Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1413

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
07-03-2008
Datum publicatie
13-05-2008
Zaaknummer
AWB 07/5107 WRO en AWB 07/5109 WRO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

VvE niet als belanghebbende aangemerkt gelet op ontbreken van statutaire doelstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank ’s-Gravenhage

sector bestuursrecht

eerste afdeling, enkelvoudige kamer

Reg. nr. AWB 07/5107 WRO en AWB 07/5109 WRO

UITSPRAAK

als bedoeld in artikel 8:77

van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Uitspraak in het geding tussen

1. de vereniging “Vereniging van Eigenaars van woningen in flatgebouw [adres] te [plaats A.]”, gevestigd te [plaats A.], (hierna de VvE) en

2. [leden], leden van de VvE, eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk, verweerder.

Derde-partij: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid de Muntendamsche Investerings Maatschappij b.v., gevestigd te Den Haag, vergunninghoudster.

Ontstaan en loop van het geding

Bij besluit van 14 december 2005, verzonden op 2 oktober 2006, heeft verweerder aan vergunninghoudster vrijstelling en reguliere bouwvergunning verleend voor het oprichten van winkelruimte, een parkeergarage en 19 appartementen aan de [adres] te [plaats A.].

Bij afzonderlijke besluiten van 5 juni 2007, verzonden op 11 juni 2007, heeft verweerder, overeenkomstig het advies van de Commissie voor de behandeling van bezwaarschriften van 15 januari 2007, het hiertegen door eisers gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze besluiten hebben eisers bij afzonderlijke brieven van 12 juli 2007, ingekomen bij de rechtbank op 13 juli 2007, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

De derde-partij heeft bij brief van 21 augustus 2007 zijn zienswijze op de beroepen gegeven.

De beroepen zijn op 30 januari 2008 gevoegd ter zitting behandeld.

Eiseres sub 1 werd vertegenwoordigd door L. Hazenoot, voorzitter, bijgestaan door mr. dr. K. Heede, advocaat te Noordwijk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.M.C. Rooijers.

De derde-partij werd vertegenwoordigd door mr. F-N. Grooss, advocaat te Den Haag.

Motivering

Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Het bezwaar van eiseres sub 1 is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres sub 1 niet als belanghebbende kan worden beschouwd.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar maken.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Ingevolge het derde lid van voornoemd artikel worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

Blijkens recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna ABRvS) vergelijk bijvoorbeeld (AB 2006, 365 en AB 2007, 278) komt een belangenorganisatie die voor het belang van haar leden opkomt, daarmee op voor een collectief belang, tenzij het tegendeel blijkt. Overigens moet wel ergens uit blijken dat de organisatie, in dit geval de vereniging van eigenaren, voor het belang van haar leden opkomt en dat het aan de orde zijnde belang kan worden beschouwd als zo’n belang van haar leden. In voornoemde uitspraken is voor het aannemen van een dergelijk belang aansluiting gezocht bij de statutaire doelstelling.

Het in geding zijnde reglement van splitsing bevat een bijzonder reglement (hoofd)splitsing en een bijzonder reglement ondersplitsing.

In het bijzonder reglement (hoofd)splitsing is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:

Artikel 15

Vereniging van Eigenaars als bedoeld in artikel 30 Algemeen Reglement.

Artikel 30 vervalt en wordt vervangen als volgt:

1. De bij deze akte opgerichte vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 875f eerste lid onder e Burgerlijk Wetboek is genaamd: “Vereniging van Eigenaars Flatgebouw [adres] te [plaats A.]”.

2. De vereniging is gevestigd te [plaats A.]

3. De vereniging heeft ten doel het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de eigenaars.

In het bijzonder reglement ondersplitsing is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:

De bepalingen artikel 1 tot en met 19 van het bijzonder reglement (hoofd)splitsing als hiervoor in deze akte op pagina’s 3 tot en met 12 vermeld zijn van overeenkomstige toepassing behoudens de navolgende wijzigingen:

(...)

Artikel 15

Vereniging van Eigenaars als bedoeld in artikel 30 Algemeen Reglement.

Artikel 30 vervalt en wordt vervangen als volgt:

1. De bij deze akte opgerichte vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 875f eerste lid onder e Burgerlijk Wetboek is genaamd: “Vereniging van Eigenaars van Woningen in Flatgebouw [adres] te [plaats A.]”.

2. De vereniging is gevestigd te [plaats A.] (Z H)

Artikel 15 van het reglement van ondersplitsing is in die zin gewijzigd dat de statutaire doelstelling als vervat in artikel 15 onder 3 van het reglement van (hoofd)splitsing is komen te vervallen. Aangenomen moet worden dat dit bewust is gebeurd, en dat er dus met opzet niet voor is gekozen om in het bijzonder reglement van ondersplitsing de statutaire doelstelling van de ‘hoofd-VvE’ over te nemen. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat eiseres sub 1 de belangenbehartiging van haar leden, voor zover die verder strekt dan het beheer over de gemeenschappelijke eigendom, welk beheer in artikel 5:126 van het Burgerlijk Wetboek aan de VvE is opgedragen, heeft willen overlaten aan de VvE die is opgericht bij de hoofdsplitsingsakte, niet zijnde eiseres sub 1. Verweerder heeft de VvE terecht niet-ontvankelijk verklaard nu een statutaire doelstelling waaruit blijkt dat eiseres sub 1 opkomt voor de belangen van haar leden én dat het aan de orde zijnde belang haar leden regardeert, ontbreekt.

Het bezwaar van eisers sub 2 is door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend.

Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft, ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift van eisers sub 2 te laat is ingediend. Zij beroepen zich er in dat verband op dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Zij voeren aan dat toepassing moet worden gegeven aan het bepaalde in artikel 6:11 Awb vanwege de volgende redenen:

- gezien de jurisprudentie mochten zij erop vertrouwen dat het bezwaarschrift namens de VvE ontvankelijk werd verklaard of dat de VvE als hun gemachtigde werd gezien;

- in het besluit gericht aan de VvE werd gewezen op de mogelijkheid om bezwaar te maken;

- zij hebben, onmiddellijk nadat zij kennis namen van de stellingname van het college ten aanzien van de ontvankelijkheid van de VvE alsnog bezwaar gemaakt namens de individuele leden.

Het betoog van eisers dat de geschetste gang van zaken noopt tot toepassing van artikel 6:11 van de Awb slaagt niet. In hetgeen eisers naar voren hebben gebracht ziet de rechtbank geen aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Niet kan worden staande gehouden dat de individuele leden niet eerder op persoonlijke titel bezwaar hadden kunnen maken. Eisers konden er niet van uitgaan dat de VvE namens hen kon optreden. Dat zij dit wel hebben gedaan komt voor hun rekening en risico. Het levert geen verschoonbare termijnoverschrijding op.

De beroepen zijn ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank ’s-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart de beroepen ongegrond.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Aldus gegeven door mr. C.J. Waterbolk en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2008, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Margaretha.