Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD0110

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-04-2008
Datum publicatie
23-04-2008
Zaaknummer
AWB 08/9391
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring / overlijden vreemdeling / procesbelang

Met het overlijden van eiser op 20 maart 2008 is de vreemdelingenbewaring geëindigd. De gemachtigde van wijlen eiser heeft meegedeeld dat eiser weliswaar in zijn verhoor heeft gezegd dat hij geen familie had, maar dat kan niet als volledige waarheid worden aangenomen omdat niet in dit soort gehoren altijd daarover de waarheid wordt verteld omdat vreemdelingen vaak hun familie willen sparen. Er is dan ook nog steeds sprake van procesbelang. De rechtbank overweegt dat, nu wijlen eiser aanvankelijk heeft gezegd dat hij geen familie had en de gemachtigde geen feiten of omstandigheden heeft gesteld waaruit geconcludeerd zou moeten worden dat dit anders zou zijn, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 08/9391

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2008

inzake

wijlen [eiser],

geboren op [geboortedatum] 1961,

nationaliteit Israëlische,

eiser,

gemachtigde mr. H. von Hegedus-Faouzi,

tegen

de staatssecretaris van Justitie,

te Den Haag,

verweerder,

gemachtigde mr. J.C.O. Stiphout.

Procesverloop

Op 20 februari 2008 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in bewaring gesteld.

Bij uitspraak van de rechtbank, zittinghoudende te ’s-Hertogenbosch, van 10 maart 2008, is het eerste beroep, strekkende tot opheffing van de vreemdelingenbewaring, ongegrond verklaard.

Eiser heeft op 14 maart 2008 beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. Voorts is om schadevergoeding verzocht.

Naar aanleiding van het beroep heeft verweerder op 19 maart 2008 een voortgangsrapportage ingezonden. De gemachtigde van eiser heeft hierop, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, gereageerd bij schrijven van 20 maart 2008.

Eiser is op 20 maart 2008 overleden.

Naar aanleiding hiervan heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank laten weten het beroep te willen voortzetten met het oog op schadevergoeding.

De zaak is behandeld op de zitting van 8 april 2008, waar wijlen eisers gemachtigde niet is verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. Met het overlijden van eiser op 20 maart 2008 is de vreemdelingenbewaring geëindigd. Op grond van artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000 kan de rechtbank indien de bewaring reeds voor de behandeling van het verzoek om opheffing van die maatregel is geëindigd, aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. De artikelen 90 en 93 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Indien de vreemdeling na het indienen van zijn verzoek is overleden, geschiedt de toekenning ten behoeve van zijn erfgenamen.

2. De gemachtigde van wijlen eiser heeft bij faxbericht van 7 april 2008 onder andere het volgende meegedeeld:

“Eiser is in bewaring overleden. Alleen de vraag of er schadevergoeding zou moeten worden toegekend ligt daardoor nog maar voor. Aangezien het voor ons niet duidelijk is of eiser nabestaanden had en wij een beroepsaansprakelijkheid hebben in deze handhaven we het beroep. Dat eiser in zijn verhoor heeft gezegd dat hij geen familie had kan niet als volledige waarheid klakkeloos worden aangenomen omdat niet in dit soort gehoren altijd daarover de waarheid wordt verteld omdat vreemdelingen vaak hun familie (in Nederland) willen sparen. Ik meen dan ook dat er nog steeds sprake is van procesbelang.”.

3. De rechtbank overweegt als volgt. Nu wijlen eiser aanvankelijk heeft gezegd dat hij geen familie had en de gemachtigde van wijlen eiser geen feiten of omstandigheden heeft gesteld waaruit zou moeten worden geconcludeerd dat dit anders zou zijn, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gedaan door mr. E.H.M. Druijf als rechter in tegenwoordigheid van W.G.M. de Boer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2008.