Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2041

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-03-2008
Datum publicatie
20-05-2008
Zaaknummer
09/926086-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Seksueel misbruik van vierjarig nichtje. Artikel 244 Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

Parketnummer 09/926086-07

's-Gravenhage, 25 maart 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, locatie Scheveningen, te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 11 maart 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr Huisman, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Banning heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht, ook indien dat inhoudt behandeling bij "De Waag".

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank wettig bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het op de dagvaarding ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft met zijn penis over de buik en vagina van zijn vierjarig nichtje gewreven, heeft zijn penis in haar mond gestopt en heeft zich door haar laten pijpen. Verdachte heeft daarbij op grove wijze misbruik gemaakt van zijn positie als oom en van de jonge leeftijd van het slachtoffer.

De psychische gevolgen van handelingen als door verdachte verricht kunnen voor de slachtoffers daarvan, met name voor kinderen, bijzonder ernstig en blijvend zijn. Verdachte heeft hier echter op geen enkele wijze rekening mee gehouden en heeft zijn eigen gevoelens als uitgangspunt voor zijn denken en handelen genomen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het psychologisch rapport van drs S.M.J. van Zeijl, d.d. 29 februari 2008, waarin deze onder meer concludeert dat bij verdachte sprake is van zwakbegaafdheid en een schizoïde persoonlijkheidsstoornis en dat verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank neemt deze conclusies over en maakt die tot de hare.

De psycholoog adviseert een deel van een op te leggen vrijheidsstraf voorwaardelijk op te leggen, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht en geeft daarbij in overweging verdachte onder behandeling te stellen bij De Waag.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het voorlichtingsrapport van de Stichting Reclassering Nederland d.d. 7 maart 2008, waarin de rapporteur adviseert een deels voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact op te leggen. Binnen dit toezicht zal verdachte inzicht moeten worden gegeven in de gevolgen van zijn gedrag en houding. Daartoe zal een plan van aanpak worden uitgevoerd, gericht op omgang met seksualiteit en verdachtes oorlogstrauma's, waarbij een behandeling bij De Waag en/of Centrum 40/45 of (een) gelijksoortige instelling(en) wordt uitgevoerd

Uit een op verdachtes naam staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke en deels voorwaardelijke gevangenisstraf als door de officier van justitie gevorderd passend en geboden. Aldus kan uitvoering worden gegeven aan de door de reclassering gegeven adviezen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 244 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

MET IEMAND BENEDEN DE LEEFTIJD VAN TWAALF JAREN HANDELINGEN PLEGEN DIE MEDE BESTAAN UIT HET SEKSUEEL BINNENDRINGEN VAN HET LICHAAM;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 9 december 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 12 december 2007;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit alsmede onder de bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, waaronder het Psycho-medisch centrum Parnassia te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt begeleiding door en/of (ambulante) behandeling bij De Waag en/of Centrum 40/45 en/of (een) gelijksoortige instelling(en);

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

Dit vonnis is gewezen door

mrs Poustochkine, voorzitter,

Van de Poll en Jacobs, rechters,

in tegenwoordigheid van Rietbroek, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 maart 2008.