Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6875

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-02-2008
Datum publicatie
17-03-2008
Zaaknummer
283913n/ HA RK 07-295
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoeker kan de door hem gestelde Nederlandse nationaliteit niet ontlenen aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, RWN (Rijkswet op het Nederlanderschap).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

JKL

zaaknummer / rekestnummer: 283913 / HA RK 07-295

Beschikking van 28 februari 2008A

in de zaak van:

[verzoeker],

wonende te Kinshasa (Republiek Congo),

verzoeker,

procureur: mr. J.P. Sanchez Montoto,

t e g e n:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

zetelende te 's-Gravenhage,

belanghebbende,

vertegenwoordigd door: mr. J.E.A. Pesch.

1. het procesverloop:

1.1 Verzoeker heeft op 15 maart 2007 een verzoekschrift ingediend waarin hij de rechtbank verzoekt vast te stellen dat hij sedert 12 augustus 1998, althans sedert 24 augustus 1999, in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.

1.2 De Staat heeft bij brief van 30 oktober 2007 zijn standpunt kenbaar gemaakt. Hij komt tot de conclusie dat verzoeker niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.

1.3 De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaats gevonden op 10 januari 2008. Namens verzoeker is mr. Sanchez Montoto verschenen en namens de Staat mr. Pesch. De officier van justitie heeft bij brief van 12 december 2007 medegedeeld dat er zijnerzijds geen behoefte bestaat te concluderen en tot het bijwonen van de zitting.

2. de beoordeling:

2.1 Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1982 te Kinshasa als natuurlijk kind van mevrouw [A]. Hij stelt dat de rechtbank te Kinshasa op 12 augustus 1998 voor recht heeft verklaard dat de heer [B] zijn vader is, deze is in het bezit van de Nederlandse nationaliteit en beschikt over een Nederlands paspoort.

2.2 Verzoeker meent dat hij op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 1, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), het Nederlanderschap heeft verkregen op de dag dat voormelde buitenlandse rechterlijke uitspraak inzake de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap kracht van gewijsde heeft gekregen.

2.3 De rechtbank overweegt als volgt.

Om in aanmerking te komen voor het Nederlanderschap op grond van artikel 4, lid 1, RWN, zal allereerst vast moeten staan dat degene van wie het biologisch vaderschap gerechtelijk is vastgesteld in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.

Het gaat daarbij om de vader van verzoeker, [B]. Deze is geboren op [geboortedatum] 1960 te Muanda (Congo). Verzoeker stelt dat zijn vader door afstamming van een Nederlandse moeder (grootmoeder van verzoeker) vanaf zijn geboorte in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. De grootmoeder van verzoeker is mevrouw [C], geboren op [geboortedatum] 1935 te Cabinda (Angola). Naar algemeen bekend, was Angola tot in 1975 Portugees. Zij verkreeg bij haar geboorte op grond van het bepaalde in artikel 1, onder a, van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (WNI) de Nederlandse nationaliteit. Op [datum] 1957 is zij te Tchiponda (Angola) in het huwelijk getreden met de heer [D], van Portugese nationaliteit. Het betrof een kerkelijk huwelijk, dat naar Portugees recht rechtsgeldig is. Tot 1981 gold in Portugal dat de vreemdelinge die met een Portugees huwde, door dat huwelijk de Portugese nationaliteit verkreeg, tenzij de vrouw krachtens haar nationale wet haar oorspronkelijke nationaliteit niet verloor of stappen kon doen om haar nationaliteit te behouden. Zij diende dan vóór de huwelijksvoltrekking te verklaren de Portugese nationaliteit niet te willen verkrijgen. Artikel 5 WNI (oud) bepaalde tot 1 maart 1964 dat de vrouw staande het huwelijk de staat van haar man volgde. Aangezien niet is gebleken dat de grootmoeder voorafgaande aan haar huwelijk de hiervoor bedoelde verklaring heeft afgelegd dient er van te worden uitgegaan dat de grootmoeder de nationaliteit van haar echtgenoot, de Portugese nationaliteit, verkreeg en haar Nederlandse nationaliteit verloor.

Ook uit het feit dat zij bij Koninklijk Besluit van [datum] 1991 door naturalisatie het Nederlanderschap heeft herkregen, valt af te leiden dat zij op enig moment haar Nederlandse nationaliteit moet hebben verloren. Aannemelijk is dat dit is gebeurd door haar huwelijk in 1957 met een Portugees.

2.4 Uit één en ander volgt dat de vader van verzoeker op [geboortedatum] 1960 is geboren staande het huwelijk van mevrouw [C] en de heer [D], beiden van Portugese nationaliteit. De vader van verzoeker verkreeg daardoor bij zijn geboorte de Portugese nationaliteit. Dat hem (ten onrechte) een Nederlands paspoort is verstrekt, doet daaraan niet af.

2.5 Uit het voorgaande volgt dat verzoeker de door hem gestelde Nederlandse nationaliteit niet kan ontlenen aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, RWN. Dit heeft tot gevolg dat het verzoek dient te worden afgewezen.

BESLISSING:

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.C. Punt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 februari 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.