de interviewster ontlokte- uitspraak betreffende de poortcontroles bij de slachterij te Leeuwarden onzorgvuldig heeft uitgedrukt en daarmee ten onrechte de onjuiste indruk heeft gewekt dat er zich misstanden zouden voordoen in die slachterij. Hoewel de minister zulks heeft nagelaten, heeft zij wel haar uitspraak dienaangaande in diverse interviews alsmede op een kamervraag uitdrukkelijk hersteld en nader toegelicht. Zo heeft zij enkele malen uitdrukkelijk meegedeeld dat de poortcontroles bij de slachterij de Leeuwarden betrekking hebben op het transport van vee en niet op de gang van zaken in de slachterij.

De voorzieningenrechter ziet dan ook met het oog daarop thans geen aanleiding -meer- om de minister te bevelen tot enige rectificatie over te gaan. Daarbij wordt tevens in aanmerking genomen dat vooralsnog niet voldoende aannemelijk is geworden dat de door eiseres gestelde schade uitsluitend het gevolg is van de gewraakte uitlating van de minister. Immers: het is niet -voldoende- duidelijk geworden wat nu precies de oorzaak is van het niet meer bij eiseres voor de slacht aanbieden van runderen door Friesland Beef. Niet uitgesloten is dat andere oorzaken daarbij een rol spelen.

3.6. Het gevorderde verbod om zich op enigerlei wijze in negatieve zin uit te laten over -de onderneming van- eiseres, haar bestuurders of medewerkers zal als te ruim geformuleerd en te verstrekkend worden afgewezen.

3.7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering zal worden afgewezen.

3.8. Eiseres zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiseres in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.070,--, waarvan € 816,-- aan salaris procureur en € 254,-- aan griffierecht, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na heden;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en uitgesproken ter openbare zitting van 23 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.

nk