Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6884

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-02-2008
Datum publicatie
17-03-2008
Zaaknummer
304341 / HA RK 08-145
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schorsing bestuurders ex artikel 2:298, lid 2 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 298
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 19
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JRV 2008, 500
JIN 2008/260
AR-Updates.nl 2008-0193
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

JKL

zaaknummer / rekestnummer: 304341 / HA RK 08-145

Beschikking van 12 februari 2008

in de zaak van:

Mr. J.H.J. EIJKELBOOM,

officier van Justitie bij het Functioneel Parket en op grond van artikel 137 lid 5 Wet RO plaatsvervangend officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag,

verzoeker,

procureur: mr. W. Heemskerk,

t e g e n:

1. [verweerder A],

2. [verweerder B],

beiden wonende te [woonplaats],

verweerders.

Belanghebbenden zijn de stichtingen:

1. Stichting Huisvesting Alleenstaanden en Meerpersoonshoudens;

2. Stichting Huisvesting Alleenstaanden en Meerpersoonshoudens

- Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers (verkorte naam: Stichting Sham-AMA);

3. Stichting Huisvesting Alleenstaanden en Meerpersoonshoudens

- Noodopvang Haaglanden (verkorte naam: Stichting Sham-Noodopvang Haaglanden);

4. Stichting Huisvesting Alleenstaanden en Meerpersoonshoudens

- Centrale Opvang Woningen (verkorte naam: Stichting Sham - Cow);

5. Stichting Huisvesting Alleenstaanden en Meerpersoonshoudens

- Alleenstaande Minderjarige Asielzoekers Haaglanden (verkorte naam:

Stichting Sham-AMA Haaglanden),

alle statutair gevestigd te Den Haag.

1. Verweerder sub 1 (hierna te noemen: [A]) is voorzitter van de vijf hiervoor als belanghebbenden genoemde stichtingen. Verweerder sub 2 (hierna te noemen: [B]), is secretaris/penningmeester van die stichtingen.

2. Verzoeker heeft op 8 februari 2008 een verzoekschrift ingediend waarin hij de rechtbank verzoekt voorlopige voorzieningen te treffen in het bestuur van belanghebbenden en [A] en [B] ex artikel 2:298, lid 2, BW. te schorsen als bestuurders. Voorts met benoeming - in hun plaats - van één of meer tijdelijke bewindvoerders, met kostenveroordeling en uitvoerbaar verklaring bij voorraad. Gelijktijdig heeft verzoeker - bij een afzonderlijk verzoekschrift - de rechtbank verzocht [A] en [B] als bestuurders van genoemde stichtingen te ontslaan, dit op de voet van artikel 2:298, lid 1, BW.

3. Verzoeker voert ter ondersteuning van de verzochte voorlopige voorzieningen het volgende aan.

Uit opsporingsonderzoek is gebleken dat [A] en [B] zich ten aanzien van alle vijf de stichtingen hebben schuldig gemaakt aan wanbeheer, en dat zij in strijd met de wet en in strijd met de statuten van de Stichting Sham - Noodopvang Haaglanden hebben gehandeld. Het opsporingsonderzoek is gestart op 21 november 2007. Op 22 januari 2008 hebben doorzoekingen plaatsgevonden van kantoorpanden en woningen van betrokkenen. Op 29 januari 2008 respectievelijk 30 januari 2008 hebben doorzoekingen plaatsgevonden van de woningen van [A] en [B].

Bij verzoeker bestaat de vrees dat [A] en [B] hun wanbeheer en handelen in strijd met de wet en de statuten zullen voortzetten. Voortzetting van dit handelen zou er toe leiden dat, na de bedragen die reeds aan de vermogens van de stichtingen zijn onttrokken, nogmaals aanzienlijke gelden aan de stichtingen worden onttrokken zonder dat de doelen van de stichtingen daarmee worden gediend.

4. Volgens verzoeker bestaat het financieel wanbeheer onder meer hieruit dat onder het bestuur van [A] en [B] derden (de directeur, de informele adjunct directeur en de verzorgster van de financiële administratie van de vijf stichtingen) in staat waren aanzienlijke bedragen uit de vermogens van de stichtingen naar henzelf of aan hen gelieerde rechtspersonen over te hevelen, terwijl onduidelijk is of daar reële tegenprestaties tegenover stonden. Voorts zijn aanzienlijke bedragen aan [A] en [B] zelf en/of aan rechtspersonen waarvan zij direct of indirect aandeelhouder zijn betaald. Ook voor die bedragen geldt dat de doelen van de stichtingen daarmee niet werden gediend. [A] en [B] zijn bevoegd betalingen uit de vermogens van de stichtingen te verrichten.

Tevens is het verzoeker bekend dat in elk geval de directeur tot verschillende rekeningen van de stichtingen gemachtigd is en dat de verzorgster van de financiële administratie over de mogelijkheid beschikt elektronische betalingen van rekeningen van de stichtingen te verzorgen.

Eén of meer tijdelijke nieuwe bestuurders kunnen volgens verzoeker voortzetting van het geconstateerde handelen en nalaten voorkomen door de lopende machtigingen van de rekeningen van de stichtingen in te trekken en de banken daarover te berichten. Tevens kunnen zij zorg dragen voor voortzetting van de activiteiten van de stichtingen die wel in het doel van de stichtingen passen.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

Artikel 19 Rv. bepaalt dat de rechter partijen over en weer in de gelegenheid stelt hun standpunten naar voren te brengen en toe te lichten en zich uit te laten over elkaars standpunten en over alle bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht, één en ander tenzij uit de wet anders voortvloeit. Dit artikel staat er echter niet aan in de weg dat de rechter met het oog op de ernst van de aan het verzoek tot schorsing van bestuurders en benoeming van tijdelijke bestuurders ten grondslag gelegde feiten of de spoedeisendheid van de verzochte voorzieningen, tot het treffen daarvan overgaat zonder de bestuurders vooraf te horen (zie HR 20 april 2007, NJ 2007, 241). Bij de verdere behandeling van het gelijktijdig door verzoeker ingediende verzoek tot ontslag van [A] en [B] als bestuurders kan er dan worden beoordeeld of de gronden tot het treffen van de voorlopige voorzieningen toereikend waren en of de noodzaak tot het handhaven daarvan nog steeds bestaat. [A] en [B] zullen op een later tijdstip in de procedure ex artikel 2:298 lid 1 BW in de gelegenheid worden gesteld hun standpunten met betrekking tot de voorlopige voorziening kenbaar te maken.

6. In de door verzoeker overgelegde processen-verbaal van bevindingen wordt melding gemaakt van onderzoeken ingesteld in de administratieve bankbescheiden van (één van) de stichtingen. Hieruit blijkt dat er vele betalingen zijn gedaan aan [A] of een aan hem gelieerde onderneming. Voor een aantal van die betalingen zijn geen facturen aangetroffen. Voor een ander deel van de betalingen zijn wel facturen aangetroffen met een omschrijving als "conform afspraak". In ieder geval is niet duidelijk dat het gaat om betalingen passend binnen het doel van de stichting. Ten aanzien van [B] wordt in genoemde processen-verbaal gemeld dat hij met betrekking tot de stichting Sham - Noodopvang Haaglanden in strijd met de statuten een bestuursvergoeding heeft ontvangen voor zijn werkzaamheden. Voorts wordt gemeld dat [B] met [A] mede ondertekenaar is van overeenkomsten aangegaan met de directeur en/of een aan hem gelieerd bedrijf op basis waarvan door de directeur en de verzorgster van de financiële administratie aanspraak wordt gemaakt op een zeer omvangrijke afvloeiingsregeling.

7. Gelet op de ernst van de hiervoor bedoelde verdenkingen jegens [A] en [B], zal de rechtbank hen, in afwachting van de uitspraak op het verzoek tot hun ontslag, schorsen als bestuurders van de vijf stichtingen, met benoeming van mr. F.H. Tiethoff tot tijdelijke nieuwe bestuurder.

8. De beslissing over de kosten van deze voorlopige voorzieningen zal worden aangehouden tot de einduitspraak op het verzoek tot ontslag van [A] en [B] ex artikel 2:298 lid 1 BW.

BESLISSING:

De rechtbank:

- schorst hangende het onderzoek [A] en [B] als bestuurders van de vijf hiervoor genoemde stichtingen;

- benoemt in de plaats van [A] en [B] tot tijdelijke nieuwe bestuurder van de vijf stichtingen:

- mr. F.H. Tiethoff, advocaat en procureur te 's-Gravenhage, aldaar kantoorhoudende aan de Anna van Saksenlaan 30, postbus 93455, 2509 AL 's-Gravenhage, tel: 070-3746300, fax: 070-3746333;

- verklaart deze beschikking tot hiertoe uitvoerbaar bij voorraad;

- houdt de beslissing over de kosten van deze procedure aan tot de

einduitspraak in de tussen partijen aanhangige verzoekschriftprocedure ex art. 2:298 lid 1 BW.

Deze beschikking is gegeven door mr. Punt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.