Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5613

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-01-2008
Datum publicatie
04-03-2008
Zaaknummer
301582 - 07-3144 en 301676 - 08-4
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij beschikking van 21 december 2007 heeft de kinderrechter de uithuisplaatsing van de minderjarigen met ingang van 4 januari 2008 beëindigd. Aan de inhoudelijke behandeling van een nieuw verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing komt de kinderrechter pas toe als verzoeker stelt dat zich na die tijd nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan. Nu verzoeker dit niet heeft gesteld wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE

Sector Familie- en Jeugdrecht

Kinderrechter

MACHTIGING TOT UITHUISPLAATSING

zaak/rekestnummer : 301582 / 07-3144 en 301676 / 08-4

datum uitspraak : 8 januari 2008

BESCHIKKING op de verzoekschriften van Leger des Heils Jeugdzorg en Reclassering, namens Bureau Jeugdzorg (verder het Leger des Heils).

De verzoekschriften hebben betrekking op de minderjarigen:

1. [minderjarige 1], geboren te [plaats X.] op [geboortedatum] 2001,

2. [minderjarige 2], geboren te [plaats X.] op [geboortedatum] 2003,

3. [minderjarige 3], geboren te [plaats X.] op [geboortedatum] 2006,

kinderen uit het huwelijk van:

[de vader] (verder de vader),

en

[de moeder] (verder de moeder),

beiden wonende te [adres],

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

De minderjarigen verblijven feitelijk bij de ouders.

PROCESGANG.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 juli 2007 de minderjarigen onder toezicht gesteld van 16 juli 2007 tot 16 april 2008.

De kinderrechter heeft bij beschikking d.d. 23 oktober 2007 de aan Bureau Jeugdzorg verleende machtiging tot uithuisplaatsing verlengd van 16 november 2007 tot 16 april 2008.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 december 2007 beëindiging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen met ingang van 4 januari 2008 uitgesproken.

Op 31 december 2007 heeft het Leger des Heils een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot machtiging de minderjarigen met spoed gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.

De kinderrechter heeft op 31 december 2007 op dit verzoek beslist tot afwijzing van het spoedvereiste en de behandeling van het verzoek aangehouden tot de terechtzitting van 8 januari 2008 te 12:30 uur.

Op 2 januari 2008 heeft het Leger des Heils wederom een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot machtiging de minderjarigen met spoed gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen.

De kinderrechter heeft op 2 januari 2008 op dit verzoek beslist tot afwijzing van het spoedvereiste en de behandeling van het verzoek aangehouden tot de terechtzitting van 8 januari 2008 te 12:30 uur.

De verzoekschriften zijn op 8 januari 2008 ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.

Ter terechtzitting zijn verschenen:

- mevrouw [A.] en mevrouw [B.], namens het Leger des Heils,

- de vader en de moeder, bijgestaan door hun advocaat, mr. A.H. Westendorp.

BEOORDELING

Mevrouw [A.] heeft verklaard dat er tijdens de zitting van 21 december jl. onvoldoende geluisterd is naar de zorgen van het Leger des Heils. De zorgen zijn door hen op papier gezet en tot tweemaal toe via een spoedverzoek bij de rechtbank kenbaar gemaakt om een terugplaatsing van de minderjarigen te voorkomen. Zowel Bureau Jeugdzorg als de Raad voor de Kinderbescherming stemden met de hiervoor omschreven handelswijze in.

Mr. Westendorp heeft aangevoerd dat het Leger des Heils op onjuiste gronden voor de minderjarigen machtigingen tot uithuisplaatsing heeft verzocht, aangezien gesteld noch gebleken is dat er zich sedert de terechtzitting van 18 december 2007, waarop het verzoek tot beëindiging van de (toen lopende) machtigingen uithuisplaatsing is behandeld, nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan. Integendeel, het Leger des Heils voert ter onderbouwing van het huidige verzoek aan dat de kinderrechter op 18 december 2007 onvoldoende heeft geluisterd en dat zij niet kunnen instemmen met de beschikking van 21 december 2007, waarbij de uithuisplaatsing van minderjarigen met ingang van 4 januari 2008 is beëindigd. Dergelijke argumenten kunnen bij een hoger beroep aan de orde worden gesteld, maar niet opnieuw bij de rechter in eerste aanleg.

De kinderrechter overweegt als volgt.

Bij beschikking van 21 december 2007 heeft de kinderrechter de uithuisplaatsing van de minderjarigen met ingang van 4 januari 2008 beëindigd. Aan de inhoudelijke behandeling van een nieuw verzoek tot een machtiging tot uithuisplaatsing komt de kinderrechter pas toe als verzoeker stelt dat zich na die tijd nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan. Nu het Leger des Heils dit niet heeft gesteld zal hij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

BESLISSING

De kinderrechter:

verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoeken.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2008, in tegenwoordigheid van S.P.M. Flipse als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te ’s-Gravenhage.