Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8597

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-03-2008
Datum publicatie
03-04-2008
Zaaknummer
255295 / HA RK 05-1015
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rijkswet op het Nederlanderschap; (RWN); Nederlandse nationaliteit verloren door vrijwillige verkrijging van de Zwitserse nationaliteit; geen verkrijging nationaliteit door opgewekt vertrouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

JKL

zaaknummer / rekestnummer: 255295 / HA RK 05-1015

Beschikking van 13 maart 2008 (bij vervroeging)

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te [plaats], Zwitserland,

verzoeker,

advocaat: mr. K.E. Geertsema te Amsterdam,

procureur: mr. A. Bozbey,

t e g e n:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelende te 's-Gravenhage,

belanghebbende,

vertegenwoordigd door mw. mr. L.C.M. Hakkaart.

Partijen worden hierna aangeduid met '[verzoeker]' en 'de Staat'.

1. Het procesverloop:

1.1 [verzoeker] heeft op 6 december 2005 een verzoekschrift ingediend waarin hij de rechtbank verzoekt vast te stellen dat hij sinds [datum] 1947 de Nederlandse nationaliteit bezit, en hij zijn Nederlandse nationaliteit in 1982 niet heeft verloren.

1.2 Tegen de weigering van de Nederlandse vertegenwoordiging in Bern van 12 december 2005 om aan [verzoeker] een Nederlands paspoort af te geven, heeft [verzoeker] op 17 januari 2006 bezwaar aangete-kend bij de Minister van Buitenlandse Zaken.

1.3 De Staat heeft bij brief van 8 augustus 2006 (ingekomen op 10 augustus 2006) zijn standpunt met be-trekking tot het verzoekschrift kenbaar gemaakt. Hij concludeert daarin dat [verzoeker] op 18 maart 1982 zijn Nederlanderschap heeft verloren in verband met de vrijwillige verkrijging van het Zwitserse staatsburgerschap.

1.4 Het onderhavige verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit is aangehouden in afwachting van een beslissing in voormelde bezwaarschriftprocedure.

1.5 Bij beslissing van 14 september 2007 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken voormeld bezwaar van [verzoeker] ongegrond verklaard voor zover het bezwaar zich richtte tegen de vaststelling dat [verzoeker] niet het Nederlanderschap bezit en voor zover het zich richtte tegen de weigering de paspoortaan-vraag in behandeling te nemen. Voor zover het bezwaar zich richtte tegen de weigering een bewijs van Nederlanderschap af te geven is het bezwaar gegrond verklaard met dien verstande dat de Minister het bezwaar gelijktijdig niet ontvankelijk heeft verklaard aangezien het niet was gericht tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.

1.6 De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaats gevonden op 7 februari 2008. Namens [verzoeker] is verschenen mr. K.E. Geertsema, advocaat en procureur te Amsterdam, en namens de Staat is mw. mr. L.C.M. Hakkaart verschenen. De officier van justitie heeft schriftelijk bericht zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank.

2. De beoordeling:

2.1 [verzoeker] is op [datum] 1947 te [plaats] geboren als zoon van de echtelieden [A] en [B]. Op grond van artikel 1 aanhef en onder a van de ten tijde van zijn geboorte van kracht zijnde Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap van 1892 (WNI) verkreeg [verzoeker], als wettig kind van een Nederlandse vader, de Nederlandse nationali-teit.

In 1959 vertrok [verzoeker] naar Duitsland. Met uitzondering van een korte periode in 1980 heeft [verzoeker] sindsdien geen woon- of verblijfplaats meer in Nederland gehad.

2.2 Op 18 maart 1982 heeft [verzoeker] door naturalisatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Bondswet op de verwerving en het verlies van de Zwitserse nationaliteit de Zwitserse nationaliteit ver-kregen. Artikel 7 aanhef en onder 1 van voormelde WNI bepaalde in 1982 dat het Nederlanderschap wordt verloren door naturalisatie in een ander land. Het feit dat in Zwitserland in 1990 het uitgangspunt dat dubbele nationaliteit niet wenselijk is, is verlaten, brengt niet met zich dat [verzoeker] in 1982 de Nederlandse nationaliteit niet zou hebben verloren. Bepalend hiervoor is immers de in 1982 in Neder-land van kracht zijnde WNI. De verkrijging door [verzoeker] van de Zwitserse nationaliteit door natura-lisatie heeft derhalve geleid tot het verlies van zijn Nederlandse nationaliteit. Hieraan doet niet af dat [verzoeker] in 1982 niet in Zwitserland verbleef en de naturalisatie heeft plaatsgevonden hoewel hij, naar eigen zeggen, op dat moment niet voldeed aan de (gewone) voorwaarden voor naturalisatie. Uit de overgelegde stukken is voldoende gebleken dat [verzoeker] vrijwillig en op de in artikel 12 van de hier-voor genoemde Bondswet voorgeschreven wijze in het bezit is gekomen van de Zwitserse nationaliteit.

2.3 [verzoeker] voert aan dat hij tot 1986 in het bezit is geweest van een Nederlands paspoort en dat aan hem in 1995 door de Nederlandse consul te Bazel een bewijs van Nederlanderschap is afgegeven. Hier-door is bij hem het vertrouwen gewekt dat hij ná 1982 de Nederlandse nationaliteit heeft behouden. [verzoeker] beroept zich in dit verband op artikel 7, aanhef en onder 3 sub 5 WNI. De rechtbank stelt voorop dat voornoemd punt 5 geen betrekking heeft op [verzoeker] die immers in Nederland is geboren. Voorts heeft te gelden dat, zoals hiervoor reeds is overwogen, vast staat dat [verzoeker] in 1982 zijn Ne-derlandse nationaliteit heeft verloren. De wijzen van verkrijging (c.q. herkrijging) van de Nederlandse nationaliteit worden limitatief in de Nederlandse nationaliteitswetgeving opgesomd. Hieronder valt niet het opgewekt vertrouwen als gevolg van (naar achteraf gebleken) ten onrechte afgeven c.q. niet inhou-den van een Nederlands paspoort en/of het afgeven van een verklaring van Nederlanderschap.

2.4 Het feit dat [verzoeker] in Frankrijk staat geregistreerd met zowel de Nederlandse als de Zwitserse nati-onaliteit doet aan één en ander niets af. Besslissend is dat [verzoeker] in 1982 naar Nederlands recht zijn Nederlandse nationaliteit heeft verloren.

2.5 Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek dient te worden afgewezen.

BESLISSING:

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W.T. Vriezen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 maart 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.