Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2190

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-01-2008
Datum publicatie
21-05-2008
Zaaknummer
09/900671-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 13 februari 2007 een relatie gehad met een meisje dat de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt. Verdachte en het meisje hadden aan het begin van hun relatie de leeftijd van respectievelijk 29 jaar en 13 jaar. Tijdens deze relatie hebben op verschillende tijdstippen en locaties ontuchtige handelingen plaatsgevonden. Artikel 245 Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/900671-07

's-Gravenhage, 22 januari 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 8 januari 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr M.J. Mons, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr J.A. Lont heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact, ook als dat behandeling bij De Waag inhoudt, alsmede een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte het op de dagvaarding telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode van 1 augustus 2005 tot en met 13 februari 2007 een relatie gehad met een meisje dat de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt. Verdachte en het meisje hadden aan het begin van hun relatie de leeftijd van respectievelijk 29 jaar en 13 jaar. Tijdens deze relatie hebben op verschillende tijdstippen en locaties ontuchtige handelingen plaatsgevonden. Weliswaar gebeurde dit telkens met instemming van het meisje, maar dat maakt vanwege het grote leeftijdsverschil het handelen van verdachte niet minder laakbaar. Kinderen onder de 16 jaar worden niet in staat geacht alle gevolgen van genomen beslissingen te overzien en kunnen mede daardoor gemakkelijk door volwassenen overgehaald worden bepaalde handelingen te ondergaan of uit te voeren.

Verdachte heeft in september 2005 aan de ouders van het meisje beloofd hun dochter met rust te zullen laten. Verdachte heeft zijn relatie met het meisje echter na drie weken weer hervat. Dit gebeurde op haar initiatief, maar verdachte had dit contact behoren af te houden. Ondanks dat hij was gewezen op het feit dat zijn handelen strafbaar was, heeft hij de bevrediging van zijn eigen gevoelens laten prevaleren boven het welzijn van het meisje, dat door hem is ontmaagd. Aannemelijk is dat het meisje hier in ieder geval destijds psychische hinder van heeft ondervonden. Omdat alles in het geheim plaatsvond, had zij er last van dat zij tegen haar ouders niet open kon zijn. Volgens de officier van justitie gaat het nu goed met het meisje. Zij heeft in haar verhoor ex artikel 167a Wetboek van Strafvordering te kennen gegeven dat zij door het doen van aangifte wil voorkomen dat dit nog eens gebeurt met een ander meisje, maar dat zij geen gevangenisstraf wil voor verdachte.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 9 augustus 2007, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig misdrijf.

Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van een psychologisch rapport van drs. J.H.A.M. Kobussen d.d. 13 december 2007. Uit dit rapport blijkt dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor een seksuele stoornis bij verdachte. De verliefdheid en gevoelens van verdachte lijken oprecht te zijn geweest. Verdachte heeft zich laten meeslepen door zijn gevoelens en heeft zich in de relatie die hij met het meisje had naïef opgesteld. Geconcludeerd wordt dat verdachte ten tijde van het delict niet leed aan een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Geadviseerd wordt dan ook om verdachte als volledig toerekeningsvatbaar te beschouwen. Uit het rapport blijkt voorts dat verdachte inziet dat zijn gedrag strafbaar is. Hij begrijpt achteraf niet hoe hij zich zo heeft kunnen laten meeslepen door zijn eigen gevoelens. Ook ter terechtzitting heeft verdachte dit laten blijken en de volledige verantwoordelijkheid voor het gebeurde op zich genomen.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op een over verdachte opgemaakt voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland d.d. 17 december 2007. Verdachte heeft, met uitzondering van de onderhavige strafzaak, geen problemen. Door de reclassering wordt de kans op recidive, gelet op de gevolgen die het delict voor verdachte heeft gehad, gering geacht. Daarbij is verdachte al aangemeld bij de forensisch psychiatrische polikliniek De Waag, waardoor de eventuele kans op recidive nog zal verkleinen. De reclassering adviseert een verplicht reclasseringscontact waarin onder andere aandacht zal worden besteed aan het delictgedrag en de seksualiteitsontwikkeling en

-beleving van verdachte. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij graag gesprekken met De Waag wil om over het gebeurde te praten en heeft zich bereid verklaard de door de rechtbank in dit verband te stellen voorwaarden na te komen.

De rechtbank acht de eis van de officier van justitie tot oplegging van een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht en een behandeling bij De Waag, passend. De rechtbank ziet geen aanleiding de werkstraf achterwege te laten of te matigen, zoals de raadsman heeft verzocht. Hoewel de rechtbank begrijpt dat een werkstraf van 240 uur in de omstandigheden van verdachte een behoorlijke belasting is, zou voor de onderhavige feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats zijn. De rechtbank houdt reeds in hoge mate rekening met de omstandigheden van verdachte door deze niet op te leggen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 240 (TWEEHONDERDVEERTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 120 (HONDERDTWINTIG) DAGEN;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag, zodat 236 uren, subsidiair 118 dagen resteren;

in verzekering gesteld op: 8 augustus 2007,

in bewaring gesteld op: 10 augustus 2007,

welke voorlopige hechtenis werd geschorst met ingang van: 10 augustus 2007;

veroordeelt verdachte voorts tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (ACHT) MAANDEN;

bepaalt, dat die gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, alsmede onder de bijzondere voorwaarden dat:

(1) de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, zolang die instelling zulks nodig acht en

(2) veroordeelde zich onder behandeling zal laten stellen bij De Waag en zich daarbij zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens De Waag zolang die instelling zulks nodig acht;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Verkleij, voorzitter,

Brinkman en Hink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Kielman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 januari 2008.

Mr Brinkman is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.