Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6361

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-02-2008
Datum publicatie
12-03-2008
Zaaknummer
AWB 07/12712
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Taalanalyse / land van herkomst / nationaliteitsverklaring

Verweerder heeft de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste gegevens, dan wel het achterhouden van gegevens, dit op grond van het feit dat uit een taalanalyse was gebleken dat eiseres – anders dan door haar gesteld – niet eenduidig te herleiden was tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone. Aan een door eiseres overgelegde – en door het Bureau Documenten van verweerder als echt bevonden – nationaliteitsverklaring, heeft verweerder geen doorslaggevende betekenis gehecht, omdat niet kon worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist was en eiseres ook geen ander identiteits- of nationaliteitsdocument heeft overgelegd. Aan een eerst in beroep overgelegde geboorteakte (verklaring dat de geboorte van eiseres is ingeschreven in het geboorteregister van Freetown), komt volgens verweerder evenmin betekenis toe, nu het, gelet op de datum van afgifte, eerder overgelegd had kunnen en moeten worden. Volgens de rechtbank is de geboorteakte een nader bewijsstuk van een reeds eerder ingenomen standpunt, waarvan de mogelijke komst reeds vóór het bestreden besluit was aangekondigd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres het stuk niet eerder kunnen overleggen vanwege de legalisatie ervan, en heeft eiseres het ook niet eerder hoeven overleggen, omdat verweerder haar in dat geval tegengeworpen zou hebben dat het stuk niet gelegaliseerd was. Voorts is de rechtbank van oordeel dat, nu de door eiseres overgelegde nationaliteitsverklaring, anders dan verweerder beweerde, wel was voorzien van een pasfoto, dit ingevolge het beleid van verweerder een document is waarmee de nationaliteit kan worden onderbouwd. Dat niet kan worden vastgesteld of het document ook inhoudelijk juist is, speelt daarbij geen rol. Nu met een taalanalyse de nationaliteit niet kan worden vastgesteld, staat de uitkomst van de taalanalyse niet in de weg aan de door eiseres gestelde Sierra Leoonse nationaliteit. In dit verband kan de gelegaliseerde geboorteakte dienen als verdere onderbouwing van de gestelde identiteit en/of nationaliteit van eiseres. Al met al heeft verweerder het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 07/12712

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 februari 2008

inzake

[eiseres],

geboren op [geboortedatum] 1984,

van Sierra Leoonse nationaliteit,

verblijvende te Breda,

eiseres,

gemachtigde mr. I. van den Elshout,

tegen

de staatssecretaris van Justitie,

te Den Haag,

verweerder,

gemachtigde mr. F. Ticheler.

Procesverloop

Bij besluit van 23 februari 2007 heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van 28 november 2007, waar eiseres is verschenen in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. Aan de orde is of het besluit van 23 februari 2007 in rechte stand kan houden.

2. Bij dit besluit is de aanvraag van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd afgewezen op grond van de omstandigheid dat eiseres volgens verweerder onjuiste gegevens heeft verstrekt, dan wel gegevens heeft achtergehouden, terwijl verweerder eiseres bij bekendheid met de juiste gegevens in maart 2002 ook geen verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, van de Vw 2000 zou hebben verleend.

3. De conclusie dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden, is gebaseerd op het Rapport Taalanalyse van het Bureau Land en Taal van 18 mei 2006 (hierna: Rapport Taalanalyse). In dat rapport is aangegeven dat eiseres eenduidig niet is te herleiden tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone. Verder heeft eiseres, volgens verweerder, ook met de door haar overgelegde nationaliteitsverklaring van de Sierra Leoonse ambassade de door haar gestelde identiteit en nationaliteit niet aannemelijk gemaakt. Verweerder is, op basis van onderzoek door het Bureau Documenten van verweerder, van mening dat het document weliswaar echt is en hoogstwaarschijnlijk is afgegeven door de Sierra Leoonse ambassade, maar dat niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. Daarom heeft verweerder daaraan geen doorslaggevende waarde gehecht. Volgens verweerder is - mede gelet op de uitslag van de taalanalyse en het feit dat eiseres geen andere identiteits- of nationaliteitsdocumenten heeft overgelegd - met de overlegging van de nationaliteitsverklaring verweerders twijfel aan de door eiseres gestelde identiteit en nationaliteit nog immer niet weggenomen.

Op grond van deze omstandigheden heeft verweerder het asielrelaas van eiseres ongeloofwaardig geacht.

4. Eiseres heeft zich in beroep op het standpunt gesteld dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door de afwijzing te baseren op een taalanalyse, omdat bij voorbaat vaststond dat eiseres niet tot de spraak- en cultuurgemeenschap van Sierra Leone te herleiden zou zijn. Voorts heeft verweerder met betrekking tot een door eiseres overgelegde nationaliteitsverklaring van de Sierra Leoonse ambassade ten onrechte gesteld de juistheid van de inhoud daarvan niet te kunnen vaststellen, nu verweerder het stuk wel als echt heeft aangemerkt. Tot slot heeft eiseres in de beroepsfase een geboorteakte overgelegd.

5. Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Vw 2000 juncto artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de Vw 2000 van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder c, van de Vw 2000, slechts worden afgewezen indien op het moment waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000, afloopt, de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.

6. Blijkens het voornemen, dat in het bestreden besluit als ingelast moet worden beschouwd, is in 2002, ten tijde van het verlenen aan eiseres van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, de geloofwaardigheid van de door haar opgegeven identiteit en nationaliteit niet separaat beoordeeld. Dat hiernaar bij gelegenheid van de beoordeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wel onderzoek is uitgevoerd, hangt samen met de omstandigheid dat bij verweerder ernstige twijfel is gerezen ten aanzien van hetgeen eiseres tijdens haar (asiel)procedure over haar identiteit en nationaliteit heeft verklaard. Die twijfel is gebaseerd op, enerzijds nieuwe informatie inzake de gesproken talen in Sierra Leone, neergelegd in de ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken van 31 juli 2003 en 25 april 2005, en anderzijds op een dossieranalyse door het Bureau Land en Taal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van 20 februari 2006. De conclusie van genoemde dossieranalyse was dat twijfel bestond over de gestelde herkomst van eiseres uit Sierra Leone, omdat zij alleen Engels en geen Krio sprak. De rechtbank begrijpt dat de taalanalyse is verricht om te bezien of die twijfel gegrond was.

7. Eiseres heeft in bezwaar een reactie van Bureau Land en Taal overgelegd die betrekking heeft op een andere zaak. In die reactie is aangegeven dat met een taalanalyse wordt onderzocht tot welke taal- en cultuurgemeenschap een vreemdeling valt te herleiden, op basis van zijn talenkennis en spraak. Secundair wordt ook de landenkennis in overweging genomen. Volgens de reactie doet een taalanalyse geen uitspraak over het geboorteland, de nationaliteit of de identiteit van betrokkene.

8. Verweerder heeft in het bestreden besluit erkend dat de taalanalyse geen uitsluitsel biedt over eiseres' identiteit en nationaliteit. Verweerder blijft zich, op basis van de taalanalyse, evenwel op het standpunt stellen dat eiseres haar identiteit en nationaliteit nog steeds niet aannemelijk heeft gemaakt, ook al heeft zij een door de Sierraleoonse ambassade afgegeven nationaliteitsverklaring overgelegd, die volgens verweerder hoogstwaarschijnlijk authentiek is. Volgens verweerder kan namelijk niet worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. Verweerder heeft daarbij veel waarde gehecht aan de omstandigheid dat eiseres geen identiteitsbewijs heeft overgelegd.

9. Eiseres heeft in beroep een gelegaliseerde geboorteakte overgelegd. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat dit document geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid in de zin van artikel 83 van de Vw 2000 betreft, nu het, gelet op de datum van afgifte, eerder had kunnen en dienen te worden overgelegd. Hoe dan ook betreft het volgens verweerder geen document waarmee de identiteit van eiseres kan worden aangetoond, omdat het niet is voorzien van een pasfoto.

10. De rechtbank ziet geen aanleiding om de geboorteakte niet te accepteren. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat de geboorteakte een nader bewijsstuk betreft, betreffende een eerder ingenomen standpunt en waarvan de mogelijke komst reeds voorafgaande aan het bestreden besluit werd aangekondigd. De rechtbank wijst in dit verband op de brief van eiseres' gemachtigde van 20 november 2006, waaruit kan worden afgeleid dat zij zo spoedig als haar gezondheid dat toe zou laten naar de ambassade zou gaan om documenten te verkrijgen betreffende haar identiteit en nationaliteit. Kort na deze brief heeft eiseres de gelegaliseerde nationaliteitsverklaring overgelegd. De geboorteakte is afgegeven in Freetown. De legalisatie heeft echter niet eerder dan na 20 april 2007, dus na het bestreden besluit, plaatsgevonden. Eiseres heeft dat document daarna onverwijld in het geding gebracht. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn opvatting dat eiseres het stuk eerder had kunnen inbrengen en later om legalisatie had kunnen vragen. De rechtbank acht aannemelijk dat verweerder eiseres in dat geval zou hebben tegengeworpen dat het document niet was gelegaliseerd.

11. In hoofdstuk C4/3.6.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) is aangegeven dat de documenten die de identiteit onderbouwen, officiële door de overheid afgegeven documenten zijn, met daarin ten minste een pasfoto en de geboorteplaats en -datum van de asielzoeker. Het document waarmee de nationaliteit kan worden onderbouwd, is een paspoort of een ander door de overheid afgegeven document met pasfoto waarin staat aangegeven dat de asielzoeker de nationaliteit van het desbetreffende land bezit.

12. Gelet hierop kon eiseres met de door haar overgelegde nationaliteitsverklaring haar nationaliteit onderbouwen. Anders dan verweerder heeft overwogen, is deze verklaring namelijk wel degelijk voorzien van een pasfoto van eiseres. Voor de onderbouwing is volgens het weergegeven beleid niet vereist dat het document is geverifieerd. Dat niet kan worden vastgesteld dat de nationaliteitsverklaring inhoudelijk juist is, speelt bij de vraag of eiseres haar nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt en hiermee de op voorhand bestaande twijfel aan haar nationaliteit heeft weggenomen geen rol. Nu verweerder heeft erkend dat met een taalanalyse de nationaliteit van een vreemdeling niet kan worden vastgesteld, staat de uitkomst daarvan niet in de weg aan de door eiseres gestelde Sierraleoonse nationaliteit.

13. Doorgaans stelt verweerder zich in asielzaken op het standpunt dat een geboorteakte niet kan dienen als identiteitsdocument. De rechtbank begrijpt in dit verband dan ook niet de stelling van verweerder dat eiseres met de geboorteakte haar identiteit niet kan aantonen omdat daarop geen pasfoto is aangebracht. Voor zover de rechtbank bekend is, is het niet ongebruikelijk dat geboorteakten niet van een pasfoto zijn voorzien.

De rechtbank vermag onder die omstandigheden niet in te zien dat de geboorteakte niet kan dienen ter verdere onderbouwing van de identiteit en/of nationaliteit van eiseres.

14. Verweerder heeft zijn stelling dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden en zij de twijfel over haar identiteit en nationaliteit nog steeds niet heeft weggenomen gebaseerd op de combinatie van de taalanalyse en de beoordeling van de door eiseres overgelegde documenten. Deze stelling is, in het licht van hetgeen de rechtbank hiervoor met betrekking tot de taalanalyse en die documenten heeft overwogen, niet houdbaar. Verweerder heeft zijn standpunt, dat eiseres' relaas volledig ongeloofwaardig is, dan ook niet van een toereikende motivering voorzien. Het bestreden besluit dient dan ook, vanwege strijdigheid met artikel 3:46 van de Awb, te worden vernietigd.

15. Het beroep is derhalve gegrond. De rechtbank zal bepalen dat verweerder, met inachtneming van hetgeen zij in deze uitspraak heeft overwogen, opnieuw dient te beslissen.

16. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, acht de rechtbank termen aanwezig verweerder onder toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 644,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

17. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten vastgesteld op € 644,00;

- wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die de proceskosten dient te vergoeden;

Aldus gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.M. de Kruif als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 februari 2008.