Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC9131

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
66497 - HA RK 08/65
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder r.o. 1. weergegeven leveren naar het oordeel van de rechtbank niet een uitzonderlijke omstandigheid op die in casu zodanige vrees met betrekking tot vooringenomenheid van de rechter kan rechtvaardigen. Evenmin geven zij grond te vrezen dat het de rechter wier wraking wordt verzocht aan onpartijdigheid ontbreekt noch is de schijn van partijdigheid voor verzoekende partij gewekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 's GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Assen

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 66497 / HA RK 08-65

Beschikking van de meervoudige kamer op het mondeling verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht van 8 april 2008

in de zaak van

[verzoeker],

geboren [geboortedatum], van Sierraleoonse nationaliteit,

IND-dossiernummer: [dossiernummer], V-nummer: [V-nummer],

verzoeker,

gemachtigde mr. A.J. de Boer, advocaat te Sneek.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van wraking d.d. 28 februari 2008, waaruit blijkt dat verzoeker mr. K. Wentholt, rechter in deze rechtbank wenst te wraken;

- de mondelinge behandeling van de wrakingskamer d.d. 1 april 2008.

Het standpunt van verzoeker (samengevat)

Mr. De Boer stelt namens verzoeker dat met name de gang van zaken tijdens de behandeling van de enkelvoudige kamer van de rechtbank 's Gravenhage, zittinghoudende te Assen, d.d. 28 februari 2008 bij verzoeker de overtuiging heeft opgeleverd dat er ten aanzien van mr. Wentholt feiten en omstandigheden bestaan, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Mr. Wentholt heeft, door de behandeling ter zitting doorgang te laten vinden buiten aanwezigheid van een tolk, de belangen van verzoeker ernstig geschaad. De wederpartij, de Staatssecretaris van Justitie, werd daardoor ten onrechte bevoordeeld, omdat mr. Wentholt verzoeker, die niets van de behandeling ter zitting zou meekrijgen, in feite monddood had gemaakt.

Het standpunt van mr. Wentholt

Mr. Wentholt heeft bij brief d.d. 6 maart 2008 verklaard dat zij niet berust in de wraking en afziet van haar recht om gehoord te worden. Mr. Wentholt geeft in die brief als reactie dat zij bij aanvang van de zitting op 28 februari 2008 een procesbeslissing heeft genomen naar aanleiding van het namens verzoeker gedane aanhoudingsverzoek. Zij heeft hierbij geoordeeld dat de behandeling ter zitting een aanvang kon nemen, waarbij zij de belangen van partijen en de goede procesorde heeft betrokken. Zij vermag niet in te zien dat uit deze procesbeslissing sprake zou zijn van enige vooringenomenheid.

Het standpunt van de verweerder

Namens de verweerder, de Staatssecretaris van Justitie/IND te Zwolle, heeft de gemachtigde mr. F.H. Postma bij brief van 13 maart 2008 medegedeeld geen aanleiding te zien om te worden gehoord.

De beoordeling

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder r.o. 1. weergegeven leveren naar het oordeel van de rechtbank niet een uitzonderlijke omstandigheid op die in casu zodanige vrees met betrekking tot vooringenomenheid van de rechter kan rechtvaardigen. Evenmin geven zij grond te vrezen dat het de rechter wier wraking wordt verzocht aan onpartijdigheid ontbreekt noch is de schijn van partijdigheid voor verzoekende partij gewekt.

Uit het proces-verbaal van wraking van 28 februari 2008 leidt de wrakingskamer van de rechtbank af dat verzoeker desgevraagd heeft medegedeeld de Nederlandse taal een beetje machtig te zijn. Verder leidt de rechtbank uit genoemd proces-verbaal af dat mr. Wentholt heeft voorgesteld met de behandeling van de zaak te beginnen en gaande de zitting te beoordelen of het onderzoek ter zitting dient te worden geschorst, en dat zij dit voorstel ook deed uit proceseconomische overwegingen, omdat kort voor de zitting namens verzoeker stukken waren ingebracht die mogelijk tot een nadere vraagstelling van de verweerder zou kunnen leiden.

Naar het oordeel van de wrakingskamer van de rechtbank kan uit de hiervoor weergegeven gang van zaken geenszins enige partijdigheid of vooringenomenheid van de rechter worden afgeleid.

Slotsom

Het door verzoeker gestelde kan niet leiden tot de verzochte wraking. De wrakingskamer van de rechtbank zal het wrakingsverzoek afwijzen.

De beslissing

De rechtbank

1. Wijst het verzoek tot wraking af.

2. Bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.

3. Beveelt dat de griffier onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan verzoeker, de rechter mr. K. Wentholt en de Staatssecretaris van Justitie/I.N.D. te Zwolle.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. van der Kolk, mr. J. van der Vinne en mr. B. van den Bosch, bijgestaan door J. Bos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 8 april 2008 en door mr. J.S. van der Kolk en de griffier ondertekend.