Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC7362

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-03-2008
Datum publicatie
21-03-2008
Zaaknummer
UTL-I-2007.036.808 raadkamernummer 08/15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Verzoek van het Rwanda Tribunaal tot overlevering van Rwandees op wie de verdenking rust de volgende, krachtens het Statuut van het Rwanda Tribunaal strafbare feiten te hebben gepleegd: conspiracy to commit genocide; genocide; complicity in genocide; killing and causing violence to health and physical or mental well-being as serious violations of article 3 common to the Geneva Conventions of 1949 and Additional Protocol II of 1977. De rechtbank verklaart de overlevering aan het Rwanda Tribunaal van de opgeëiste persoon ter fine van strafvervolging ter zake van de feiten waarvoor zijn overlevering is gevraagd toelaatbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

OVERLEVERINGSKAMER

(UITSPRAAK)

kenmerk UTL-I-2007.036.808

raadkamernummer 08/15

's-Gravenhage, 21 maart 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, overleveringskamer, doet de volgende uitspraak op een verzoek van het Rwanda Tribunaal (nader te noemen onder 1) tot overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedatum] 1945 te [geboorteplaats] (Rwanda),

thans gedetineerd in de P.I. Haaglanden, locatie Zoetermeer,

verder te noemen de opgeëiste persoon.

1. Hierna te gebruiken afkortingen.

Rwanda Tribunaal of ICTR: het Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen aansprakelijk voor genocide en andere ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, begaan op het grondgebied van Rwanda of buurlanden van Rwanda op tijdstippen gelegen tussen 1 januari 1994 en 31 december 1994, ingesteld bij resolutie 955 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 8 november 1994.

Registrar: de Registrar van het Rwanda Tribunaal

Uitvoeringswet Rwanda Tribunaal: de Wet van 18 december 1997, Stb. 754, houdende bepalingen verband houdende met de instelling van het Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen aansprakelijk voor genocide en andere ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, begaan op het grondgebied van Rwanda en van Rwandese burgers aansprakelijk voor genocide en andere van dergelijke schendingen, begaan op het grondgebied van buurlanden, tussen 1 januari 1994 en 31 december 1994.

Uitvoeringswet Joegoslavië Tribunaal: de Wet van 21 april 1994, Stb. 308, houdende bepalingen verband houdende met de instelling van het Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen aansprakelijk voor ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht, begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië sedert 1991.

Statuut: het Statuut van het Rwanda Tribunaal, opgenomen in de bijlage bij resolutie 955 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van 8 november 1994.

Regels: Rules of Procedure and Evidence of the International Criminal Tribunal for Rwanda.

2. Het verzoek tot overlevering.

Per faxbericht van 17 augustus 2007 heeft de Registrar de minister van justitie van Nederland verzocht om overlevering van de opgeëiste persoon voornoemd ter fine van strafvervolging.

3. De overgelegde stukken.

I. een faxbericht van de minister van justitie aan het arrondissementsparket Den Haag d.d. 17 augustus 2007; hierbij is gevoegd:

1. de Engelstalige beslissing van de Kamer van Berechting van het Rwanda Tribunaal, genaamd 'Decision on Prosecutor's Extremely Urgent Motion for Revocation of the Referral to the Kingdom of the Netherlands Pursuant to Rule 11bis (F) & (G)', d.d. 17 augustus 2007;

II. een brief van de minister van justitie aan het arrondissementsparket Den Haag d.d. 27 augustus 2007; hierbij zijn gevoegd:

a. een gecertificeerde kopie van de Engelstalige beslissing van de Kamer van Berechting van het Rwanda Tribunaal waarin wordt bepaald dat de strafvervolging tegen de opgeëiste persoon op verzoek van de Nederlandse officier van justitie dient te worden teruggenomen door het Rwanda Tribunaal, genaamd 'Decision on Prosecutor's Extremely Urgent Motion for Revocation of the Referral to the Kingdom of the Netherlands Pursuant to Rule 11bis (F) & (G)', d.d. 17 augustus 2007;

b. een gecertificeerde kopie van een door de Kamer van Berechting van het Rwanda Tribunaal uitgevaardigd Engels- en Franstalig arrestatiebevel met betrekking tot de opgeëiste persoon, genaamd 'Warrant of Arrest and Order for Transfer and Detention' d.d. 17 augustus 2007;

c. een gecertificeerde kopie van de Engels- en Franstalige gewijzigde telastlegging ('amended indictment') met betrekking tot de opgeëiste persoon, d.d. 1 december 2006;

d. een Engels- en Franstalige gecertificeerde kopie van artikel 20 van het Statuut en de artikelen 42 en 43 van de Regels;

e. een ontvangstbevestigingsformulier dat door de opgeëiste persoon dient te worden ondertekend;

III. een brief van de minister van justitie aan het arrondissementsparket Den Haag d.d. 4 september 2007, ingekomen op 5 september 2007; hierbij is gevoegd:

1 een zendbrief van de Eerste Ambassadesecretaris Politiek en Cultuur te Dar es Salaam, Tanzania aan het ministerie van buitenlandse zaken d.d. 23 augustus 2007; hierbij is gevoegd:

a. een brief van de Assistant Secretary-general Registrar van het Rwanda Tribunaal aan de ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden in Tanzania, d.d. 20 augustus 2007 betreffende de transmissie van een 'Warrant of Arrest and Order for Transfer and Detention' met betrekking tot [opgeeiste persoon], Zaak no. ICTR-2005-86-11bis en de 'Decision on Prosecutor's Extremely Urgent Request for Revocation of the Referral to the Kingdom of the Netherlands pursuant to Rule 11bis (F) & (G)'; hierbij zijn de onder II.a. tot en met II.e. genoemde documenten in tweevoud gevoegd;

IV. een brief van de officier van justitie te 's-Gravenhage aan de voorzitter van de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage, gedateerd 5 maart 2008, ingekomen 6 maart 2008; hierbij is gevoegd:

1 een in de Engelse taal gestelde notitie van de Registrar van het Rwanda Tribunaal aan de Nederlandse officier van justitie, getiteld 'Note to the attention of the Dutch Public Prosecutor with reference to Mr. [opgeëiste persoon] security concerns in view of his impending transfer to Arusha' d.d. 28 februari 2008; hierbij zijn gevoegd:

a. 'Registrar's Submissions Under Rule 33(B) Of The Rules On Prosecutor's Extremely Urgent Motion And Public Defence Response For Revocation Of The Referral Order Pursuant To Rule 11bis (F) And (G)' d.d. 15 augustus 2007;

b. 'Registrar's Further Submissions Under Rule 33(B) Of The Rules On Prosecutor's Extremely Urgent Motion And Public Defence Response For Revocation Of The Referral Order Pursuant To Rule 11bis (F) And (G)' d.d. 16 augustus 2007;

c. 'Decision on Prosecutor's Extremely Urgent Motion For Revocation Of The Referral To The Kingdom of The Netherlands Pursuant To Rule 11bis (F) And (G)' d.d. 17 augustus 2007;

d. 'Registrar's Submission Under Rule 33(B) of the Rules on 'Public Defence Application to the President of the Tribunal for Modification of Detention Conditions Pursuant Rule 64'' d.d. 23 augustus 2007;

e. 'Decision on Defence Application for Modification of Detention Conditions of the Accused' d.d. 29 augustus 2007;

V. een gecertificeerde vertaling van de onder II.a. tot en met II.d., III.1.a., IV.1. en IV.1.a tot en met IV.1.e. genoemde documenten;

VI. De beslissing van rechter Khan, Acting President van het Rwanda Tribunaal, genaamd 'Decision on Joint Prosecution and Defence Application for Modification of Detention Condidtions of the Accused - Rules 21 and 64 of the Rules of Procedure and Evidence', d.d. 6 maart 2008;

VII. een schriftelijke vordering van de officier van justitie te 's-Gravenhage, gedateerd 11 september 2007, strekkende tot in behandelingneming van het verzoek tot overlevering en tot gevangenhouding van de opgeëiste persoon;

VIII. een beschikking dagbepaling en oproeping van de fungerend voorzitter van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 februari 2008.

4. Overige stukken.

Ter zitting van de overleveringsrechter van 7 maart 2008 heeft de officier van justitie een schriftelijke samenvatting overgelegd, houdende haar opvatting omtrent de toelaatbaarheid van het overleveringsverzoek.

5. Omschrijving van het verzoek.

Blijkens de onder II. onder c genoemde gewijzigde telastlegging van 1 december 2006 rust op de opgeëiste persoon de verdenking de volgende krachtens het Statuut strafbare feiten te hebben gepleegd:

1. Conspiracy to commit genocide (on the basis of individual criminal responsibility):

The Prosecutor charges [de opgeëiste persoon] with conspiracy to commit genocide, a crime stipulated in Article 2(3)(b) of the Statute, in that on or between the dates of 1 January and 17 July 1994, [de opgeëiste persoon] did conspire with at least 22 others to kill or cause serious bodily or mental harm to members of the Tutsi racial or ethnic group with the intent to destroy, in whole or in part, a racial or ethnic group, as such;

dit vond blijkens de toelichting op deze beschuldiging plaats in Rwanda;

2. Genocide (on the basis of both individual and superior criminal responsibility):

The Prosecutor of the ICTR charges [de opgeëiste persoon] with genocide, a crime stipulated in article 2(3)(b) of the Statute, in that from 1 January 1994 to 17 July 1994, throughout Rwanda, particularly in [préfecture], [de opgeëiste persoon] was responsible for killing or causing serious bodily or mental harm to members of the Tutsi racial or ethnic group, with intent to destroy, in whole or in part, a racial or ethnic group, as such;

3. Complicity in genocide (on the basis of both individual and superior criminal responsibility):

The Prosecutor of the ICTR charges [de opgeëiste persoon] with complicity in genocide, a crime stipulated in Article 2(3)(e) of the Statute, in that from 1 January to 17 July 1994, throughout Rwanda, particularly in [préfecture], [de opgeëiste persoon] was responsible for killing or causing serious bodily or mental harm to members of the Tutsi racial or ethnic group, with intent to destroy, in whole or in part, a racial or ethnic group, as such, or with knowledge that other people intended to destroy, in whole or in part, the Tutsi racial or ethnic group, as such, and that his assistance would contribute to the crime of genocide;

4. Killing and causing violence to health and physical or mental well-being as serious violations of article 3 common to the Geneva Conventions of 1949 and Additional Protocol II of 1977 (on the basis of both individual and superior criminal responsibility):

The Prosecutor of the ICTR charges [de opgeëiste persoon] with killing and causing violence to health and physical or mental well-being as serious violations of article 3 common to the Geneva Conventions of 1949 and Additional Protocol II of 1977, a crime stipulated in Article 4(a) of the Statute, in that [de opgeëiste persoon] was responsible for killing and seriously injuring non-combatant Tutsi during the period 7 April 1994 and 17 July 1994 when there was throughout Rwanda a non-international armed conflict within the meaning of Articles 1 and 2 of Protocol II Additional to the Geneva Conventions of 1949, and the killing and serious injury of the victims was closely related to the hostilities or committed in conjunction with the armed conflict and the victims were persons taking no part in that conflict.

6. Het onderzoek ter zitting.

Ter zitting van 7 maart 2008 heeft de voorzitter mededeling gedaan van het overleveringsverzoek alsmede van de inhoud van de hiervoor onder 3 genoemde stukken.

De opgeëiste persoon, ter zitting verschenen en bijgestaan door zijn raadsman mr. G.G.J. Knoops, heeft verklaard dat hij is degene die in het overleveringsverzoek wordt genoemd, dat hij de Rwandese nationaliteit bezit en dat hij zich tegen de gevraagde overlevering verzet. Door en namens de opgeëiste persoon is ter zitting verweer gevoerd, waarop hieronder wordt ingegaan.

De officier van justitie heeft in de samenvatting, onder 4. genoemd, te kennen gegeven dat de gevraagde overlevering toelaatbaar is.

7. Beoordeling van de toelaatbaarheid van de gevraagde overlevering.

7.1 Op het verzoek is toepasselijk: Het Statuut, de Uitvoeringswet Rwanda Tribunaal en de Uitvoeringswet Joegoslavië Tribunaal.

7.2 De door de opeisende partij overgelegde stukken voldoen aan de eisen vervat in artikel 55(B) van de Regels.

7.3 De feiten waarop de onder 3 genoemde stukken betrekking hebben zijn strafbare feiten waarvan het Rwanda Tribunaal ingevolge het Statuut bevoegd is kennis te nemen.

7.4. Door of namens de opgeëiste persoon zijn ter zitting geen verweren gevoerd , op grond waarvan de rechtbank een beletsel zou moeten aannemen voor de toelaatbaarheid van de gevraagde overlevering terwijl de rechtbank ook ambtshalve niet van zodanig beletsel is gebleken.

7.5. De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoek van de raadsman een geconditioneerde overlevering te overwegen in het kader van het door de rechtbank aan de minister van justitie te geven advies. De raadsman heeft verzocht de minister nader in overweging te willen geven de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon plaats te laten vinden, nadat er een beslissing is van de President van het Rwanda Tribunaal op het (waarschijnlijk nog in te dienen) verzoek tot heroverweging ('motion for reconsideration') van de 'Decision on Joint Prosecution and Defence Application for Modification of Detention Conditions of the Accused - Rules 21 and 64 of the Rules of Procedure and Evidence' d.d. 6 maart 2008 bij de President van het Rwanda Tribunaal of de (eventuele) beslissing over de 'application for leave to appeal' met betrekking tot bovengenoemde beslissing van 6 maart 2008 bij de Kamer van Berechting van het Rwanda Tribunaal. Het is echter niet zeker dat er een 'application for leave to appeal' zal worden ingesteld tegen die beslissing.

Ter onderbouwing voert de raadsman aan dat de opgeëiste persoon gedurende een detentie in de United Nations Detention Facility (UNDF) van het Rwanda Tribunaal in Arusha (Tanzania) een groot veiligheidsrisico zal lopen ,omdat hij na ommekomst van de overdracht bloot zal staan aan het aanmerkelijke risico dat hij zal worden gedood door hem vijandig gezinde personen.

Een andere door de raadsman naar voren gebrachte mogelijkheid met betrekking tot het achterwege laten van de feitelijke overlevering van de opgeëiste persoon aan het Tribunaal, is de procedure bij het Rwanda Tribunaal te versnellen, aangezien een derde land zich bereid heeft verklaard om de opgeëiste persoon in dat derde land zijn straf te laten ondergaan. Dit zou betekenen dat de opgeëiste persoon voor en na de noodzakelijke 'hearings' bij het Rwanda Tribunaal in de United Nations Detention Unit (UNDU) te Scheveningen gedetineerd zou blijven, totdat hij - afhankelijk van de beslissing van het Rwanda Tribunaal - naar een derde land zou worden overgebracht. Daarnaast verzoekt de raadsman de rechtbank in haar advies aan de minister als voorwaarde voor de feitelijke overdracht te verbinden dat door de Registrar van het Rwanda Tribunaal een actueel veiligheidsonderzoek ten behoeve van de opgeëiste persoon wordt opgesteld, zoals reeds door de Registrar is toegezegd in paragraaf 21 van de hierboven onder 3.IV.1. genoemde notitie.

7. De toepasselijke verdrags- en wetsartikelen.

Behalve de reeds genoemde artikelen zijn van toepassing de artikelen:

- artikel 4 Uitvoeringswet Joegoslavië Tribunaal en artikel 2 Uitvoeringswet Rwanda Tribunaal.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart toelaatbaar de overlevering aan het Rwanda Tribunaal van [de opgeëiste persoon] voornoemd ter fine van strafvervolging ter zake van de feiten waarvoor zijn overlevering is gevraagd, zoals omschreven in de hiervoor onder 3.II.a, 3.II.b. en 3.II.c. aangeduide documenten.

Deze uitspraak is gewezen door

mrs Van Rossum, voorzitter,

Veldt-Foglia en Schaaf, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Otten, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 maart 2008.

mr. Veldt-Foglia is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.