Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4861

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-06-2008
Datum publicatie
20-06-2008
Zaaknummer
DvW\Zaaknummer 668759 \ CV EXPL 07-1384
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kabelschade bij mechanisch reinigen van sloot; klicmeldingsprocedure niet gevolgd; in dit geval geen sprake van onzorgvuldige werkwijze; risico kabelschade in dit geval voor degene die de kabel heeft gelegd. Wetsartikelen: artikel 6:162 BW; artikelen 5.2 lid 6, aanhef en onder b, en artikel 5.7 van de Telecommunicatiewet.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 342
JA 2008/114
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Kanton - locatie Gouda

DvW\Zaaknummer 668759 \ CV EXPL 07-1384

VONNIS in de zaak:

de besloten vennootschap KPN B.V., per 1 januari 2007 rechtsopvolgster van KPN Telecom B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde Groenewegen en Partners Gerechtsdeurwaarders;

tegen

[A], h.o.d.n. Loonbedrijf [A],

wonende en zaakdoende te [plaats],

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

procederende in persoon.

Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende stukken:

- tussenvonnis d.d. 10 januari 2008;

- aantekeningen van de comparitie van partijen d.d. 12 februari 2008;

- akte aan zijde van gedaagde partij;

- proces-verbaal van de descente d.d. 26 april 2008;

4. De verdere beoordeling

4.1 Dit vonnis is het vervolg op het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 10 januari 2008. De overwegingen in dit vonnis zullen worden doorgenummerd.

4.2 Tijdens een op 12 februari 2008 gehouden comparitie van partijen, waarbij KPN is verschenen bij mr. [...], bedrijfsjuriste, en [A] in persoon, hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. [A] heeft 2 foto's van de slootreiniger in het geding gebracht.Vervolgens heeft de kantonrechter een bezichtiging van de in 2.2 onder a genoemde [B] slootreiniger gelast. Deze bezichtiging is, in aanwezigheid van bovengenoemde personen, gehouden op 26 april 2008 aan het [adres] (het perceel van [A]), niet zijnde de plaats van de doorgesneden leiding waarvan in het procesdossier sprake is. Bij de bezichtiging is de werking van de slootreiniger door [A] gedemonstreerd. De griffier heeft hiervan proces-verbaal opgemaakt.

4.3 De kantonrechter overweegt als volgt.

Tussen partijen staat vast dat (het personeel van) [A] ter plaatse waar de kabel van KPN is doorgesneden en op de dag waarop dit is gebeurd slootreinigingswerk-zaamheden heeft verricht met een mechanische slootreiniger van het merk [B]. Niettemin heeft [A] betwist dat zijn personeel de schade aan de kabel heeft veroorzaakt. [A] heeft echter geen feiten of omstandigheden gesteld, waaruit volgt dat het doorsnijden van de kabel onmogelijk met de door hem gebruikte machine kan zijn veroorzaakt. Verder is niet gesteld of gebleken dat op dezelfde dag en op dezelfde plaats ook door een derde werkzaamheden zijn verricht, waarbij de schade in kwestie heeft kunnen ontstaan. De kantonrechter acht het daarom gerechtvaardigd om van het vermoeden uit te gaan dat de schade door (het personeel van) [A] is veroorzaakt. Nu [A] geen concreet aanbod heeft gedaan om het tegendeel te bewijzen, komt de kantonrechter aan bewijsaanbod op dit punt niet toe. Op grond van het vorenstaande neemt de kantonrechter in dit geding als vaststaand aan dat [A] de veroorzaker van de door KPN gestelde schade is.

4.4 De kantonrechter komt nu toe aan de beoordeling van de vraag of [A] jegens KPN onrechtmatig heeft gehandeld door in dit geval niet de vereiste zorgvuldigheid in acht te nemen bij het uitvoeren van de slootreinigingswerkzaamheden. KPN heeft in dit verband gesteld dat [A] ten onrechte geen preventief onderzoek naar de ligging van eventueel ter plaatse van de werkzaamheden aanwezige ondergrondse kabels heeft gedaan. Op zich zelf is het juist dat de door KPN genoemde AVSL en de werkinstructies van het GWWO het volgen van de zogeheten klicmeldingsprocedure voorschrijven. Verder staat vast dat [A] deze procedure niet heeft gevolgd. Tussen partijen is in geschil of [A] door het niet volgen van de klicmeldingsprocedure bovenbedoelde zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden. Volgens [A] is dit niet het geval.

4.5 Blijkens de definities in de AVSL zijn de aanbevelingen bedoeld voor het uitvoeren van 'werk in de grond'. In de aanbevelingen is niet uitgewerkt welke werkzaamheden als 'werk in de grond' moeten worden beschouwd, zodat niet duidelijk is of ook het mechanisch reinigen van een sloot daaronder valt. In de door partijen overgelegde brochure inzake de klicmeldingsprocedure is alleen sprake van graafwerkzaamheden. Toegelicht is dat graafwerkzaamheden worden uitgevoerd voor:

'Het leggen van kabels en leidingen, voor draineren en diepploegen, voor het egaliseren van terreinen, het aanleggen of reconstrueren van wegen en het rooien en planten van bomen. Voor het maken of uitdiepen van sloten, voor heien, peilen en sonderen, voor bouwputten en voerkuilen, voor persen en boren.'

De kantonrechter is van oordeel dat [A] uit deze omschrijving redelijkerwijs niet heeft kunnen opmaken of behoefde te begrijpen dat met graafwerkzaamheden ook de door hem uitgevoerde slootreinigingswerkzaamheden worden bedoeld. Bij de bezichtiging van de slootreiniger is de kantonrechter gebleken dat deze weliswaar behalve plantenmateriaal ook af en toe enige bagger mee omhoog haalt en op de oever stort, maar gelet op de geringe hoeveelheid van de omhoog gehaalde bagger kan, naar het oordeel van de kantonrechter, niet worden gesproken van uitdieping van de desbetreffende sloot. Uit de door KPN bij de dagvaarding overgelegde kopie van een foto van de schadeplaats maakt de kantonrechter aan de hand van de daarop zichtbare hoeveelheid plantenmateriaal en bagger op de oever evenmin op dat de werkzaamheden die de schade destijds hebben veroorzaakt, vallen onder de omschrijving 'het uitdiepen van een sloot'. Dit betekent dat [A] er op basis van de AVSL c.q. brochure over de klicmeldingsbrochure in redelijkheid niet van uit behoefde te gaan dat hij destijds bezig was met werkzaamheden waarop de klic-meldingsprocedure van toepassing is. Dat [A] de door KPN genoemde

werkinstructies van het GWWO had moeten raadplegen en volgen, acht de kantonrechter ook niet voor de hand liggend, omdat het reinigen van een sloot niet valt te brengen onder de noemer grond-, water- of wegenbouw. Verder heeft [A] onbetwist gesteld dat hij eerdere schades aan kabels heeft veroorzaakt maar dat hij daarvoor nooit aansprakelijk is gesteld, terwijl niet gesteld of gebleken is dat [A] er in die eerdere schadegevallen ooit op is gewezen dat hij ook bij slootreinigingswerkzaamheden de klicmeldingsprocedure diende te volgen. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat - zelfs al zouden de slootreinigingswerkzaamheden op zich zelf beschouwd vanwege de aard daarvan en de mogelijkheid om daarmee schade toe te brengen aan de ondergrondse infrastructuur een zorgvuldige werkwijze vereisen conform de klicmeldingsprocedure, hetgeen de kantonrechter uitdrukkelijk in het midden laat (zie 4.7) - dit niet wegneemt dat [A] in redelijkheid niet toegerekend kan worden dat hij bij de door hem uitgevoerde slootreinigingswerkzaamheden de klicmeldingsprocedure niet heeft gevolgd. Dat het personeel van [A] anderszins onzorgvuldig zou hebben gewerkt doordat de slootreiniger bij de gele kabelbordjes niet zou zijn opgetild, zoals door KPN is gesuggereerd, maar door [A] betwist, acht de kantonrechter niet aannemelijk omdat bij de bezichtiging genoegzaam is gebleken dat de slootreiniger bij een dergelijke onzorgvuldige werkwijze zelf zou zijn beschadigd. Een dergelijke op de schadedatum geconstateerde beschadiging aan de slootreiniger is in dit geding gesteld noch gebleken. Nu KPN geen bewijs heeft aangeboden van concrete onzorgvuldigheden bij de uitvoering van de werkzaamheden, komt de kantonrechter aan een bewijsopdracht op dit punt niet toe. De kantonrechter concludeert op grond van het vorenstaande dat van schending van een zorgvuldigheids- dan wel veiligheidsnorm in dit geval niet is gebleken.

4.6 De kantonrechter voegt aan het vorenstaande toe dat in artikel 5.2 lid 6, aanhef en onder b van de Telecommunicatiewet onder meer is bepaald dat door de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels in openbare dan wel niet-openbare gronden zo min mogelijk belemmering in het gebruik ervan wordt teweeg gebracht. Verder heeft de aanbieder van een openbaar elektronisch netwerk ingevolge artikel 5.7 van de Telecommunicatiewet ter zake een schadevergoedingsplicht jegens de grondeigenaar op wie de plicht rust om de kabels onder zijn grond te gedogen. Impliciet volgt hieruit dat op KPN tevens een plicht rust om haar ondergrondse netwerk niet alleen op voldoende diepte te leggen, maar ook, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te houden en dat een eventuele schade aan het netwerk in gevallen waarin de veroorzaker de toepasselijke zorgvuldigheidsnorm niet heeft geschonden voor haar risico behoort te komen. Nu dit laatste zich in dit geval voordoet, komt de vordering mede op deze grond niet voor toewijzing in aanmerking.

4.7 Het ligt niet op de weg van de rechter om in zijn algemeenheid te bepalen of bij het mechanisch reinigen van sloten al of niet de klicmeldingsprocedure moet worden gevolgd. Het is aan belanghebbenden in de branche van partijen om in onderling overleg nadere afspraken te maken over wat op dit gebied als zorgvuldige werkwijze heeft te gelden.

4.8 De kantonrechter heeft de definities en normering van de nog niet in werking getreden Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten bij deze beslissing volledig buiten beschouwing gelaten. Partijen dienen er dan ook rekening mee te houden dat een beoordeling van een eventuele toekomstige schadevordering betreffende het ondergrondse net onder deze nieuwe regelgeving mogelijk anders uit zal vallen.

4.9 KPN zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kantonrechter begroot de verletkosten aan de zijde van [A] met toepassing van het liquidatietarief, waarbij voor elke proceshandeling een halve punt wordt gerekend, op € 300--.

4. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt KPN in de verletkosten aan zijde van [A], tot heden begroot op

€ 300,--;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting van 5 juni 2008.