Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7485

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-03-2008
Datum publicatie
26-03-2008
Zaaknummer
AWB 08-8494
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring / Suriname / geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn

Geen sprake van zicht op uitzetting naar Suriname binnen redelijke termijn. Daarbij is van belang dat gebleken is dat de presentatie van eiseres bij de Surinaamse autoriteiten is gepland voor 24 september 2008. Dit is door verweerders gemachtigde ter zitting van de rechtbank ook bevestigd. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank niet meer gezegd worden dat zicht op uitzetting binnen redelijke termijn bestaat. Dat eiseres in verband met de grote voorraden bij de Surinaamse autoriteiten niet eerder kan worden gepresenteerd, kan daar niet aan afdoen. De stelling van verweerder dat eiseres mogelijk eerder gepresenteerd zou kunnen worden op een opengevallen presentieplaats, indien zij aangeeft vrijwillig terug te willen keren, is te vaag om tot de conclusie te kunnen komen dat op grond van die stelling zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 59
Vreemdelingenwet 2000 106
Vreemdelingenbesluit 2000
Vreemdelingenbesluit 2000 4.21
Vreemdelingenbesluit 2000 5.2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JNVR 2008/79

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 08/8494

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2008

inzake

[eiseres],

geboren op [geboortedatum] 1980,

nationaliteit Surinaamse,

verblijvende te Zeist in het detentiecentrum,

eiseres,

gemachtigde mr. M.R. Roethof,

tegen

de staatssecretaris van Justitie,

te Den Haag,

verweerder,

gemachtigde mr. A.M. Zeeman.

Procesverloop

Op 4 maart 2008 is eiseres op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in bewaring gesteld.

Op 10 maart 2008 is namens eiseres tegen haar inbewaringstelling beroep ingesteld. Voorts is om schadevergoeding verzocht.

De zaak is behandeld op de zitting van 17 maart 2008, waar eiseres is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt thans of de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van vreemdelingenbewaring in overeenstemming is met de wet en bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is.

2. Namens eiseres is – kort weergegeven – betwist dat eiseres zonder bijstand van een advocaat gehoord wenste te worden gehoord. Voorts betwist eiseres dat verweerder niet zou beschikken over bewijs omtrent haar identiteit. Zij wijst in dit verband op de door haar verstrekte informatie met betrekking tot de door haar op 25 februari 2008 ingediende aanvraag om een reguliere verblijfsvergunning. Verder stelt eiseres dat zij onvoldoende middelen van bestaan heeft. Verweerder heeft zich volgens eiseres niet gehouden aan zijn inspanningsverplichting om tijdens de strafrechtelijke detentie verwijderingsactiviteiten te verrichten. Tenslotte bestaat er naar de mening van eiseres geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.

3. Met betrekking tot de grief dat het recht van eiseres op rechtsbijstand is geschonden overweegt de rechtbank dat uit het op proces-verbaal van verhoor van 4 maart 2008, ingevolge artikel 59 Vw 2000 juncto artikel 5.2 Vb 2000, blijkt dat eiseres heeft verklaard geen advocaat bij het gehoor te willen. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan dit op ambtseed opgemaakte proces-verbaal te twijfelen, zodat de grief dat eiseres in haar recht op rechtsbijstand is geschaad geen doel treft.

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op goede gronden eiseres krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in het belang van de openbare orde en met het oog op de uitzetting, in bewaring heeft gesteld. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat eiseres

- geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft;

- niet beschikt over een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000;

- niet beschikt over voldoende middelen van bestaan;

- is veroordeeld voor het plegen van een misdrijf;

- ongewenst is verklaard.

Het voorgaande is voldoende grond ernstig te vermoeden dat eiseres zich aan haar uitzetting zal onttrekken. De stelling van eiseres met betrekking tot haar identiteit kan niet slagen nu onduidelijk is gebleven waarom zou zijn voldaan aan vorenbedoeld vereiste in artikel 4.21 van het Vb 2000. De stelling van eiseres dat zij beschikt over voldoende middelen van bestaan stellingen is niet onderbouwd en faalt derhalve.

5. De stelling dat verweerder tijdens de strafdetentie van eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht met het oog op de uitzetting van eiseres, kan naar het oordeel van de rechtbank evenmin slagen. Volgens paragraaf A6/5.3.7.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000), voor zover thans van belang, is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk voorkomen wordt dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in vreemdelingenbewaring gesteld moeten worden. Toch kan het voorkomen dat een vreemdeling na zijn detentie in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld moet worden. In casu zijn reeds op 23 januari 2008 en 20 februari 2008 vertrekgesprekken met eiseres gevoerd. Eveneens tijdens de strafrechtelijke detentie is op 31 januari 2008 de laissez passeraanvraag voor Suriname verzonden naar de LP-afdeling en is deze aanvraag op 5 februari 2008 verzonden aan de Surinaamse autoriteiten. Gelet op al het vorenstaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan zijn inspanningsverplichting tijdens de strafrechtelijke detentie van eiseres.

6. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat eiseres is ingepland voor een presentatie in persoon bij de Surinaamse autoriteiten op 24 september 2008. Verweerder heeft er ter zitting op gewezen dat per presentatiedatum vier personen bij de Surinaamse autoriteiten kunnen worden gepresenteerd. Indien eiseres aangeeft dat zij vrijwillig wil terugkeren, kan zij mogelijk eerder, op een plek die openvalt, worden gepresenteerd. Desgevraagd heeft verweerder geen opheldering kunnen verschaffen of de kopie van het paspoort van eiseres, waarvan melding is gemaakt in het verslag van het gesprek op 20 februari 2008, een kopie van een geldig dan wel een verlopen paspoort betreft. Voorts is onduidelijkheid blijven bestaan of eiseres zelf over haar paspoort kan beschikken. Eiseres heeft hierover tegenstrijdige verklaringen afgelegd.

7. De rechtbank kan eiseres volgen in haar stelling dat geen sprake is van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn. Daarbij is van belang dat blijkens het model M119 Dossier vreemdelingenbewaring van 4 maart 2008 overgelegde voortgangsgegevens de presentatie van eiseres bij de Surinaamse autoriteiten eerst is gepland voor 24 september 2008. Dit is door verweerders gemachtigde ter zitting van de rechtbank ook bevestigd. Gelet hierop kan naar het oordeel van de rechtbank niet meer gezegd worden dat zicht op uitzetting binnen redelijke termijn bestaat. Dat eiseres in verband met de grote voorraden bij de Surinaamse autoriteiten niet eerder kan worden gepresenteerd kan daar niet aan afdoen. De stelling van verweerder dat eiseres mogelijk eerder gepresenteerd zou kunnen worden op een opengevallen presentieplaats, indien zij aangeeft vrijwillig terug te willen keren, is te vaag om tot de conclusie te kunnen komen dat op grond van die stelling zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.

8. Nu blijkens de hiervoor reeds genoemde voortgangsgegevens verweerder reeds bij de aanvang van de bewaring bekend was met het feit dat de presentatie van eiseres eerst op 24 september 2008 kan plaatsvinden, moet de bewaring van aanvang af onrechtmatig worden geacht. De rechtbank termen aanwezig om eiseres schadevergoeding toe te kennen.

9. Op grond van het bepaalde in artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank, indien zij de opheffing van een maatregel tot vrijheidsontneming beveelt, dan wel de vrijheidsontneming reeds voor de behandeling van het verzoek om opheffing van die maatregel wordt opgeheven, aan de vreemdeling een vergoeding ten laste van de Staat toekennen. Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 90 en 93 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

10. Uitgangspunt bij de vaststelling van de schadevergoeding vormt de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak betreffende de vergoeding van immateriële schade bij inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis, die uitgaat van een schadevergoeding van € 95,00 voor elke dag die in een politiecel is doorgebracht en van € 70,00 voor elke dag die in een huis van bewaring is doorgebracht.

11. Overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank de dag waarop de bewaring is geëindigd, te weten 18 maart 2008, buiten beschouwing laten bij de vaststelling van de schadevergoeding, zodat eiseres over de periode van 4 maart 2008 tot en met 17 maart 2008 schadevergoeding toekomt. In totaal bedraagt de schadevergoeding 2 x € 95,00 en 12 x € 70,00 is € 1.030,00.

12. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 644,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

13. Aangezien ten behoeve van eiseres een toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb de betaling van dit bedrag te geschieden aan de griffier van de rechtbank.

14. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gericht tegen de bewaring gegrond;

- beveelt de opheffing van de maatregel tot vrijheidsontneming ex artikel 59 van de Vw 2000 van eiseres met ingang van 18 maart 2008;

- wijst het verzoek om schadevergoeding toe, ten laste van de Staat der Nederlanden, ten bedrage van € 1.030,00;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten vastgesteld op € 644,00;

- wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die de proceskosten dient te vergoeden;

- bepaalt dat het bedrag van de proceskosten moet worden voldaan aan de griffier.

Aldus gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries als rechter in tegenwoordigheid van P. Bijen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2008.

Voornoemd lid van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken beveelt de tenuitvoerlegging van de in deze uitspraak toegekende schadevergoeding ten bedrage van € 1.030,00 (ZEGGE: EENDUIZENDDERTIG EURO)

Aldus gedaan op 18 maart 2008 door mr. J.R. van Es-de Vries.