Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7561

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
25-03-2008
Datum publicatie
26-03-2008
Zaaknummer
09/753540-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, bezitten en verspreiden, meermalen gepleegd. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen. Tevens heeft verdachte deze afbeeldingen ter verspreiding aangeboden door zogenaamde peer-to-peer software op zijn computer te installeren en ook daadwerkelijk verspreid. Op een aantal van deze afbeeldingen worden zeer jonge kinderen in de leeftijd van 4 tot 10 jaar misbruikt. De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: -33, 33a, 36b, 36c, 57, 240b van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf van 6 maanden. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/753540-07

's-Gravenhage, 21 maart 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1954,

adres: [adres],

thans gedetineerd in de P.I. Haaglanden, [...].

De terechtzitting.

Het onderzoek is -na eerdere zittingen op 2 oktober 2007 en 17 december 2007- gehouden ter terechtzitting van 10 maart 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr P.A. Steur, advocaat te Oegstgeest, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Drie benadeelde partijen hebben zich gevoegd.

De officier van justitie mr A.C. Kramer heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2 primair, 3, 4 primair, 5, 6 primair, 7 en 8 telastgelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [A] tot het gevorderde bedrag van € 2.020,-.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.020,- subsidiair 40 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [A].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [B] tot het gevorderde een bedrag van € 2.020,-.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.020,- subsidiair 40 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B].

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [C].

Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd dat de blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen -hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis gehecht- onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp genummerd 2 zal worden onttrokken aan het verkeer. Dit geldt ook voor de voorwerpen genummerd 3 en 5 voor zover daarop kinderporno is opgeslagen. Het voorwerp genummerd 4 kan aan verdachte worden teruggegeven. Ook het voorwerp genummerd 1 kan worden teruggegeven behoudens de harde schijf, die dient te worden onttrokken aan het verkeer.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A1, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A2.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 2 primair en subsidiair, 3, 4 primair en subsidiair, 5, 6 primair en subsidiair, 7 en 8 is telastgelegd.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Uit het dossier blijkt -kort samengevat- het volgende.

In september 2006 heeft [C], toen 13 jaar oud, aan haar moeder verteld dat zij in

1999 was misbruikt door verdachte. Tot een aangifte is het toen niet gekomen, omdat [C] daartoe niet in staat bleek bij de politie. Wel heeft [C] met enkele hulpverlenende instanties gesproken, waaronder een meidencoach. Als [C] op [..] mei 2007 logeert bij haar vriendin [B], toen 17 jaar, treft zij daar in de ochtend verdachte in de keuken. Zij raakt bij het zien van verdachte overstuur en vertelt [B] haar ervaringen met verdachte. Hierop heeft [B], aan [C] verteld dat zij vergelijkbare ervaringen heeft met verdachte, die een huisvriend van de familie [familie van B] is. Beiden zijn naar hun moeder gegaan om het te vertellen, waarbij de moeders met elkaar in contact zijn getreden en er is besloten aangifte te doen. Bij [C] gaat het daarbij om misbruik gedurende een tweetal weken in de zomer van 1999 en bij [B] betreft het een periode van januari 1998 tot januari 2001. Omdat het zusje van [B], [A], 11 jaar oud, vaak bij de dochter van verdachte speelt, maakten [B] en haar moeder zich ook zorgen over [A]. Zij zijn met haar gaan praten en dit leidt vervolgens tot een aangifte tegen verdachte voor misbruik vanaf 2006 tot mei 2007.

Door de vader van [D], 9 jaar oud, is aangifte gedaan, nadat hij op straat was aangesproken over de aangiftes tegen verdachte. Hij is daarop met [D], die regelmatig bij verdachte thuis kwam, gaan praten, met de aangifte tot gevolg. Deze aangifte ziet op een periode van januari 2005 tot juni 2007.

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting het hem verweten misbruik van deze meisjes ontkend.

Mede in aanmerking genomen dat de verdachte telastgelegde feiten met betrekking tot [C] en [B] lange tijd geleden zouden hebben plaatsgevonden en het tijdsverloop, zeker bij (zeer) jonge kinderen, een vertroebelend effect kan hebben op de herinneringen van het betrokken kind, kan alleen een bewezenverklaring volgen indien de verklaringen van deze meisjes worden ondersteund door andere bewijsmiddelen.

De rechtbank neemt hierbij mede in aanmerking de wijze van totstandkoming van de aangiftes en de onderlinge verhoudingen van de betrokkenen. De moeders van [C] en [B] hebben, na met elkaar en hun dochters - vriendinnen van elkaar - te hebben gesproken, aangifte gedaan. Daarbij komt dat [C] reeds met (onder meer) een meidencoach heeft gesproken over het seksueel misbruik voordat zij in mei 2007 aangifte heeft gedaan. Nu de meisjes met elkaar en met anderen hebben gesproken, kan niet worden uitgesloten dat hun verklaringen hierdoor (onbewust) in meer of mindere mate zijn beïnvloed.

De noodzakelijk ondersteuning voor de verklaringen van [C] en [B] kan niet worden gevonden in de aangiften van hun moeders. Beide verklaringen zijn immers niet gebaseerd op een eigen waarneming, maar komen voort uit hetgeen zij van hun dochters hebben gehoord. Voor het overige bevinden zich in het dossier geen stukken die kunnen bijdragen aan ondersteuning van de door [C] en [B] afgelegde verklaringen. Dat de moeder van [B] heeft verklaard dat zij heeft gezien dat [C] op [..] mei 2007 overstuur naar boven rende toen zij verdachte zag, is daarvoor onvoldoende. Aan deze reactie kan ook een andere oorzaak ten grondslag hebben gelegen.

Voor de aangiften van [A] en [D] biedt het dossier evenmin enige ondersteuning. In het geval van [A] zijn er alleen haar eigen verklaringen, afgelegd na gesprekken met haar moeder en haar oudere zus. Wat betreft [D] heeft te gelden dat de aangifte van haar stiefvader, [stiefvader], is gebaseerd op zijn gesprek met [D]. Daarbij komt nog dat in het daarop volgende studioverhoor van [D] geen duidelijke bevestiging wordt gegeven van de in de aangifte door de stiefvader beschreven handelingen.

Ten aanzien van hetgeen verdachte onder 3, 5 en 7 is telastegelegd - kort gezegd de bedreigingen van [C], [B] en [A] - kan bewijs slechts worden ontleend aan de door deze meisjes afgelegde verklaringen. Iedere ondersteuning daarvan ontbreekt in het dossier.

De rechtbank hecht eraan op te merken dat zij hiermee niet uitspreekt dat de verklaringen van de meisjes, zoals deze zich in het dossier bevinden, onwaar zijn. De rechtbank komt tot de vrijspraak ten aanzien van de feiten 2 tot en met 8 omdat zij gelet op het ontbreken van betrouwbaar ondersteunend bewijs niet zonder twijfel kan vaststellen dat verdachte deze feiten heeft begaan.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank het volgende.

In de telastlegging zijn een aantal van de op de computer van verdachte aangetroffen kinderpornografische bestanden opschreven. Het betreft hier een opsomming van een aantal voorbeelden. De telastlegging laat dus ruimte over om verdachte ook voor de verspreiding van andere dan de specifiek omschreven bestanden te veroordelen. Het bestand '[naam bestand]' is zo’n bestand. Van dit bestand is vast komen te staan dat dit kinderpornografisch van aard is en op enig moment vanaf de computer van verdachte is

ge-upload en daarmee verspreid. Hiermee is voldoende wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan de verspreiding van kinderpornografie.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte het op de gewijzigde dagvaarding onder 1 telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen. Tevens heeft verdachte deze afbeeldingen ter verspreiding aangeboden door zogenaamde peer-to-peer software op zijn computer te installer en ook daadwerkelijk verspreid. Op een aantal van deze afbeeldingen worden zeer jonge kinderen in de leeftijd van 4 tot 10 jaar misbruikt.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij doelbewust op het internet op zoek is geweest naar pornografische afbeeldingen van jonge kinderen en dat een deel van deze afbeeldingen door toedoen van verdachte zijn verspreid. Door zo te handelen heeft verdachte het seksueel misbruik van jeugdigen en de exploitatie hiervan bevorderd. Het is een feit van algemene bekendheid dat om dergelijke afbeeldingen te kunnen maken een ernstige inbreuk wordt gemaakt op de lichamelijke integriteit van de betrokken kinderen, welke inbreuk grote negatieve psychische gevolgen met zich mee kan brengen en de seksuele ontwikkeling van de jeugdige slachtoffers kan schaden. De verklaring van verdachte dat hij alles verzameld wat extreem is en uit deze passie een fotoserie met naakte jonge meisje compleet wilde maken, acht de rechtbank onbegrijpelijk en onaannemelijk.

Verdachte heeft de rechtbank ook niet duidelijk kunnen maken in hoeverre hij daarmee de misdrijven tegen de menselijkheid, zoals de verdachte kinderporno zelf noemt, zou willen bestrijden.

Door de rechtbank is verder acht geslagen op een Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 20 juni 2007, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Het voorgaande overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij.

[A], wonende [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.020,-.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte van de onder 6 en 7 telastgelegde feiten is vrijgesproken.

[B], wonende [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.020,-.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte van de onder 4 en 5 telastgelegde feiten is vrijgesproken.

[C], wonende [adres], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, reeds omdat daarin geen bedrag is genoemd.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 1 verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien

met betrekking tot dit aan verdachte toebehorende voorwerp het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan, de harde schijf die zich in dit voorwerp bevind zal de rechtbank onttrekken aan het verkeer;

De rechtbank zal de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 2 onttrekken aan het verkeer aangezien met behulp van dit voorwerpen het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan;

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 3, 4 en 5. De rechtbank kan aan de hand van het dossier niet vaststellen dat zich op deze voorwerpen afbeeldingen bevinden die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

-33, 33a, 36b, 36c, 57, 240b van het Wetboek van Strafrecht;

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 2 primair en subsidiair, 3, 4 primair en subsidiair, 5, 6 primair en subsidiair, 7 en 8 telastgelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1 telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, bezitten en verspreiden, meermalen gepleegd.

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op : 18 juni 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 21 juni 2007,

opheffing voorlopige hechtenis: 18 maart 2008;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat de benadeelde partijen, [A], [B] en [C]

niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding;

verklaart verbeurd de blijkens de aan dit proces-verbaal gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 1. De harde schijf die zich in deze computer bevindt verklaart de rechtbank onttrokken aan het verkeer;

verklaart onttrokken aan het verkeer de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 2;

gelast de teruggave aan verdachte van het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 3, 4 en 5.

mrs R. Elkerbout, voorzitter,

V.F. Milders en P.C. Krekel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.H. Tjokrojoso, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 maart 2008.