Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6882

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
17-03-2008
Zaaknummer
284754 / HA ZA 07-997
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In de onderhavige zaak heeft Cordaid de bestuurder van een onderneming in Ghana op het gebied van de ananasteelt persoonlijk aangesproken in verband met het niet nakomen van een gesloten overeenkomsten, bestaande uit het onbetaald laten van de vordering van Cordaid.

Geen causaal verband tussen geleden schade en verwijt. Geldvordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 284754 / HA ZA 07-997

Vonnis van 13 februari 2008

in de zaak van

Stichting CORDAID,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres,

procureur mr. C.M. Gonsalves,

tegen

[gedaagde A.],

wonende te [plaats X.],

gedaagde,

procureur mr. M.M. Hoving.

Partijen zullen hierna Stichting Cordaid en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 juni 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 27 september 2007, voortgezet op 13 december 2007.

Na de sluiting van de comparitie van antwoord is van mr. Gonsalves ontvangen de brief van 10 januari 2008 en van mr. Hoving de brief van 14 januari 2008. De rechtbank zal het gestelde in de brief van mr. Gonsalves buiten beschouwing laten, omdat uit de aantekeningen van de zitting niet blijkt dat uitlatingen zijn gedaan zoals door mr. Gonsalves gesteld.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

- Cordaid is een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie die samen met lokale overheden over de hele wereld armoede bestrijdt. Sinds enige jaren ontwikkelt Cordaid ook projecten in samenwerking met (lokale) private ondernemingen.

- [gedaagde] is directeur van Tongu Gold Farms Ltd, een vennootschap naar Ghanees recht (hierna: Tongu). 80% van alle aandelen in Tongu is in handen van Tongu Fruits BV te [plaats X.], waarvan [A.] Management en Consulting BV de bestuurder is. Van laatstgenoemde BV is [gedaagde] enig bestuurder en aandeelhouder. Tongu heeft als doel het exploiteren van een onderneming op het gebied van de ananasteelt. Naast voornoemde vennootschappen is [gedaagde] bestuurder van de vennootschap naar Ghanees recht Tongu Fruits (Ghana) Ltd, welke vennootschap de ananassnijderij nabij Sogakofe in het district South Tongu exploiteert. Bij Tongu Fruits Ltd. is Cordaid nimmer betrokken geweest, maar wel bij de activiteiten van Tongu.

- Op 21 november 2002 leent Cordaid namelijk € 779.000,- aan Tongu voor het zogenoemde MD2-project, genoemde naar de ananasvariëteit MD2 die nog niet in Ghana was geintroduceerd. Dit project is gericht op het ontwikkelen van de zelfstandige ananasproductie door kleinschalig opererende boeren en op het ontwikkelen van een nieuwe ananassoort. Op de leningsovereenkomst zijn toepasselijk de General conditions Cordaid applicable to loan agreements: art. 8 van die voorwaarden eist onmiddellijke terugbetaling van leningen en rente bij verzuim. Voorts houden de voorwaarden in dat een eerste termijn van € 50.000,- na 36 maanden wordt terugbetaald. Tot zekerheid is een pandrecht verstrekt op voorraden, materialen, installaties en vorderingen. Voorts is als zekerheidovereen gekomen dat Tongu Fruits BV haar vorderingen op Tongu achterstelt bij die van Cordaid en dat Tongu Fruits BV haar vorderingen op Tongu verpandt aan Cordaid. Tenslotte zijn Tongu en Cordaid overeengekomen dat Tongu jaarlijkse gedetailleerde informatie zoals genoemd in Appendix IV zal verschaffen, alsmede “financial statements, audited by an external auditor” en volgens de richtlijnen van Appendix V.

- Op 9 december 2002 heeft Cordaid van voornoemd bedrag € 500.000,- aan Tongu betaald.

- In januari 2003 volgt een schenking door Cordaid van € 253.000,-.

- Voorts heeft Cordaid op 16 mei 2003 aan Cordaid het restant van de lening, namelijk € 279.000,- betaald.

- Op 18 februari 2004 stuurt Tongu voor het eerst haar rapportage aan Cordaid.

- Per mail van 10 maart 2004 bericht [persoon B.], regio kredietmedewerker bij Cordaid, dat het rapport niet de met Cordaid afgesproken audited financial statements bevat (waaronder een halfjaarlijkse winst- en verliesrekening). Bovendien wijst hij [gedaagde] erop dat is afgesproken halfjaarlijks te rapporteren; hij verzoekt [gedaagde] dat voortaan te doen. Verder wil hij informatie over de besteding van het geld van Cordaid en of er volgens de planning kan worden gewerkt. [Persoon B.] eindigt de mail met de opmerking dat hij veel informatie al mondeling heeft gekregen, maar dat het nu belangrijk is om dit goed op papier te zetten.

- Op 1 april 2004 vindt er overleg plaats tussen [gedaagde] en Cordaid.

- In 2004 maakt Tongu winst en op 9 juli 2004 betaalt Tongu aan Cordaid € 33.060,- , zijnde de verschuldigde rente over 2003.

- Op 17 juli 2004 volgt een nieuwe rapportage door Tongu, waarmee Cordaid (vooralsnog, zegt zij zelf) genoegen neemt. In het rapport wordt vermeld dat in mei 2003 een aannemer is geselecteerd voor de bouw van het opleidingscentrum en dat dit gebouw eind januari 2004 is opgeleverd. Begin maart 2004 is begonnen met de lessen aan de plaatselijke boeren. Als plaatselijke projectleider is de heer [D.] aangesteld; hij is begonnen met het selecteren van plaatselijke boeren en het opzetten van de theoretische opleiding. Daarnaast is in het rapport gesteld dat is overgeschakeld op een andere variëteit ananas, namelijk MD2 in plaats van Smooth Cayenne. Per 1 juli waren 1 miljoen invitro planten uitgezet in de hal. Cijfers ontbreken in het rapport.

- In juli 2004 schenkt Cordaid aan Tongu € 47.500,- voor een tweede project, bestaande uit het winnen van sap uit ananasresten dat vervolgens kan worden verkocht door straatkinderen. Dit heet het CAS-project (Catholic Action for Streetchildren, project is opgezet in samenwerking met deze organisatie), bij Cordaid bekend als MD2A.

- Op 22 juli 2004 leent Cordaid € 100.000,- aan Tongu voor het zojuist genoemde CAS-project. Tot zekerheid heeft [gedaagde] een persoonlijke borgtocht verstrekt.

- Op 30 juli 2004 ontvangt Cordaid de financiele gegevens van Tongu over 2002 en 2003, in het rapport van [accountantskantoor]. Het rapport bevat geen “audited” gegevens. Op pagina 9 van het rapport is vermeld dat er een “current account” is met Tongu Fruits BV (eind 2002 € 421.100,- en eind 2003 € 595.300,-) en met Tongu Fruits Ltd (eind 2002 € 192.800,- en eind 2003 € 0).

- Naar aanleiding van een niet in het geding gebrachte mail van Cordaid van 1 november 2004 stuurt [accountantskantoor] vervolgens op 8 december 2004 aan Cordaid een kasstroomoverzicht van in 2003 van Cordaid ontvangen gelden alsmede lijsten van materiele vaste activa met onder andere de toelichting:

“Het forse verlies is te verklaren door de overstap van de teelt van Smooth Cayenneplanten naar de MD2 planten. Dit heeft enerzijds extra kosten opgeleverd en anderzijds ook de omzet beperkt, doordat de eerste leveringen van MD2 planten pas na twee jaar kan beginnen.”

- Op 23 december 2004 betaalt Tongu € 38.950,- aan Cordaid, zijnde de rente over 2004 voor het MD2-project.

- In februari 2005 bezoekt Cordaid Ghana.

- Op 7 april 2005 bezoekt Cordaid Tongu: [gedaagde] deelt dan aan Cordaid mede dat de activiteiten in Ghana hem boven het hoofd groeien en hij daarom wil gaan samenwerken met Volta Integrated Agricutural Development Ltd (VIAD). Afgesproken is dat [gedaagde] op 27 april 2005 een kort evaluatierapport inlevert, waarin zal worden aangegeven welke ontwikkelingen zich hebben afgespeeld in de afgelopen periode en wat hiervan de gevolgen zijn voor met name het MD2-project.

- Op 8 augustus 2005 stuurt [gedaagde] een verslag getiteld: “Toekomstvisie Tongu Gold Farm en de fruitsnijderij”. Hij schrijft dat er inmiddels in totaal 500 mensen werken bij Tongu en bij de fruitsnijderij, maar dat de hoeveelheid werk hem boven het hoofd gaat groeien en zijn arts hem heeft aangeraden om het rustiger aan te doen. De fruitsnijderij en Tongu wil hij overdoen aan [persoon E.], de huidige manager van de fruitsnijderij. De plantenkwekerij en shootfarm worden voortgezet door [persoon F.] en [persoon G.]. Het in vitro laboratorium zal eind 2006 worden overgedragen aan SBW, een bedrijf in Roelofarendsveen.

- Op 22 augustus 2005 vindt een bespreking plaats tussen Cordaid en [gedaagde]. De daarin gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een brief van 25 augustus 2005. De brief bevat een overzicht van zaken die Cordaid naar aanleiding van de verkoop opgehelderd/uitgewerkt wil zien. Cordaid verzoekt onder andere audited financial statements op het moment van verkoop met een specificatie van de bestedingen van de leningen van Cordaid.

- Op 14 oktober 2005 koopt [gedaagde] alle aandelen Tongu Fruits ltd. van de andere aandeelhouders en verkoopt al deze aandelen op 15 oktober 2005 aan VIAD; eigenaar van VIAD is de heer [H.]. Tongu Fruits Ltd was zoals reeds overwogen eigenaar van de ananassnijderij (fabriek en bijbehorende opslagruimte).

- Op 30 december 2005 stuurt [gedaagde] aan Cordaid een rapport met de naam Status report on the ghana gold project. Bij het rapport is gevoegd een “summary of sources and application of funds so far on the project”, alsmede een overzicht van activa.

- Bij brief van 13 januari 2006 van Cordaid aan [gedaagde] schrijft Cordaid dat het rapport geen antwoorden geeft op de mail van 25 augustus. Meer in het bijzonder schrijft Cordaid dat het Report onvoldoende informatie geeft over de veranderingen die gaan plaatsvinden in de eigendom en het management van het project en de gevolgen daarvan voor de boeren. Ook wijst Cordaid erop dat zij nog steeds geen “audited financial statements” heeft ontvangen met betrekking tot de besteding van het door haar betaalde. Cordaid maakt zich grote zorgen en dreigt met juridische stappen als Tongu de gevraagde informatie uiteindelijk niet zal verschaffen.

- Op 16 januari 2006 geeft de heer [H.] per brief uitleg aan Cordaid dat VIAD ook de activiteiten van Tongu wil overnemen, maar dat daarvoor de consent van Cordaid nodig is. Sinds 3 januari 2006 heeft VIAD al enige stappen ondernomen: naar verwachting zullen er eind januari 2006 60 lokale boeren zijn geregistreerd in Akatsi, zal land-preparatie starten in februari voor de eerste 30 boeren met een opleiding, zal een “Outgrowers Association”worden gevormd en op 28 februari 2006 geïnaugureerd en zal de opleiding van de tweede groep boeren starten in februari 2006.

- Op 5 feb 2006 stuurt [gedaagde] een gewijzigd rapport aan Cordaid. Hij beschrijft dat het is gelukt om de MD2-varieteit van ananas te introduceren en de trainingcentra op te zetten. Het trainen en laten bewerken van een eigen stuk land door plaatselijke boeren heeft vertraging opgelopen. Voorts staat daarin onder meer vermeld dat VIAD per 1 oktober 2005 alle aandelen van Tongu Fruits Ltd. heeft gekocht, alsmede dat [gedaagde] managing director blijft. Er komt een nieuwe TFGL en die zal de activa van Tongu kopen, als Cordaid akkoord gaat; TFGL zal de aansprakelijkheid voor de lening overnemen. Het rapport is behalve door [gedaagde] ook ondertekend door de heer [H.].

- Op 9 feb 2006 vindt een gesprek plaats tussen Cordaid, [gedaagde] en [H.] van VIAD (de volgens Cordaid gemaakte afspraken bevestigt zij in haar brief van 13 februari 2006): [gedaagde] zal Tongu Fruits Ltd. en Tongu verkopen aan [H.]. Cordaid stelt voorwaarden voor haar medewerking aan de verkoop, onder andere wil zij dat het MD2-project in tact blijft, dat [gedaagde] de openstaande rente uiterlijk 18 februari 2006 betaalt.

- Op 16 februari 2006 doet de heer [H.] het voorstel om de leningen van Cordaid aan Tongu over te laten nemen door Tongu Fruits Ltd., terwijl VIAD borg zal staan.

- Op 6 en 8 maart 2006 bezoekt [Persoon B.] van Cordaid Tongu ter plaatse in Ghana en praat met name met de heer [H.] van VIAD. Een verslag van zijn bezoek mailt hij op 15 maart 2006 aan een aantal collega’s bij Cordaid; volgens hem dient er te worden gekozen tussen voortzetting van het project op een andere plaats met VIAD of stoppen en het opvragen van de lening en donatie vanwege het niet juist uitvoeren van het project.

- Met haar brief van 23 maart 2006 aan Tongu en VIAD eist Cordaid vervolgens met onmiddellijke ingang betaling van haar leningen, schenkingen en rente omdat volgens haar realisatie van de projecten onmogelijk is. Zij toont zich bereid om met VIAD te praten over investering van een deel van het terugbetaalde in een door VIAD te ontwikkelen nieuw project met plaatselijke boeren.

- Tongu reageert op de brief per mail op 5 april 2006. Zij schrijft dat het spijtig is dat de projecten niet zijn gerealiseerd op de wijze zoals aanvankelijk was bedoeld, maar dat Tongu de opgeeiste bedragen niet kan betalen. Tongu stelt voor de van VIAD te ontvangen koopsom te gebruiken om aan Cordaid € 879.000,-, de rente en de € 47.500,- terug te betalen.

- Cordaid antwoordt op 1 mei 2006 dat zij het voorstel in overweging zal nemen, maar dan de beschikking wil over de overeenkomsten van Tongu Fruits Ltd. en VIAD.

- In Juni 2006 ontvangt Cordaid een afschrift van die overeenkomsten. Cordaid beschuldigt [gedaagde] ervan dat hij goederen heeft verkocht aan VIAD waarop Cordaid een pandrecht heeft. Cordaid is bereid het betalingsvoorstel van [gedaagde] te accepteren, waarbij hij de van VIAD ontvangen gelden gebruikt om Cordaid te betalen, maar dan moet er een overeenkomst worden getekend tussen Cordaid, [gedaagde] en VIAD en bovendien dient [gedaagde] dan volgens Cordaid voor het gehele verschuldigde bedrag persoonlijk borg te staan. Cordaid stelt een betalingsschema voor.

- In zijn mail van 14 juli 2006 stelt de heer [H.] dat hij akkoord is met het voorstel van Cordaid, maar hij verzoekt tevens in verband met aangeduide tegenvallers in het ananas-project de ingang van het terugbetalingsschema een jaar op te schuiven, naar 30 april 2007.

- Op 5 september 2006 mailt de heer [H.] aan [gedaagde] (cc aan Cordaid) dat [gedaagde] heeft verzwegen dat hij activa van Tongu Fruits Ltd. in zekerheid had gegeven aan Cordaid voor leningen van Cordaid. Nu VIAD door Cordaid voor betaling wordt aangesproken, roept zij jegens [gedaagde] de vrijwaringsovereenkomst in. Zij is bereid om de problemen met Cordaid te helpen oplossen indien [gedaagde] zorg voor de “complete construction”van de Kingdom Premium Fruits Capacho Processing Plant, een ander bedrijf dat onder andere eigendom is van de heer [H.].

- Van de totale koopsom van € 1.500.000,- heeft VIAD € 194.000,- betaald. Het is thans onzeker of er meer betalingen zullen volgen. Verhaal op VIAD langs gerechtelijke weg zal in Ghana op moeizame wijze verlopen.

3. Het geschil

3.1. Stichting Cordaid vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een drietal hoofdsommen, alle met wettelijke rente, namelijk € 829.743,- , € 100.000,- en € 47.500,-. Voorts vordert zij buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, daaronder begrepen de kosten van de gelegde beslagen en van de bewaring

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Toepasselijk recht

In de onderhavige zaak heeft Cordaid [gedaagde] als bestuurder van Tongu persoonlijk aangesproken in verband met het niet nakomen door Tongu van de door Tongu met Cordaid gesloten overeenkomsten, bestaande uit het onbetaald laten van de vordering van Cordaid.

Op de grond als vermeld in paragraaf 7 van de inleidende dagvaarding zal de rechtbank Nederlands recht toepassen, waarvan partijen eveneens zijn uitgegaan. Maatstaf is dan of het handelen van [gedaagde] ten opzichte van Cordaid in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

4.2. Externe omstandigheden

Bij de beoordeling van de vordering van Cordaid naar Nederlands recht dient, zoals overwogen, rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Cordaid stelt weliswaar dat van externe omstandigheden dient te worden geabstraheerd, maar deze stelling is nergens op gebaseerd en in strijd met de jurisprudentie van de Hoge Raad op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid en van onrechtmatige daad in het algemeen. Dit alles klemt in deze zaak temeer omdat vaststaat dat er in 2005 grote externe problemen in Ghana zijn ontstaan; het gaat daarbij om het volgende.

De kweekmethode waarmee Tongu was gestart, namelijk invitro, bleek niet te werken, waardoor moest worden overgestapt op een andere kweekmethode (invivo). Dit leidde tot extra kosten en een vertraging van het project met een jaar.

Voorts daalden de prijzen van ananas op de wereldmarkt met 80%. In het projectplan wordt uitgegaan van een prijs van € 13,- per doos, maar deze prijs daalde naar € 5 of € 8,- per doos. Dit probleem deed zich bij de onderhavige projecten temeer voelen, aangezien Tongu de plaatselijke boeren een prijs had gegarandeerd, waardoor de daling van de marktprijs geheel voor rekening van Tongu kwam.

Het CAS-project ondervond op haar beurt hinder van de door de Ghanese regering gevoerde campagne tegen zwerfafval, waardoor de verpakkingen van het ananassap niet meer mochten worden gebruikt. Hierdoor kon er tot 2005 niet worden geproduceerd.

Door de extreme inflatie in Ghana was er € 113.500,- meer nodig voor de investeringen.

Door deze externe factoren leed Tongu in 2005 verlies, waardoor zij de rente en aflossing niet aan Cordaid kon betalen. Dat aan [gedaagde] een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt van dit verlies, heeft Cordaid niet gesteld. Meer in het bijzonder heeft Cordaid niet gesteld wat [gedaagde] in het licht van de genoemde omstandigheden had kunnen en moeten doen om het verlies te verminderen dan wel te voorkomen.

Naast voornoemde omstandigheden geldt dat het erg lastig is om boekhoudkundige gegevens (“cijfers”) uit Ghana te krijgen. [gedaagde] heeft aanvankelijk de administratie laten doen door 3 mensen van [accountantskantoor], die in Ghana voor hem werkten. In 2004 en 2005 heeft Tongu de cijfers laten opstellen door een Ghanese accountant, de heer [S.]; de cijfers zouden ter plaatse worden gecontroleerd door Global Charted Accoutnants, maar dit is niet meer gebeurd omdat Tongu dit niet meer kon betalen.

Tenslotte heeft [gedaagde] bloot gestaan aan bedreigingen van plaatselijke stamhoofden in verband met de huur van land in Ghana. Zoals reeds overwogen bij de feiten zijn de problemen [gedaagde] boven het hoofd gegroeid en heeft hij een koper gezocht en uiteindelijk gevonden, VIAD. Cordaid is niet akkoord gegaan met de verkoop van Tongu aan VIAD, ook niet toen [gedaagde] aanbood om de betaling door VIAD te gebruiken om de leningen en rente aan Cordaid te betalen.

Tegen de achtergrond van deze omstandigheden zal de rechtbank de verwijten van Cordaid aan [gedaagde] bespreken.

4.3. Bewijs van besteding van het door Cordaid geschonken en geleende geld

Het eerste verwijt van Cordaid aan [gedaagde] is dat het aan Tongu geleende en geschonken geld niet overeenkomstig het bepaalde in de schenkings- en leningsovereenkomst is aangewend. Ter comparitie van 13 december 2007 heeft Cordaid haar stelling gespecificeerd in die zin dat zij erkent dat er van de door Cordaid betaalde € 500.000,- voor een bedrag van € 350.000,- aan plantenmateriaal is gekocht, zoals is afgesproken; van de resterende € 150.000,- stelt Cordaid niet te weten waaraan dat bedrag is besteed. Datzelfde geldt voor de in 2004 door Cordaid betaalde bedragen van € 100.000,- en € 47.500,-. Tenslotte stelt Cordaid dat Tongu Fruits BV en Tongu Fruits Ltd. een bedrag van € 270.000,- aan Tongu hebben onttrokken. [gedaagde] betwist deze stellingen.

Aan de rechtbank is niet duidelijk geworden wat het causale verband is tussen dit verwijt van Cordaid en de uiteindelijk door haar geleden schade. Cordaid stelt niet dat de door Tongu verschuldigde rente en aflossing die zij thans derft zou kunnen worden terugbetaald, indien uit de jaarstukken duidelijk zou blijken hoe het geld van Cordaid is geïnvesteerd. Reeds hierom kan dit verwijt niet leiden tot vergoeding van schade.

Voorts geldt dat de aan Cordaid verschafte informatie inderdaad niet conform de appendix V bij de leningsovereenkomst was, maar dat Cordaid in ieder geval voor 2002 en 2003 genoegen heeft genomen met door [gedaagde] verschafte informatie. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de jaarrekening over 2003 (met daarbij vermeld de cijfers over 2002) en de aanvulling daarop van 8 december 2004 (met kasstroomoverzicht en activalijsten) van besteding van de gelden. Cordaid heeft op die rapportage geen enkele opmerking gemaakt (ook niet in verband met het feit dat de cijfers niet “geaudited” zijn) en vond kennelijk de verschafte informatie voldoende.

Overigens blijkt uit rapport van [accountantskantoor] dat er per 31 december 2002 een rekening-courantverhouding bestond van Tongu met zowel Tongu Fruits BV als Tongu Fruits Ltd; per 31 december 2003 stond de rekening-courantschuld van Tongu Fruits Ltd op 0. Ook hierover heeft Cordaid geen enkele opmerking gemaakt en evenmin verzocht om aanvullende zekerheden of het alsnog nakomen van de afgesproken achterstelling. Het is dan niet redelijk om jaren later aan de bestuurder van Tongu persoonlijk te verwijten dat de rekening-courant van Tongu Fruits Ltd. is verminderd.

Over 2004 en 2005 zijn geen jaarstukken meer opgesteld door een accountant, wel volgens [gedaagde] door de heer [S.] in Ghana. [gedaagde] heeft gesteld dat het zeer lastig was om cijfers uit Ghana te krijgen en dat de door hem genomen maatregel van stationering van acountants ter plaatse in Ghana door het gelden verlies niet meer kon worden betaald. Nu dit verlies werd veroorzaakt door de in overweging 4.2 genoemde externe oorzaken en [gedaagde] daarvan geen enkel persoonlijk verwijt wordt gemaakt, kan hem evenmin worden verweten dat Tongu de accountant niet meer kon betalen. Dientengevolge kan hem persoonlijk niet worden verweten dat er over 2004 en 2005 geen accountantsrapportage (waaruit blijkt waaraan het geld van Cordaid is besteed) is gekomen.

4.4. Nalaten verschaffen verplichte informatie?

In de tweede plaats verwijt Cordaid aan [gedaagde] dat Tongu niet de informatie heeft verschaft zoals afgesproken in Appendix IV bij de leenovereenkomst.

Ook bij dit verwijt heeft Cordaid echter niet duidelijk gesteld wat het verband is met de door haar geleden schade; om deze reden kan deze stelling de vordering van Cordaid niet dragen.

Voorts geldt dat het de rechtbank niet duidelijk is geworden hoe [gedaagde] een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt van de onvolledige informatie. Cordaid geeft dat niet aan, zij stelt alleen maar dat [gedaagde] de enige was die de informatie gaf en dat die de informatie te laat kwam en niet de afgesproken gegevens bevat. Gelet op de omvang van het project en de tegenslagen kan [gedaagde] persoonlijk niet worden verweten dat hij niet ieder half jaar een gedetailleerde rapportage zond. Een ernstig verwijt is het zeker niet: Cordaid heeft zelf adequaat gereageerd op de onvolledige informatie van [gedaagde] door hem nadere vragen te stellen en bezoeken ter plaatse te brengen.

4.5. Verwijt ivm verkoop aan VIAD?

Cordaid verwijt [gedaagde] in de derde plaats dat hij Tongu heeft verkocht aan VIAD zonder rekening te houden met de belangen van Cordaid.

[gedaagde] betwist dat hij naast Tongu Fruits Ltd. Tongu dan wel goederen daarvan aan VIAD heeft verkocht en blijkens de koopovereenkomst met VIAD heeft hij gelijk. Wat er echter precies behoorde tot het vermogen van Tongu en wat tot het vermogen van Tongu Fruits Ltd, dient te blijken uit de balansen van de vennootschappen. Die zijn echter niet in het geding gebracht. Uit de stukken, die wel in het geding zijn gebracht, is niet zonder meer af te leiden of er niet enige activa van Tongu mogelijk zijn meeverkocht alsof het activa van Tongu Fruits Ltd. zijn. Zo stelt [gedaagde] bijvoorbeeld dat de opleidingsschool in Nutekpor van Tongu Fruits Ltd. is en daarom kon worden verkocht aan VIAD, maar mogelijk staat het opleidingscentrum op de balans van Tongu per 31 december 2003. Tongu is immers met een opleidingscentrum in Nutekpor begonnen. Voorts komt tractor GT 28116G voor op de appendix met goederen van Tongu, doch tevens op de lijst met aan VIAD verkochte goederen van Tongu Fruits Ltd.

Van een persoonlijk ernstig verwijt is hier echter volgens de rechtbank geen sprake. Het was immers aanvankelijk de bedoeling van [gedaagde] en VIAD om ook Tongu te (ver)kopen en dan is minder van belang welke activa van welke vennootschap zijn. En bij die verkoop heeft [gedaagde] zich ingespannen om ook de belangen van Cordaid te waarborgen.

Overigens gaat de stelling van Cordaid dat [gedaagde] met de verkoop in strijd met het pandrecht van Cordaid heeft gehandeld niet op, omdat Cordaid de pandakten niet heeft laten registreren. Er was derhalve geen pandrecht gevestigd, zodat hierop evenmin een inbreuk kan worden gemaakt.

4.6. Conclusie

Uit het voorgaande volgt dat aan [gedaagde] als bestuurder van Tongu geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank zal de vordering van Cordaid afwijzen en haar als in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde].

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Stichting Cordaid in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.136,00 een verschotten en € 8.027,50 aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.F. Dam en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2008