Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC6297

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-03-2008
Datum publicatie
12-03-2008
Zaaknummer
295355 / KG ZA 07-1141
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

SEB, producent van huishoudelijke apparatuur, brengt een door haar ontworpen foodprocessor op de markt, waarvoor zij een geregistreerd Gemeenschapsmodel heeft verkregen. SEB heeft Philips gedagvaard. Stellende dat zij beschikt over een geldig Gemeenschapsmodel en dat de Philips foodprocessor HR 7620 en HR 7625 daarop inbreuk maakt, waardoor SEB schade lijdt, vordert SEB een Gemeenschapsmodelinbreukverbod en diverse nevenvorderingen. De vorderingen dienen te worden afgewezen, reeds omdat Philips geen andere economische activiteiten uitoefent dan het houden van aandelen en aldus geen inbreuk maakt of dreigt te maken op de Gemeenschapsmodelrechten van SEB. SEB had voor Nederland Philips DAP dienen te dagvaarden en voor zover het om andere markten binnen de EU dan de Nederlandse gaat de Philips-groepsmaatschappijen die op die betreffende markten het Philips apparaat op de markt brengen. Ten overvloede en op uitdrukkelijk verzoek van beide partijen, mede met het oog op het wellicht voorkomen van verdere procedures, die SEB, zoals zij ter zitting heeft aangegeven, nadrukkelijk in beraad houdt, gaat de voorzieningenrechter toch bij wege van obiter dictum over tot een voorlopige beoordeling van de inbreukvraag. Voorshands wordt geoordeeld dat het Philips apparaat geen inbreuk maakt op het ingeroepen Gemeenschapsmodel van SEB

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 295355 / KG ZA 07-1141

Vonnis in kort geding van 11 maart 2008

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

SEB S.A.S.,

gevestigd te Selongey Cedex, Frankrijk

eiseres,

procureur mr. W. Heemskerk,

advocaat mr. P.J.M. Steinhauser te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE PHILIPS ELECTRONICS N.V.,

gevestigd te Eindhoven,

gedaagde,

procureur mr. H.J.A. Knijff,

advocaat mr. W.A. Hoyng te Amsterdam.

Partijen zullen hierna SEB en Philips genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt in de eerste plaats uit:

- de dagvaarding van 16 oktober 2007 met 7 producties;

- de akte houdende overlegging producties zijdens Philips voor de zitting van 4 december

2007 (prods. 1 t/m 6);

- de mondelinge behandeling van 4 december 2007;

- de bij gelegenheid van die behandeling overgelegde pleitnota van mr. Steinhauser;

- de pleitnotities van mr. Hoyng voor deze mondelinge behandeling, met inbegrip van een

kostenverantwoording zijdens Philips voor de vordering ex art. 1019h Rv.

1.2. Vervolgens is de zaak na de mondelinge behandeling op 4 december 2007 aanvankelijk

aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen tussen partijen - onder

achterlating voor het geval vonnis zou moeten worden gewezen van ter zitting getoonde,

hierna te bespreken foodprocessors voorzien van de merken KENWOOD, SEB en

PHILIPS. Bedoeld overleg heeft niet geleid tot een minnelijke regeling, waarna SEB om

vonnis heeft gevraagd bij brief van 11 februari 2008 van mr. Steinhauser. In reactie daarop

heeft mr. Hoyng bij faxbrief van 12 februari 2008 het verzoek van zijn cliënte overgebracht

tot "voortzetting resp. heropening van de behandeling resp. een tussenvonnis waarin een

(schikkings)comparitie van partijen wordt bepaald." Dat verzoek van Philips is door de

voorzieningenrechter bij e-mailbericht van 13 februari 2008 aan mrs. Steinhauser en Hoyng

gemotiveerd afgewezen, waarbij tevens is beschikt dat vonnis zal worden gewezen.

1.3. Aan het einde van de mondelinge behandeling is met partijen afgesproken dat in

geval van vonniswijzen nog een nadere proceskostenopgave op de voet van de aanspraak uit

hoofde van art. 1019h Rv zijdens SEB zou worden verschaft, waar Philips nog gelegenheid

zou worden geboden om op te reageren. Bij e-mailbericht aan mrs. Steinhauser en Hoyng

van 7 maart 2008 heeft de voorzieningenrechter om deze uitgebleven nadere opgave verzocht,

welke vervolgens is verschaft door mr. Steinhauser per e-mail van gelijke datum en

waarop instemmend is gereageerd door mr. Hoyng, eveneens bij e-mailbericht van gelijke

datum.

1.4. Vonnis is nader bepaald op heden.

2. Uitgangspunten

2.1. In kort geding kan van het navolgende worden uitgegaan.

2.2. SEB is een producent van huishoudelijke apparatuur en behoort tot de SEB groep,

die actief is in meer dan 120 landen. In Frankrijk wordt door SEB geopereerd onder het

merk SEB, in Nederland gebeurt dat onder het merk TEFAL.

2.3. Philips is een holdingmaatschappij, die behalve het houden van aandelen geen andere

activiteiten uitoefent in het economische verkeer. Een (niet gedagvaarde) andere

groepsmaatschappij, Philips Domestic Appliances and Personal Care B.V. (hierna: Philips

DAP) brengt in Nederland onder het merk Philips huishoudelijke apparatuur op de markt.

Elders in Europa gebeurt dat door andere Philips-groepsmaatschappijen (niet zijnde Philips).

2.4. SEB brengt een door haar ontworpen zogenoemde foodprocessor op de markt,

waarvoor zij een geregistreerd Gemeenschapsmodel onder nummer 000125562-0001 heeft

verkregen door inschrijving op 13 januari 2004, terwijl prioriteit is ingeroepen vanaf 24

september 2003, voor een keukenmachine (hierna ook: het (Gemeenschaps)model). De 7

afbeeldingen uit deze inschrijving zijn de volgende (respectievelijk vooraanzicht (in de inschrijving

0001.1, hierna de eerste afbeelding), achteraanzicht (0001.2, de tweede afbeelding),

linkerzijkant (0001.3, de derde afbeelding), rechterzijkant (0001.4, vierde afbeelding),

bovenaanzicht (0001.5, vijfde afbeelding), onderaanzicht (0001.6, zesde afbeelding) en als

laatste, zevende afbeelding een perspectivisch aanzicht (0001.7)):

foodprocessor SEB

2.5. SEB brengt een foodprocessor op de markt onder de aanduiding ISEO, in Frankrijk

onder het merk SEB, elders in Europa, waaronder Nederland onder het merk TEFAL (hierna

ook : het Tefal apparaat). Op de situering van de naar boven uitstekende voedseltoevoertuit

na (in vooraanzicht aan de rechterzijde in het model, in vooraanzicht aan de linkerzijde in de

ISEO) voldoet dit keukenapparaat in hoofdzaak aan de modelkenmerken zoals ingeschreven.

Dit keukentoestel ziet er als volgt uit:

foodprocessor ISEO

2.6. Philips DAP brengt in Nederland een PHILIPS Food Processor HR 7620 en HR

7625 op de markt (hierna ook: het Philips apparaat), gelijk andere Philips-groepsmaatschappijen

deze elders in Europa op de markt brengen met het navolgende uiterlijk:

Philips apparaat

2.7. Tot het vormgevingserfgoed van keukenmachines als de onderhavige behoort onder

meer een door Kenwood op de markt gebrachte foodprocessor (hierna ook: het Kenwood

apparaat) dat er als volgt uitziet:

Kenwood apparaat

2.8. SEB heeft Philips tevergeefs gesommeerd terzake van modelinbreuk.

3. Het geschil

3.1. Stellende dat zij beschikt over een geldig Gemeenschapsmodel en dat het Philips

apparaat daarop inbreuk maakt, waardoor SEB schade lijdt, vordert SEB, onder het stellen

van spoedeisend belang daarbij - samengevat - een Gemeenschapsmodelinbreukverbod en

diverse nevenvorderingen, te weten een registeracccountantsgecertificeerd opgavebevel van

de leverancier van het inbreukmakende apparaat en het totale aantal door Philips bestelde en

afgenomen inbreukmakende apparaten, voorts van de afnemers daarvan met gespecificeerde

afgenomen aantallen en in rekening gebrachte en ontvangen prijzen en van de genoten netto

winst met specificatie van de ten laste van de bruto winst gebrachte bedragen, alles op straffe

van dwangsommen, bepaling van een termijn ex art. 260 Rv (bedoeld zal zijn: art. 1019i

Rv), kosten rechtens op de voet van art. 1019h Rv.

3.2. Philips voert verweer - maar niet op het punt van het gestelde spoedeisend belang

bij de gevorderde voorzieningen. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van

belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De vorderingen dienen te worden afgewezen, reeds omdat Philips geen andere

economische activiteiten uitoefent dan het houden van aandelen en aldus geen inbreuk

maakt of dreigt te maken op de Gemeenschapsmodelrechten van SEB. Zoals SEB ter zitting

heeft erkend naar aanleiding van het terzake door Philips gevoerde en desgevraagd gehandhaafde

formele verweer, had zij voor Nederland Philips DAP dienen te dagvaarden en voor

zover het om andere markten binnen de EU dan de Nederlandse gaat de Philips-groepsmaatschappijen

die op die betreffende markten het Philips apparaat op de markt brengen. Dat op

een sommatiebrief gericht aan Philips zonder een voorbehoud te maken inhoudelijk is gereageerd

door Philips' advocaat, zoals SEB aanvoert, maakt dat niet anders.

4.2. Ten overvloede en op uitdrukkelijk verzoek van beide partijen, mede met het oog

op het wellicht voorkomen van verdere procedures, die SEB, zoals zij ter zitting heeft aangegeven,

nadrukkelijk in beraad houdt, zal toch bij wege van obiter dictum tot een voorlopige

beoordeling van de inbreukvraag worden overgegaan.

4.3. Voorshands wordt geoordeeld dat het Philips apparaat geen inbreuk maakt op het

ingeroepen Gemeenschapsmodel van SEB. Daartoe wordt als volgt overwogen.

4.4. Krachtens art. 85 lid 1 GModVo dient te worden uitgegaan van de geldigheid van

het ingeschreven Gemeenschapsmodel waar SEB zich op beroept. Philips heeft de geldigheid

van het ingeroepen model ook niet (langer) bestreden.

4.5. Volgens art. 10 lid 1 GModVo is de vraag of het Philips apparaat bij de geïnformeerde

gebruiker een andere algemene indruk wekt dan het ingeschreven Gemeenschapsmodel

van SEB. Daarbij moet worden bedacht dat volgens art. 8 lid 1 GModVo een recht op

een Gemeenschapsmodel niet geldt voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die

uitsluitend door de technische functie worden bepaald.

4.6. In het midden kan blijven of de (wel zeer beperkte) benadering van Philips van de

beschouwing van de inbreukvraag, met name met betrekking tot wat onder geïnformeerde

gebruiker moet worden verstaan en wat het criterium van een andere algemene indruk zou

behelzen, naar aanleiding van een recente uitspraak van de Engelse Court of Appeal van 10

oktober 2007 in de zaak Procter & Gamble/Reckitt Benckiser [2007] EWCA Civ 936(1), de

juiste is zoals zij voorstaat, maar SEB bestrijdt. Beschouwing van de kenmerken van het

ingeschreven model enerzijds en het Philips apparaat anderzijds levert hoe dan ook het volgende

beeld op.

4.7. Volgens SEB is de combinatie van de volgende zes uiterlijke kenmerken van het

model bepalend voor de algemene indruk die dit wekt bij de geïnformeerde gebruiker:

a) een food processing bovengedeelte en een motorhuis vormend ondergedeelte,

die beiden naar het midden toe taps toelopen op een wijze van een zandloper

en uitmonden in een "band-vormig" middenrif of "taille"-gedeelte,

b) waarbij het bovengedeelte transparant is uitgevoerd in tegenstelling tot het ondergedeelte,

en

c) de taille zich in het midden van het apparaat bevindt, en

d) het handvat is bevestigd aan de - bezien vanuit de bedieningsknop aan de

voorzijde - rechterkant van het bovengedeelte,

e) waarbij de lijn, die wordt gevormd door de onderkant van het food processing

gedeelte visueel doorloopt in de lijn, die wordt gevormd door de onderkant van

het handvat,

f) terwijl de tapstoelopende lijn van het food processing gedeelte niet wordt gevolgd

daar waar het handvat aangrijpt op dit food processing gedeelte, maar

juist een rechte, verticale lijn volgt, parallel met de lijn van de tegenovergelegen

zijde van het handvat.

SEBs centrale stelling dat het uiterlijk van het Philips apparaat op deze punten(2) overeenstemt

en derhalve geen verschillende algemene indruk maakt dan die van het model, wordt

verworpen op grond van het navolgende.

4.8. Het uiterlijk van utilitaire huishoudelijke keukenapparaten als de onderhavige

wordt in belangrijke mate - maar niet uitsluitend - bepaald door de verscheidene technische

functies. Zo is een doorzichtige, trechtervormige(3) kom met toevoertuit(4) noodzakelijk waarin

verscheidene soorten roterende messen kunnen worden geplaatst, voorzien van een

oor/handvat en een (doorgaans: ondoorzichtig) motorhuis met een snoeropbergmogelijkheid

en een draaiknop voor bediening in verschillende standen(5). Bij een trechtervormige kom is

een omgekeerd trechtervormig motorhuis eveneens technisch bepaald, alleen al uit oogpunt

van materiaalbesparing, terwijl de stevigheid een zo breed mogelijke basis voorschrijft. Ook

geeft de trechtervorm bij de spuitgietproductie het technische voordeel dat deze makkelijker

dan rechte cilindervormen uit de mal kan worden verwijderd, zodat in die zin ook sprake is

van technische bepaaldheid. Al deze door Philips aangegeven elementen van technische

bepaaldheid zijn door SEB naar voorlopig oordeel onvoldoende steekhoudend weersproken.

Uit het door partijen geschetste vormgevingserfgoed is dan ook de vorm van een relatief

(ten opzichte van de hoogte van het apparaat) brede "zandlopervorm" met een soort "taille"

in het midden tussen kom en motorhuis (het Kenwood apparaat) bekend en "vrij". Dergelijke

elementen komen niet in aanmerking voor modelrechtelijke bescherming, maar zijn niettemin

naar voorlopig oordeel voor een belangrijk deel bepalend voor de algemene indruk

die het apparaat wekt.

4.9. De volgende modelrechtelijk relevante vormgevingskenmerken die blijken uit de

Gemeenschapsmodelinschrijving van SEB zijn bij het aangevallen Philips apparaat naar

voorlopig oordeel zodanig anders uitgevoerd, dat dit apparaat (net) vrijloopt, omdat aldus

een modelrechtelijk relevante andere algemene indruk wordt gewekt:

- het vooraanzicht: in het oog springende andere knop (groter in het Philips apparaat met een

reliëfrand eromheen), verschillende taille (model: halverwege scheiding kom/motorhuis en

onderbroken op ongeveer 1/3 deel in de breedte van rechts af bezien, vloeiender en ononderbroken

bij het Philips apparaat), messenlade onderaan recht onder de knop (ontbreekt bij

het Philips apparaat), geen zichtbare snoeroprolvoorziening aan de voorzijde (wel bij het

Philips apparaat onderaan rondom het hele motorhuis), een zichtbare scheidingslijn rondom

onderin het motorhuis denkbeeldig doorlopend ter hoogte van het handvat van de messenlade6

(ontbreekt in het Philips apparaat);

- het achteraanzicht: zichtbare uitstulping aan achteronderzijde van het motorhuis met twee

nokken waar het snoer om kan worden gewonden met daartussenin een rooster voor de koeling

(in het Philips apparaat ontbreken deze geprononceerd zichtbare uitstulpingen uit het

model door een hele andere wijze van opbergen van het snoer (uit het oog door een binnen

het motorhuis vallende oprolmogelijkheid rondom de gehele omtrek van het motorhuis),

terwijl aan de achterzijde evenmin een zichtbare koelingsvoorziening is aangebracht (het

koelingsrooster van het Philips apparaat zit aan de onderzijde van het motorhuis, onzichtbaar

bij normaal gebruik), ook hier een zichtbare scheidingslijn rondom onderin het motorhuis

(ontbreekt ook hier bij het Philips apparaat);

- zijaanzichten: zichtbare uitstulpende nokken van de snoeroprolinrichting (ontbreekt bij het

Philips apparaat);

- geheel verschillende boven- en onderaanzichten (vooral onder(7): zichtbare messenlade van

het model tegenover zichtbaar koelingsrooster van het Philips apparaat);

- alle aanzichten: beduidend anders vormgegeven deksel van de kom, "afronding" aan onderzijde

van model tegenover scherpuitgesneden snoeroproluitsparing met dunne onderkant

in het Philips apparaat, slankere uitstraling van dit apparaat ten opzichte van het relatief

robuustere model.

De naar voorlopig oordeel wel in belangrijke mate(8) overeenstemmend vormgegeven handvatten

volgens het model en het Philips apparaat maken niet, dat de in het oog springende

hiervoor besproken afwijkende kenmerken toch geen andere algemene indruk wekken. Verder

zijn de positionering van het handvat aan de rechterzijde en een centrale bedieningsdraaiknop

naar voorlopig oordeel modelrechtelijk vrij, omdat dit in vrijwel alle foodprocessors

zo wordt gedaan(9). Ook de positionering van het toevoertuit aan de rechterzijde is naar

voorlopig oordeel niet bepalend voor de algemene indruk, wel de aan de bovenzijde uitstekende

vorm daarvan (waar dan ook gepositioneerd), die volgens beide partijen terecht als

technisch bepaald wordt gezien, zodat ook dit het vorenoverwogene niet anders maakt.

4.10. Het vorenoverwogene leidt tot afwijzing van de gevorderde voorzieningen met

veroordeling van SEB in de kosten conform de ter zake door Philips eerst bij gelegenheid

van pleidooi verschafte verantwoording die niet door SEB is bestreden(10). Nu Philips geen

aanspraak heeft gemaakt op uitvoerbaar bij voorraadverklaring van een eventuele proceskostenveroordeling te haren gunste, blijft uitvoerbaarverklaring bij voorraad achterwege.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de gevorderde voorlopige voorzieningen af;

5.2. veroordeelt SEB in de kosten van deze procedure op de voet van art. 1019h Rv, tot

aan deze uitspraak aan de kant van Philips begroot op € 251,- aan verschotten en op

€ 23.383, 26 aan salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.R.B. van Peursem en in het openbaar uitgesproken op 11

maart 2008 .

rvp

1Te vinden op http://www.bailii.org/ew/cases/EWCA/Civ/2007/936.html. Het is naar verluid de eerste appelbodemuitspraak van een Gemeenschapsrechtbank over deze materie.

2 Althans, zo stelt zij bij pleidooi, de volgende vier "importante aspecten": getailleerde vorm met smalle middenstrook, vormgeving van het handvat, positionering van de toevoerkoker en de bedieningsknop in het centrum van de voorzijde, hetgeen enigszins afwijkt van haar in de dagvaarding geformuleerde, hiervoor genoemde zes punten.

3 De trechtervorm is technisch bepaald, omdat dan met kleinere messen (zich uitstrekkend over de hele bodem) een groter volume verwerkt kan worden en bij kleinere messen met minder motorvermogen kan worden volstaan. Bovendien geeft dit betere voedselverwerking, doordat dit beter naar boven kan "kruipen" dan bij een rechte vorm.

4 De toevoertuit is volgens beide partijen in ieder geval technisch bepaald.

5 Weliswaar is het motorhuis niet technisch noodzakelijkerwijs aan de onderzijde van de voedselbak gesitueerd, maar dit is wel een zeer gebruikelijke positionering die naar voorlopig oordeel gelet op het vormgevingserfgoed niet modelrechtelijk te monopoliseren valt.

6 Onduidelijk is gelet op de laatste, perspectivische afbeelding van de modelinschrijving of sprake is van een enkele of een dubbele scheidingslijn; in de uitvoering van het Tefal apparaat (maar dat is modelrechtelijk voor de inbreukvraag niet bepalend) is geen sprake van een tweede scheidingslijn, maar van een "knik" in het kunststof motorhuis.

7 Mogelijk mag dit gelet op art. 4 lid 2 sub a GModVo evenwel geen rol spelen, zoals SEB heeft aangevoerd, omdat dit bij normaal gebruik niet zichtbaar zal zijn. Het geclaimde modelrecht verwijst evenwel in afbeelding 0001.6 uitdrukkelijk naar de onderzijde.

8 Maar er zijn ook verschillen bij nadere beschouwing: duimuitsparing bovenop Philips deksel ter hoogte van het handvat, welk handvat anders dan in het model boven en onder is afgeplat ("rond" in het model, zie vooral de perspectivische afbeelding uit de inschrijving).

9 Te zien op de website www.ciao.fr, waar SEB naar heeft verwezen als maatgevend voor het vormgevingserfgoed op dit gebied.

10 De voorzieningenrechter merkt evenwel daaromtrent ambtshalve op dat het er niettegenstaande het onbestreden zijn gelaten van deze verantwoording alle schijn van heeft dat een nota wordt opgevoerd ("rekening augustus" ad € 1.774,87 die onder meer ziet op "prior art searches" (door octrooigemachtigden?), in welk kader tevens sprake is van een in de onderhavige zaak verder niet aan de orde zijnde "Argos catalogue") en mogelijk ook uren elders ("studie octrooien, advies" van mr. Hoyng) in rekening wordt gebracht die niet in de onderhavige zaak lijkt thuis te horen, maar in het partijen eveneens verdeeld houdende octrooigeschil, dat ter zitting kort ter sprake is gekomen. Nu SEB deze aldus onderbouwde verantwoording evenwel niet heeft bestreden, dient deze vordering tot veroordeling in de proceskosten van de kant van Philips op de voet van art. 1019h Rv conform die verantwoording

te worden toegewezen.