Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5541

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-02-2008
Datum publicatie
03-03-2008
Zaaknummer
09/530707-06, 09/560143-08 (ttz.gev) en 09/535024-08 (ttz.gev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft tezamen met zijn twee medeverdachten vanuit een studentenhuis, waar hij op een feest met zijn rapgroep optrad, eigendommen van vier verschillende personen gestolen. Zij hebben deze goederen zonder enige schroom weggenomen en zijn vervolgens vertrokken van het feest. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij misbruik heeft gemaakt van de gastvrijheid van de bewoners van het studentenhuis en dat hij het vertrouwen van de aangevers heeft beschaamd door hun eigendommen weg te nemen tijdens een feest waar hij was ingehuurd om op te treden.

Voorts heeft verdachte tezamen met anderen een diefstal gepleegd in een bus waarbij hij tegen de buschauffeur heeft geduwd en aan hem heeft getrokken en dreigende taal heeft geuit. De buschauffeur heeft hier blijkens zijn slachtofferverklaring grote gevoelens van angst en onveiligheid aan overgehouden en heeft grote moeite met het uitoefenen van zijn beroep tengevolge van het handelen van verdachte.

Tenslotte is verdachte in de nacht van 13 januari 2008 bij het slachtoffer achterop diens fiets gesprongen. Verdachte heeft de mobiele telefoon van het slachtoffer uit diens broekzak gehaald en deze tegen de wil van het slachtoffer in zijn bezit gehouden. Vervolgens heeft hij het slachtoffer onder bedreiging met onder andere de woorden “als je niet doorfietst, maak ik je kapot” en door het op de rug draaien van de arm van het slachtoffer, gedwongen door te fietsen. Door aldus te handelen heeft verdachte het gevoel van veiligheid op straat in het algemeen en bij het slachtoffer in het bijzonder aangetast.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden.

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de art. 24c, 36f, 57, 63, 310, 311 en 312 Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VONNIS)

parketnummer 09/530707-06, 09/560143-08 (ttz.gev) en 09/535024-08 (ttz.gev)

's-Gravenhage, 29 februari 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte A.],

geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1987,

[adres]

thans gedetineerd in de [penitentiaire inrichting]

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 15 februari 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. G.L Gijsberts, advocaat te 's Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr. Van der Laan heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/530707-06 onder feit 1, feit 2 primair, feit 3 en feit 4, het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/560143-08 onder feit 1, primair en het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/535024-08 onder feit 1, primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 108,25, subsidiair 2 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer A.].

De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 297,00, subsidiair 3 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer B.].

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 335,13, subsidiair 6 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd Connexxion Openbaar Vervoer N.V.

Tenslotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 425,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 13 januari 2008, subsidiair 8 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer C.].

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopieën van de dagvaardingen, gemerkt A1, A2 en A3.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding met parketnummer 09/530707-06 onder feit 1, feit 2 primair, feit 3 en feit 4, het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/560143-08 onder feit 1, primair en het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/535024-08 onder feit 1, primair telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastleggingen, zoals deze zijn vermeld in de fotokopieën daarvan, gemerkt B1, B2 en B3.

Bewijsoverwegingen.

Ten aanzien van parketnummer 09/530707-06:

Uit het politiedossier (1) is gebleken dat de politie een melding kreeg dat er auto-inbraken zouden zijn gepleegd en dat de donkergetinte daders, gekleed in donkere kleding, mogelijk via de [a-straat] in de richting van de Merenwijk zouden zijn weggelopen. Toen de politie achter de gesignaleerde verdachten aanreed, begonnen zij te rennen en sprong één van de verdachten, naar later bleek verdachte, de bossages in.

Er is door vier personen aangifte gedaan van diefstal van verschillende goederen op het moment dat zij op een feest in een studentenhuis aan de [b-straat] te Leiden waren, de avond en nacht van 17 op 18 juni 2006 (2).

Bij aanhouding van verdachte en zijn twee medeverdachten werd een groot aantal goederen van de aangevers aangetroffen (3)

Zowel verdachte als zijn twee medeverdachten [C.] en [medeverdachte B.] hebben ter terechtzitting verklaard dat zij, in de nacht dat de diefstallen gepleegd zijn, in de studentenwoning aan de [b-straat] te Leiden aanwezig zijn geweest.

Medeverdachte [C.] heeft bij de politie verklaard (4) dat zij alledrie heel dronken waren en dat zij op een bepaald moment in een kamer waren waar veel jassen hingen. Daar hebben zij in de zakken van de jassen gevoeld of er iets mee te nemen viel. Dit deden zij met nog twee andere onbekend gebleven jongens. Die jongens liepen vervolgens een kamer in en [C.], [verdachte A.] en [medeverdachte B.] zijn er vervolgens achteraan gelopen. Zij kwamen in een kamer waarin iemand lag te slapen. Toen zij buiten kwamen hadden de twee onbekende jongens een tas meegenomen van waaruit verdachte en zijn medeverdachten hebben geprobeerd te pakken wat ze pakken konden.

Getuige [getuige D.] heeft verdachte herkend als de man die van de eerste etage naar beneden kwam. De getuige heeft verklaard dat hij het vreemd vond dat verdachte van boven kwam lopen omdat het boven was afgesloten voor anderen. Toen de getuige verdachte hierop aansprak reageerde deze met de woorden of de getuige dacht dat hij, verdachte, wat gestolen had ofzo (5)

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking met zijn twee medeverdachten deel heeft genomen aan de diefstallen op de [b-straat] te Leiden.

Ten aanzien van parketnummer 09/560143-08:

Uit het politiedossier (6) is gebleken dat de politie op 23 december 2007 een melding kreeg dat een buschauffeur van Connexxion op de [c-straat] te Leiden zou zijn beroofd door vijf Antiliaans uitziende jongens. Verdachte is tezamen met twee andere personen kort nadien in de buurt van de [c-straat] aangehouden.

Door [slachtoffer B.] is aangifte gedaan van diefstal (7) . De aangever heeft in zijn aangifte een signalement van de daders gegeven. Tevens heeft de aangever in zijn aangifte verklaard dat persoon 1, die het geld uit de geldlade pakte, een opvallend tasje droeg. Dit tasje werd bij verdachte aangetroffen (8) . Tevens werd het tasje herkend door aangever als zijnde het tasje dat verdachte tijdens de diefstal bij zich droeg (9).

Aangever heeft bij een spiegelconfrontatie (10) met verdachte verklaard dat verdachte de persoon is waarnaar hij in zijn aangifte verwees, als persoon 1. Hij heeft tevens verklaard dat verdachte de persoon was die tegen hem zei: “Je wordt beroofd” en die het geld uit de kassalade pakte.

Getuige [getuige E.] heeft bij de politie verklaard (11) dat zij een persoon met een opvallend tasje tegen een andere verdachte hoorde zeggen dat als de buschauffeur hen naar voren zou roepen, zij dan zijn geld zouden pakken. De getuige heeft tevens verklaard dat de mannen dicht tegen de buschauffeur aan gingen staan en dat zij de woorden “geef me je geld” hoorde.

[ F.] heeft verklaard (12) dat verdachte, zijn broer en hijzelf hebben geduwd en getrokken aan de buschauffeur.

De rechtbank is gezien het vorenstaande van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de diefstal en daarbij geweld heeft gebruikt en heeft gedreigd met geweld.

Ten aanzien van parketnummer 09/535024-08:

Uit het politiedossier (13) is gebleken dat [slachtoffer C.] op 13 januari 2008 aangifte heeft gedaan van diefstal met geweld van zijn mobiele telefoon (14). De aangever heeft in de aangifte een signalement van de dader gegeven dat overeenkomt met het uiterlijk van verdachte.

Op 13 januari 2008 heeft de aangever, na een tip van een vriend aan wie hij het signalement van de dader had doorgegeven, verdachte op de [d-straat] te Leiden herkend als de dader (15). Bij de aanhouding van verdachte werd bij de fouillering een mobiele telefoon van het merk Nokia, type N95, aangetroffen waarvan het IMEI-nummer overeenkomt met het IMEI-nummer zoals dit door de aangever was genoemd in zijn aanvullende aangifte (16).

Verdachte heeft verklaard (17) dat hij de telefoon had gevonden in een telefooncel op de [e-straat] en dat hij deze nog naar de politie wilde gaan brengen. De sim-kaart die zich in de telefoon bevond zou zich nog in één van zijn broekzakken bevinden. Deze sim-kaart werd niet aangetroffen op de door verdachte aangegeven plaats.

De rechtbank acht op grond van de aangifte, de beschrijving die de aangever van de dader geeft, de herkenning van verdachte door de aangever als de dader en de omstandigheid dat verdachte korte tijd na de diefstal de telefoon van aangever in zijn bezit had, terwijl verdachte de sim-kaart uit die telefoon had verwijderd, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van diefstal met geweld van de mobiele telefoon van aangever.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft tezamen met zijn twee medeverdachten vanuit een studentenhuis, waar hij op een feest met zijn rapgroep optrad, eigendommen van vier verschillende personen gestolen. Zij hebben deze goederen zonder enige schroom weggenomen en zijn vervolgens vertrokken van het feest. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij misbruik heeft gemaakt van de gastvrijheid van de bewoners van het studentenhuis en dat hij het vertrouwen van de aangevers heeft beschaamd door hun eigendommen weg te nemen tijdens een feest waar hij was ingehuurd om op te treden.

Voorts heeft verdachte tezamen met anderen een diefstal gepleegd in een bus waarbij hij tegen de buschauffeur heeft geduwd en aan hem heeft getrokken en dreigende taal heeft geuit. De buschauffeur heeft hier blijkens zijn slachtofferverklaring grote gevoelens van angst en onveiligheid aan overgehouden en heeft grote moeite met het uitoefenen van zijn beroep tengevolge van het handelen van verdachte.

Tenslotte is verdachte in de nacht van 13 januari 2008 bij [slachtoffer C.] achterop diens fiets gesprongen. Verdachte heeft de mobiele telefoon van het slachtoffer uit diens broekzak gehaald en deze tegen de wil van het slachtoffer in zijn bezit gehouden. Vervolgens heeft hij het slachtoffer onder bedreiging met onder andere de woorden “als je niet doorfietst, maak ik je kapot” en door het op de rug draaien van de arm van het slachtoffer, gedwongen door te fietsen. Door aldus te handelen heeft verdachte het gevoel van veiligheid op straat in het algemeen en bij het slachtoffer in het bijzonder aangetast.

De rechtbank is van oordeel dat gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten, een gevangenisstraf geïndiceerd is.

De rechtbank houdt rekening met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht voor wat betreft de telastgelegde feiten op de dagvaarding met parketnummer 09/530707-06.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, d.d. 24 januari 2008, waaruit is gebleken dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld maar zich er desondanks niet van heeft laten weerhouden om opnieuw een groot aantal strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet derhalve geen gronden om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen.

De rechtbank neemt in aanmerking dat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden en zijn betrokkenheid afdoet als toevallige omstandigheden waarvan hij de dupe is geworden.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf passend en geboden is.

De vordering van de benadeelde partijen.

[slachtoffer A.], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 108,25. De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 1 (parketnummer 09/530707-06) bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 108,25, hoofdelijk door verdachte of zijn mededaders te voldoen.

[slachtoffer B.], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 297,00. De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 1 primair (parketnummer 09/560143-08) bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 297,00.

Connexxion Openbaar Vervoer N.V., heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 335,13. De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 1 primair (parketnummer 09/560143-08) bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 297,00, nu de gevorderde BTW verrekend kan worden.

[slachtoffer C.], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 425,00. De rechtbank acht deze vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 250,00, als voorschot op een vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder feit 1 primair (parketnummer 09/535024-08) bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 13 januari 2008 is ontstaan.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren, aangezien dit deel van de vordering in zoverre niet van zo eenvoudige aard is dat het zich leent voor behandeling in deze strafzaak, dan wel de schade niet als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit kan worden aangemerkt. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met hun vorderingen hebben gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Schadevergoedingsmaatregelen.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder feit 1 (parketnummer 09/530707-06) bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 108,25, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer A.].

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder feit 1 primair (parketnummer 09/560143-08) bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 297,00, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer B.] en een bedrag groot € 292,85, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Connexxion Openbaar Vervoer N.V.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder feit 1 primair (parketnummer 09/535024-08) bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 250,00, ten behoeve van immateriële schade, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer C.].

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 13 januari 2008 is ontstaan.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 57, 63, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de hem bij dagvaarding met parketnummer 09/530707-06 onder feit 1, feit 2 primair, feit 3 en feit 4, het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/560143-08 onder feit 1 primair en het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/535024-08 onder feit 1 primair telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

t.a.v. parketnummer 09/530707-06, feit 1, feit 2 primair, feit 3 en feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

t.a.v. parketnummer 09/560143-08, feit 1 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

t.a.v. parketnummer 09/535024-08, feit 1 primair:

diefstal, gepleegd op de openbare weg, gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen een persoon, gepleegd met het oogmerk om het bezit van het gestolene te verzekeren;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (VIJFTIEN) maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

t.a.v. parketnummer 09/530707-06:

in verzekering gesteld op : 18 juni 2006,

in vrijheid gesteld op : 20 juni 2006;

t.a.v. parketnummer 09/560143-08:

in verzekering gesteld op : 23 december 2007,

in vrijheid gesteld op: 24 december 2007;

t.a.v. parketnummer 09/535024-08:

in verzekering gesteld op : 13 januari 2008,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 16 januari 2008;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer A.], een bedrag van € 108,25;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 108,25 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer A.];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 (TWEE) dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededaders opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer B.], een bedrag van € 297,00;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan Connexxion Openbaar Vervoer N.V., een bedrag van € 292,85;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer C.], een bedrag van € 250,00, vermeerderd met de daarover gevorderde wettelijke rente vanaf 13 januari 2008 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot

€ 297,00, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer B.] en een bedrag groot

€ 292,85, ten behoeve van het slachtoffer genaamd Connexxion Openbaar Vervoer N.V. en een bedrag groot € 250,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 13 januari 2008 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer C.];

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer C.] voor het overige deel niet-ontvankelijk in zijn vordering;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van respectievelijk 3 (DRIE), 3 (DRIE) en 3 (DRIE) dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Hoek, voorzitter,

Honée en Kuipéri, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van Rhijn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 februari 2008.

-------------------

(1) Proces-verbaal van politie Hollands-Midden, nr. PL 1644/06-005513, met bijlagen, p. 1-287

(2) Processen-verbaal van politie Hollands-Midden, nr. PL 1644/06-117133, p. 95, p. 136, p. 170, p. 207

(3) Processen-verbaal van bevindingen van politie Hollands-Midden, nr. PL 1643/06-116952, p. 65, p. 92, p. 135

(4) Proces verbaal van verhoor van politie Hollands-Midden, nr. PL 1643/06-116952, p. 85

(5) Proces-verbaal van politie Hollands-Midden, nr. PL 1643/06-116952, p. 144

(6) Proces-verbaal van politie Hollands-Midden, nr. PL 1643/07-012061, met bijlagen, p. 1-93

(7) Proces-verbaal van aangifte van politie Hollands-Midden, nr. PL 1645/07-256212, p. 46-51

(8) Proces-verbaal van bevindingen van politie Hollands-Midden, nr. PL 1645/07-256212, p. 55

(9) Proces-verbaal van bevindingen van politie Hollands-Midden, nr. PL 1645/07-256212, p. 53

(10) Proces-verbaal van politie Hollands-Midden, nr. PL 1645/07-256212, p. 60

(11) Proces-verbaal van verhoor van politie Hollands-Midden, nr. PL 1645/07-256212, p. 66-69

(12) Proces-verbaal van verhoor van politie Hollands-Midden, nr. PL 1645/07-256212, p. 91

(13) Proces-verbaal van politie Hollands-Midden, nr. PL 1644/08-000442, met bijlagen, p. 1-38

(14) Proces-verbaal van aangifte van politie Hollands-Midden, nr. PL 1644/08-008436, p. 19

(15) Proces-verbaal van bevindingen van politie Hollands-Midden, nr. PL 1644/08-008436, p. 29

(16) Proces-verbaal van verhoor van politie Hollands-Midden, nr. PL 1644/08-008436, p. 25

(17) Proces-verbaal van verhoor van politie Hollands-Midden, nr. PL 1644/08-008436, p. 34