Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6551

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-03-2008
Datum publicatie
13-03-2008
Zaaknummer
09/753332-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zie ook LJN BC6610. Verdachte en de medeverdachte zijn met het slachtoffer naar een afgelegen deel van een bungalowpark gelopen, alwaar het slachtoffer onverhoeds bij zijn hals werd vastgepakt en met een vuurwapen tegen de slaap werd bedreigd door de medeverdachte. Vervolgens hebben verdachte en de medeverdachte 300 euro uit de broekzak van het slachtoffer gehaald, die daarna is gedwongen om zijn vrouw via de telefoon mede te delen dat zij het resterende geldbedrag van ongeveer 900 euro aan verdachte moest meegeven. Aldus werd door misleiding van zijn vrouw het slachtoffer gedwongen tot de afgifte van dit geldbedrag. Hij werd daarbij geslagen en onder schot gehouden. Voorts heeft verdachte in de woning waar hij verbleef een vuurwapen voorhanden gehad. De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: - 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht; - 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.Gevangenisstraf 30 maanden onvoorwaardelijk met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/753332-07

's-Gravenhage, 12 maart 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte 1],

geboren te [plaats] op [datum] 1980,

verblijfadres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, Penitentiair Complex Scheveningen, [...] te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 27 februari 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. J.D. Boetje, advocaat te 's Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie, mr. A.C. Kramer, heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem onder 1 primair eerste en tweede alternatief/cumulatief en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank wettig bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de onder 1 primair eerste en tweede alternatief/cumulatief en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Door de raadsman is betoogd dat verdachte van het hem onder 1 primair eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de rol van verdachte met betrekking tot het hem onder 1 primair eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde het volgende.

De vrouw van het slachtoffer heeft gezien dat verdachte en de medeverdachte met haar echtgenoot zijn weggelopen. Het slachtoffer heeft verklaard dat zowel verdachte als de medeverdachte gewelddadig tegen hem zijn opgetreden. Uit het handelen van verdachte is gebleken dat hij zich geen moment daarvan heeft gedistantieerd.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte ruim voldoende intensief is geweest om hem als medepleger aan te kunnen merken.

De rechtbank is voorts van oordeel dat er sprake is van afpersing. Het slachtoffer is door verdachte en de medeverdachte gedwongen om zijn vrouw via de telefoon mede te delen dat zij haar geld aan verdachte moest meegeven. De rechtbank is van oordeel dat het slachtoffer aldus tot afgifte is gedwongen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

Door de raadsman is betoogd dat verdachte tijdens het plegen van de feiten onder 1 onder dwang of intimidatie van de medeverdachte stond en zich door hem bedreigd voelde. De medeverdachte immers hanteerde een vuurwapen.

De rechtbank is van oordeel dat dit standpunt geen steun vindt in de verklaring van het slachtoffer. Deze heeft immers verklaard dat hij samen met verdachte en de medeverdachte is meegelopen naar een afgelegen deel van het bungalowpark en dat alle handelingen daarna getuigden van samenwerking tussen verdachte en medeverdachte. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is bovendien komen vast te staan dat verdachte zich van het gebeuren heeft kunnen distantiëren.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op [datum] 2007 zijn verdachte en de medeverdachte met onder andere het latere slachtoffer en diens vrouw, naar een bungalowpark in [plaats] gegaan. Verdachte en de medeverdachte zijn met het slachtoffer naar een afgelegen deel van het bungalowpark gelopen, alwaar het slachtoffer onverhoeds bij zijn hals werd vastgepakt en met een vuurwapen tegen de slaap werd bedreigd door de medeverdachte. Vervolgens hebben verdachte en de medeverdachte 300 euro uit de broekzak van het slachtoffer gehaald, die daarna is gedwongen om zijn vrouw via de telefoon mede te delen dat zij het resterende geldbedrag van ongeveer 900 euro aan verdachte moest meegeven. Aldus werd door misleiding van zijn vrouw het slachtoffer gedwongen tot de afgifte van dit geldbedrag. Hij werd daarbij geslagen en onder schot gehouden.

Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dit soort misdrijven gedurende lange tijd de psychische gevolgen daarvan ondervinden. Gebeurtenissen als de bovenvermelde behoren tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving veroorzaken.

Voorts heeft verdachte in de woning waar hij verbleef een vuurwapen voorhanden gehad. Ook als waar is dat het wapen niet van hem was maar door verdachte op de zolder van de zojuist betrokken woning heeft gevonden, rekent de rechtbank de verdachte aan dat hij, ondanks het feit dat hij zich bewust was van de aanwezigheid van het wapen in zijn huis, daarin kennelijk geen aanleiding heeft gezien zich daarvan te ontdoen. Verdachte heeft het gevonden wapen verplaatst naar de woonkamer van de woning die hij met zijn vriendin deelde. Het voorhanden hebben van een vuurwapen brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid en gezondheid van personen met zich.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 22 november 2007, waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank zal de door de officier van justitie geëiste straf matigen nu de rechtbank bij de strafoplegging rekening houdt met het feit dat verdachte een geringer aandeel heeft gehad in het door de medeverdachte uitgeoefende fysieke geweld en bedreiging met geweld ten aanzien van het slachtoffer.

De rechtbank is alles afwegende van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van na te melden duur een passende reactie vormt.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 47, 57, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair eerste en tweede alternatief/cumulatief en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

1 primair eerste alternatief/cumulatief

DIEFSTAL VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

en

1 primair tweede alternatief/cumulatief

MEDEPLEGEN VAN AFPERSING;

2

MEDEPLEGEN VAN HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

EEN GEVANGENISSTRAF VOOR DE DUUR VAN 30 MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 21 november 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 23 november 2007.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Eisses, voorzitter,

Poustochkine en Segers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Dekker, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 maart 2008.

mr. Segers is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.