Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4910

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-06-2008
Datum publicatie
20-06-2008
Zaaknummer
09/753864-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Verdachte heeft via internet het medicijn Misoprost, dat kan leiden tot een miskraam, aangeschaft. Niet bewezen dat hij dit heeft gedaan om een vrouw een behandeling te geven waardoor haar zwangerschap kan worden afgebroken zonder toestemming van die vrouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 09/753864-07

Datum uitspraak: 19 juni 2008

VONNIS (1)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

adres: [adres],

ten tijde van de terechtzitting gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, Penitentiair Complex Scheveningen, Huis van Bewaring (unit 1) te ’s-Gravenhage.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 5 juni 2008.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A.F. Baas, en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. M.L. Groen, advocaat te Waddinxveen, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 17 april 2007 te

[P] en/of te [Q], in elk geval in Nederland, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade,

althans opzettelijk een ongeboren kind (later genaamd [A]), tijdens een

zwangerschap van ongeveer 30 weken, zijnde een vrucht die naar redelijkerwijs

verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven

(in de zin van artikel 82a van het Wetboek van Strafrecht) van het leven te

beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met dat opzet

[B], zwanger van voornoemd ongeboren kind, een medicijn Misoprost heeft

toegediend en/of laten innemen (terwijl op de verpakking en/of bijsluiter van

en/of op Internet aangegeven informatie omtrent dat medicijn is aangegeven dat

gebruik van dit medicijn kan leiden tot een miskraam, in elk geval verdachte

en/of zijn mededader wist dat dit medicijn kon leiden tot een miskraam en/of

niet gebruikt mag worden tijdens zwangerschap) (waardoor een vroeggeboorte is

ontstaan), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[B] in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 17 april

2007 te [P] en/of te [Q], in elk geval in Nederland, ter

uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met

voorbedachten rade een ongeboren kind (later genaamd [A]), tijdens een

zwangerschap van ongeveer 30 weken, zijnde een vrucht die naar redelijkerwijs

verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven)

van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

tijdens haar zwangerschap welke reeds ongeveer 30 weken duurde een medicijn

Misoprost heeft ingenomen (terwijl op de verpakking en/of bijsluiter van en/of

op Internet aangegeven informatie omtrent dat medicijn was aangegeven dat

gebruik van dit medicijn kan leiden tot een miskraam, in elk geval die [B]

wist dat dit medicijn kon leiden tot een miskraam en/of niet gebruikt mag

worden tijdens zwangerschap) (waardoor een vroeggeboorte is ontstaan), terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 1 november 2005 tot en met 17 april 2007 te [P] en/of te [Q], in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of

opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door

opzettelijk voornoemd medicijn Misoprost (via Internet) te bestellen en/of

vervolgens aan die [B] ter beschikking te stellen en/of haar dat medicijn

te laten innemen;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 17 april 2007 te

[P] en/of te [Q], in elk geval in Nederland, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade,

althans opzettelijk een ongeboren kind (later genaamd [A]), tijdens een

zwangerschap van ongeveer 30 weken, zijnde een vrucht die naar redelijkerwijs

verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven

(in de zin van artikel 82a van het Wetboek van Strafrecht) zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans met

dat opzet [B], zwanger van voornoemd ongeboren kind, een medicijn

Misoprost heeft toegediend en/of laten innemen (terwijl op de verpakking en/of

bijsluiter van en/of op Internet aangegeven informatie omtrent dat medicijn is

aangegeven dat gebruik van dit medicijn kan leiden tot een miskraam, in elk

geval verdachte en/of zijn mededader wist dat dit medicijn kon leiden tot een

miskraam en/of niet gebruikt mag worden tijdens zwangerschap) (waardoor een

vroeggeboorte is ontstaan), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[B] in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 17 april

2007 te [P] en/of te [Q], in elk geval in Nederland, ter

uitvoering van het door haar voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met

voorbedachten rade een ongeboren kind (later genaamd [A]), tijdens een

zwangerschap van ongeveer 30 weken, zijnde een vrucht die naar redelijkerwijs

verwacht mag worden in staat is buiten het moederlichaam in leven te blijven)

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en

rustig overleg, tijdens haar zwangerschap welke reeds ongeveer 30 weken duurde

een medicijn Misoprost heeft ingenomen (terwijl op de verpakking en/of

bijsluiter van en/of op Internet aangegeven informatie omtrent dat medicijn

was aangegeven dat gebruik van dit medicijn kan leiden tot een miskraam, in

elk geval die [B] wist dat dit medicijn kon leiden tot een miskraam en/of

niet gebruikt mag worden tijdens zwangerschap) (waardoor een vroeggeboorte is

ontstaan), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 1 november 2005 tot en met 17 april 2007 te [P] en/of te [Q],

in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of

opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door

opzettelijk voornoemd medicijn Misoprost (via Internet) te bestellen en/of

vervolgens aan die [B] ter beschikking te stellen en/of haar dat medicijn

te laten innemen;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

nog meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring

en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 17 april 2007 te

[P] en/of te [Q], in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, ter voorbereiding van een te plegen

misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8

jaren of meer is gesteld, te weten moord en/of doodslag en/of zware

mishandeling al dan niet met voorbedachte rade (ten aanzien van een ongeboren

kind, later genaamd [A]), althans een misdrijf waarop naar de wettelijke

omschrijving een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, opzettelijk

een medicijn (te weten Misoprost (terwijl op de verpakking en/of bijsluiter

van en/of op Internet aangegeven informatie omtrent dat medicijn is aangegeven

dat gebruik van dit medicijn kan leiden tot een miskraam, in elk geval

verdachte en/of zijn mededader wist dat dit medicijn kon leiden tot een

miskraam en/of niet gebruikt mag worden tijdens zwangerschap)) kennelijk

bestemd tot het begaan van voornoemd misdrijf, heeft verworven en/of

voorhanden heeft gehad;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2005

tot en met 17 april 2007 te [P] en/of te [Q], in elk geval in

Nederland, meermalen, althans eenmaal aan een persoon (te weten [B]),

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk

letsel (te weten de afrdrijving of dood van de vrucht van die (zwangere)

[B]), heeft toegebracht, door deze (telkens) opzettelijk, na kalm beraad en

rustig overleg, althans opzettelijk (buiten medeweten van die [B]) een

medicijn Misoprost toe te dienen en/of te laten innemen (terwijl op de

verpakking en/of bijsluiter van en/of op Internet aangegeven informatie

omtrent dat medicijn is aangegeven dat gebruik van dit medicijn kan leiden tot

een miskraam, in elk geval verdachte wist dat dit medicijn kon leiden tot een

miskraam en/of niet gebruikt mag worden tijdens zwangerschap), waardoor

meermalen, althans eenmaal een afbreking van de zwangerschap (abortus) is

opgetreden;

art 303 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2005

tot en met 17 april 2007 te [P] en/of te [Q], in elk geval in

Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

meermalen, althans eenmaal aan een persoon (te weten [B]), opzettelijk en

met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te

weten de afdrijving of dood van de vrucht van die (zwangere) [B]), toe te

brengen, deze (telkens) opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk (buiten medeweten van die [B]) een medicijn Misoprost heeft

toegediend en/of laten innemen (terwijl op de verpakking en/of bijsluiter van

en/of op Internet aangegeven informatie omtrent dat medicijn is aangegeven dat

gebruik van dit medicijn kan leiden tot een miskraam, in elk geval verdachte

wist dat dit medicijn kon leiden tot een miskraam en/of niet gebruikt mag

worden tijdens zwangerschap), terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is

voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2005

tot en met 17 april 2007 te [P] en/of te [Q], in elk geval in

Nederland, meermalen, althans eenmaal een persoon (te weten [B]), zonder

toestemming van die persoon (die [B]), in elk geval aan die persoon (die

[B]) een behandeling heeft gegeven, terwijl hij wist of redelijkerwijs

moest vermoeden dat daardoor de zwangerschap van die [B] kon worden

afgebroken, daaruit bestaande dat verdachte die [B] een medicijn Misoprost

heeft toegediend en/of heeft laten innemen (terwijl op de verpakking en/of

bijsluiter van en/of op Internet aangegeven informatie omtrent dat medicijn is

aangegeven dat gebruik van dit medicijn kan leiden tot een miskraam, in elk

geval verdachte wist dat dit medicijn kon leiden tot een miskraam en/of niet

gebruikt mag worden tijdens zwangerschap) (waardoor meermalen, althans eenmaal

een afbreking van de zwangerschap (abortus) is opgetreden);

art 287 Wetboek van Strafrecht

meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 17 april 2007 te

[P] en/of te [Q], in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, ter voorbereiding van een te plegen

misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 8

jaren of meer is gesteld, te weten zware mishandeling al dan niet met

voorbedachte rade en/of een vrouw een behandeling geven waardoor haar

zwangerschap kan worden afgebroken zonder toestemming van die vrouw (gepleegd

tegen [B]), althans een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving

een gevangenisstraf van 8 jaren of meer is gesteld, opzettelijk een medicijn

(te weten Misoprost (terwijl op de verpakking en/of bijsluiter van en/of op

Internet aangegeven informatie omtrent dat medicijn is aangegeven dat gebruik

van dit medicijn kan leiden tot een miskraam, in elk geval verdachte en/of

zijn mededader wist dat dit medicijn kon leiden tot een miskraam en/of niet

gebruikt mag worden tijdens zwangerschap)) kennelijk bestemd tot het begaan

van voornoemd misdrijf, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. De dagvaarding, de bevoegdheid van de rechtbank, de ontvankelijkheid van de officier van justitie en schorsing van de vervolging

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. Vrijspraak

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van de onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 1 meest subsidiair, 1 nog meer subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken, nu niet kan worden vastgesteld of verdachte daadwerkelijk het medicijn, genaamd Misoprost (verder Misoprost), aan [B] (verder [B]) heeft toegediend.

De officier van justitie acht het onder 2 meest subsidiair ten laste gelegde feit wel bewezen. De officier van justitie baseert zich hierbij op de verklaring van verdachte, die heeft verklaard Misoprost te hebben aangeschaft (2) en de verklaring van [B], die heeft verklaard dat verdachte Misoprost niet op haar verzoek heeft besteld (3) en concludeert dat verdachte Misoprost heeft aangeschaft om een vrucht te doden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte stelt zich op het standpunt dat verdachte bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken van alle hem tenlastegelegde feiten.

De raadsman heeft ten aanzien van het 2 meest subsidiair ten laste gelegde aangevoerd dat verdachte heeft verklaard dat hij Misoprost heeft aangeschaft met medeweten van [B] (4). Als verdachte Misoprost heeft aangeschaft om een vrucht te doden, dan is dat in samenspraak met [B] geschied. De raadsman wijst erop dat aan de ten laste gelegde beoogde mishandeling door de instemming van [B] de wederrechtelijkheid is komen te ontvallen, terwijl op afbreking van de zwangerschap met instemming van de vrouw een gevangenisstraf van “slechts” 4 jaar en 6 maanden is gesteld.

De verdedeging verbindt hier aan de conclusie dat vrijspraak, dan wel ontslag van rechtsvervolging ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging dient te volgen.

Het oordeel van de rechtbank

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van de onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair, 1 meest subsidiair, 1 nog meer subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde feiten. Ook de rechtbank acht deze feiten niet bewezen en zal verdachte dan ook van deze feiten vrijspreken. Daarbij speelt een doorslaggevende rol – zoals ook door de officier van justitie aangegeven – dat het oorzakelijk verband tussen het gestelde gebruik van Misoprost en de 2 miskramen en een vroeggeboorte niet is vastgesteld.

Met betrekking tot het onder feit 2 meest subsidiair ten laste gelegde staat het volgende vast.

In december 2005 is door verdachte de creditcard van zijn vrouw, [C], gebruikt voor het doen van een betaling voor de aankoop van Misoprost bij [bedrijf] te [R] (5). Op zijn adres is deze bestelling ook daadwerkelijk bezorgd.(6)

Voor de vraag of dit feit bewezen kan worden geacht is bepalend of dient te worden afgegaan op de lezing van [B] dan wel de lezing van verdachte. Beide verklaringen staan immers lijnrecht tegenover elkaar op het punt van de achtergrond van de bestelling van de misoprost. De beide scenario’s zijn (naast andere scenario’s) mogelijk en denkbaar. Indien er een verband zou zijn aangetoond tussen – in het bijzonder – de toediening van misoprost en de vroeggeboorte van [A], zou meer geloof kunnen en moeten worden gehecht aan de verklaring van [B]. De rechtbank houdt het namelijk voor zeer onwaarschijnlijk dat een zwangere vrouw welbewust de vroeggeboorte van een levensvatbaar kind opwekt met alle risico’s (ook voor de vrouw zelf) van dien. Genoemd verband is evenwel niet aangetoond.

Bij die stand van zaken is er onvoldoende grondslag de lezing van verdachte te verwerpen en het feit op basis van de verklaring van [B] bewezen te achten. Daarbij speelt een rol dat de raadsman er terecht op gewezen heeft dat de verklaring(en) van [B] mede gekleurd zouden kunnen zijn door de – naar het oordeel van de rechtbank – schandelijke wijze, waarop zij door verdachte in relationeel opzicht is belogen en bedrogen.

Één en ander brengt met zich mee dat verdachte ook van het hem onder 2 meest subsidiair ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken.

5. De beslissing

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Bakker, voorzitter,

Pabbruwe en Mantel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Dekker, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 juni 2008.

mr. Mantel is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

(1) Promis vonnis

(2) Het ambtsedig proces-verbaal van politie Hollands Midden, district [district], nummer PL1644/07-186982 d.d. 26 februari 2008 in de wettelijke vorm opgemaakt door [D], hoofdagent van politie Hollands Midden, en [E], aspirant van politie Hollands Midden, inhoudende de verklaring van verdachte, pagina 68 tot en met 79.

(3) Het ambtsedig proces-verbaal van politie Hollands Midden, district [district], nummer PL1644/07-186982 d.d. 5 maart 2008 in de wettelijke vorm opgemaakt door [F], hoofdagent van politie Hollands Midden, inhoudende de verklaring van [B], pagina 125.

(4) Zie onder noot 2.

(5) Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Hollands Midden, nummer FER/08-0342, d.d. 2 april 2008 in de wettelijke vorm opgemaakt door [G], inspecteur van politie en als financieel rechercheur werkzaam bij de afdeling Financieel Economische Recherche van de Korpsrecherche van Hollands Midden, pagina 590 en 591.

(6) Zie onder noot 2, blz 77