Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC5313

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
27-02-2008
Zaaknummer
09/900938-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van 2735 gram hennep, 176,46 gram cocaïne en bijna 100 kilo amfetamine. Daarnaast had verdachte een grote hoeveelheid middelen en goederen voorhanden waarmee de cocaïne en amfetamine konden worden bewerkt en/of verwerkt. Gelet op de aangetroffen hoeveelheid drugs en de aangetroffen middelen en goederen kan het niet anders dan dat verdachte dit alles onder zich had voor een ander doel dan eigen gebruik. Hieruit en uit het feit dat de aangetroffen amfetamine nog vochtig was (hetgeen een bekend gevolg is van de productie van amfetamine) leidt de rechtbank af dat verdachte dicht tegen de productie en/of het verwerkingsproces van de bij hem aangetroffen drugs aan moet hebben gezeten. Met deze omstandigheid heeft de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening gehouden bij de bepaling van de strafmaat. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en daarbij behorende volmantelpatronen, hetgeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengt.

Gezien de ernst van de gepleegde feiten acht de rechtbank een gevangenisstraf van langere duur, zoals gevorderd door de officier van justitie, passend en geboden. Straf gegrond op de artikelen - 33, 33a, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht; - 26 en 55 van de Wet wapens en munitie; - 2, 3, 10a, 10 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I en lijst II. Gevangenisstraf van 6 jaar, met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

Nevenzittingsplaats Rotterdam

MEERVOUDIGE KAMER

(PROMIS VONNIS)

parketnummer 09/900938-07

's-Gravenhage, 27 februari 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken en zittinghoudende te Rotterdam, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Groot-Brittanië) op [geboortedatum] 1962,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Vught - Nieuw Vosseveld 2 GEV" te Vught.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 13 februari 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr M.J. Boers, advocaat te 's Gravenzande, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr D.M. Benammar heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1., 2., 3., 4. en 5. telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage C aan dit vonnis is gehecht) onder 1j, 2l, 3b, 3c, 3d, 3g, 5c, 5f en 6 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, dat de onder 1a, 1b, 1c, 1f, 1h, 1i, 2g, 3a, 3e, 3f, 3h, 4, 5a, 5b en 5d genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer, dat de onder 1d, 1e, 1g, 5e genummerde voorwerpen zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende en dat de onder 1k, 1l, 2a, 2b, 2c, 2d, 2e, 2f, 2h,2i, 2j en 2k genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De formele voorvragen.

De verdediging heeft gesteld dat de dagvaarding onbegrijpelijk en daarom nietig is voor wat betreft het onder 1., 2. en 4. telastgelegde, nu niet is uitgewerkt uit welke feitelijke omstandigheden dan wel gedragingen het gestelde bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van de in de telastlegging genoemde middelen zou hebben bestaan.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Naar haar oordeel is het bij dagvaarding onder 1., 2. en 4. telastgelegde voldoende concreet om een adequate verdediging mogelijk te maken. De daarin beschreven handelingen behoeven dan ook geen nadere feitelijke omschrijving. Voor de verdachte is duidelijk tegen welk verwijt hij zich dient te verweren. De rechtbank is van oordeel dat de telastlegging voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in art. 261 Sv.

Voor het overige heeft de rechtbank vastgesteld dat de dagvaarding aan de eisen van de wet voldoet. De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de telastgelegde feiten.

Voorts heeft de raadsvrouw van verdachte gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging. Uit de omstandigheden dat de betreffende woning aan medeverdachte [B] in eigendom toebehoorde, en dat er sprake was van een verhoogd energieverbruik zou geen redelijk vermoeden van een strafbaar feit kunnen worden afgeleid, hetgeen een dwingende voorwaarde is voor het binnentreden in de woning aan de [adres 1]. Het binnengetreden in de woning aan de [adres 1] is dan ook onrechtmatig, aldus de raadsvrouwe.

Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de privacy van haar cliënt een tweede maal is geschonden nu een foto van het interieur van zijn appartement, welke overeenkomt met pagina 479 van het dossier, is gepubliceerd in een tijdschrift dat in januari van dit jaar is verschenen. Aangezien de verdediging op dat moment nog niet het bezit was van het dossier is de raadsvrouw van mening dat de betreffende foto afkomstig moet zijn van de politie dan wel het openbaar ministerie. Het betreft volgens de raadsvrouw een grove schending van de belangen van verdachte.

Gelet op het voorgaande is er sprake van een dusdanige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging, aldus de raadsvrouw.

Bij haar beoordeling van dit verweer neemt de rechtbank de volgende vaststaande feiten in aanmerking.

Op vrijdag 2 november 2007 is een anonieme melding gedaan bij de landelijke telefonische meldijn ‘Meld Misdaad Anoniem’ dat [B] een loods aan de [adres 2] huurt en dat daar een hennepkwekerij is gevestigd.(1) In deze loods is op 6 november een hennepkwekerij aangetroffen.(2) Naar aanleiding hiervan heeft de politie een administratief onderzoek ingesteld naar [B]. Daaruit is gebleken dat [B] eerder als verdacht is gehoord over het aantreffen van een hennepkwekerij. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat [B] bij meerdere panden op enige wijze administratief betrokken blijkt te zijn. Dit betreft onder meer het pand aan de [adres 1], dat sinds 1997 administratief leeg staat. Bij energieleverancier Eneco staat [B] bekend als verbruiker van de woning aan de [adres 1], waarbij een opvallend hoog energieverbuik staat geregistreerd.(3)

Naar het oordeel van de rechtbank vormen de hiervoor genoemde omstandigheden een redelijk vermoeden dat in voornoemd pand de Opiumwet werd overtreden. Het binnentreden was dan ook rechtmatig.

Ten aanzien van de in een tijdschrift gepubliceerde foto is de rechtbank van oordeel dat de herkomst daarvan onduidelijk is en dat door de raadsvrouw geen feiten en/of omstandigheden zijn aangevoerd die duidelijkheid verschaffen over die herkomst. Er is dan ook niet gebleken dat de bewuste foto van de politie of het openbaar ministerie afkomstig is. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de verdachte door de betreffende publicatie in zijn verdediging is geschaad.

Op grond van het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat geen van beide naar voren gebrachte omstandigheden, ook niet in onderlinge samenhang, tot de conclusie kunnen leiden dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vervolging.

Bewezenverklaring, bewijsoverwegingen en de bewijsmiddelen.

Waar in dit vonnis wordt gesproken over een proces-verbaal wordt daarmee bedoeld een proces-verbaal opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde (opsporings)ambtenaren. Waar in dit vonnis een document wordt aangehaald, wordt daarmee bedoeld een ander geschrift in de zin van art. 344 lid 1 sub 5 Wetboek van Strafvordering, tenzij anders vermeld. De rechtbank heeft deze alleen in aanmerking genomen met andere bewijsmiddelen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem bij dagvaarding onder 1., 2., 3., 4. en 5. telastgelegde feiten.

De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.

Op 9 november 2007 is binnengetreden in de woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats] ter vaststelling van een mogelijke overtreding van de Opiumwet.(4) Bij de doorzoeking van voornoemde woning werd diezelfde dag de navolgende goederen, voor zover van belang voor de aan verdachte telastgelegde feiten, in beslag genomen.(5)

1. Vijf dozen met gesealde pakketten. In deze pakketten zat totaal 96.785,4 gram witte substantie, welke is bemonsterd.(6) Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft vastgesteld dat deze monsters amfetamine bevatten.(7)

2. Een aantal ponypacks. In deze ponypacks (gevouwen papiertjes) zat totaal 176,46 gram witte substantie, welke is bemonsterd.(8) Het NFI heeft vastgesteld dat deze monsters cocaïne bevatten.(9)

3. Twee dozen met daarin twee zakken met een grote hoeveelheid versnijdingsmiddel. Een doos bevatte een plastic zak met 17.100 gram wit poeder en de andere doos bevatte een vuilniszak met 10.400 gram aan kristallen, welke beide zijn bemonsterd.(10) Het NFI heeft vastgesteld dat de monsters respectievelijk fenacetine en procaïne betroffen.(11)

4. Een middelgrote plastic zak. In deze zak zat 50,11 gram witte substantie, welke is bemonsterd.(12) Het NFI heeft vastgesteld dat het mannitol betrof.(13)

5. Drie zakken met druivensuiker. De zakken waren voorzien van de tekst Zonnatura Druivensuiker, wogen 500 gram per stuk en waren afgesloten.(14)

6. Een weegschaal.

7. Een jerrycan gevuld met een donkere vloeibare substantie. In de jerrycan zat ongeveer 20 liter vloeistof, welke is bemonsterd.(15) Aan de hand van dit monster heeft het NFI vastgesteld dat het 1-fenyl-2-propanon (Benzylmethylketon, BMK) betrof. Daarbij heeft het NFI vermeld dat deze stof in relatie tot synthetische drugs wordt gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van amfetamine.(16)

8. Een boodschappen tas gevuld met gedroogde henneptoppen. In deze tas zat totaal 772,76 gram aan henneptoppen.(17)

9. Een Albert Heijn tas met daarin een plak hash en een met doorzichtig plastic en tape omwikkelde hoeveelheid wiet. In deze tas zat totaal 667,7 gram aan marihuana.(18)

10. Een plastic zak met een doorzichtig plastic en tape omwikkelde hoeveelheid wiet. In deze tas zat 991,9 aan hasjiesj en 302,7 gram aan marihuana.(19)

11. Een pistool met houder en scherpe patronen. Na onderzoek is vastgesteld dat het een pistool, merk CZ, model 75 Compact betreft en dat het een vuurwapen is in de zin van artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.(20) Ten aanzien van de munitie is vastgesteld dat het 76 volpatronen betreffen en dat het munitie is zoals bedoeld in art. 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.

Bij het binnentreden van de woning werd verdachte in de woning aangetroffen tezamen met medeverdachte [C].(21) Medeverdachte [C] heeft verklaard dat hij sinds enkele dagen bij verdachte logeerde en dat hij de in zijn slaapkamer aangetroffen hennep heeft gezien. [C] ontkent iets van de andere in de woning aangetroffen drugs te weten, maar heeft wel aangegeven dat hij in de woonkamer is geweest.(22) Ook heeft [C] verklaard dat hij af en toe handelt in hennep en dat hij wel belangstelling had voor de aangetroffen hennep.(23)

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij van [B] in de woning mocht slapen en dat niemand anders in de woning aan de [adres 1] woont.(24)

De rechtbank is op grond van het hiervoor overwogene van oordeel dat vastgesteld kan worden dat verdachte zijn woonadres had aan de [adres 1]. De hierboven opgesomde hoeveelheid drugs, versnijdingsmiddelen, BMK, ponypacks en de weegschaal lagen open en bloot in deze woning, evenals het aangetroffen vuurwapen en de bijbehorende munitie. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van genoemde drugs, stoffen en die weegschaal gezegd kan worden dat deze zich in de machtssfeer van verdachte bevonden. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het aanwezig hebben en/of voorhanden hebben van de aangetroffen cocaïne, amfetamine, hennep, versnijdingsmiddelen, weegschaal, ponypacks, BMK, het vuurwapen en de bijbehorende munitie.

Voor wat betreft het aanwezig hebben van de in de woning aangetroffen hennep is de rechtbank van oordeel dat verdachte dit feit gelet op voornoemde verklaringen van medeverdachte [C] tezamen en in vereniging met die [C] heeft gepleegd..

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank gelet op de telastgelegde periode niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het bereiden, bewerken of verwerken van cocaïne en/of amfetamine. Vaststaat dat de in de woning aangetroffen stoffen fenacetine, procaïne, mannitol worden gebruikt als versnijdingsmiddelen voor cocaïne. Druivensuiker kan eveneens gebruikt worden voor dat doel.(25) De aangetroffen jerrycan met Benzylmethylketon (BMK) wordt gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van amfetamine. Hoewel naast deze middelen in de woning ook een weegschaal, lege ponypacks en een zeer grote hoeveelheid cocaïne en amfetamine is aangetroffen kan naar het oordeel van de rechtbank op basis van het dossier niet worden vastgesteld of verdachte zich nu juist op 9 november 2007, heeft schuldig gemaakt aan het bereiden, bewerken of verwerken van cocaïne of amfetamine.

De raadsvrouw van verdachte heeft ten slotte aangevoerd dat het proces-verbaal waarin verslag is gedaan van het onderzoek naar het gevonden dactyloscopische spoor niet door de betreffende verbalisant is ondertekend. De rechtbank gaat voorbij aan dit verweer nu zij het betreffende proces-verbaal niet tot het bewijs heeft gebezigd.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank acht wettig bewezen en is tot de overtuiging gekomen dat verdachte de in de dagvaarding onder 1., 2., 3., 4. en 5. telastgelegde feiten heeft begaan zoals weergegeven in de bewezenverklaring. Die bewezenverklaring is aangehecht als bijlage B en moet als hier ingelast worden beschouwd.

Deze beslissing steunt op voormelde bewijsmiddelen, die de feiten en omstandigheden inhouden die reden geven tot die beslissing. Elk van die bewijsmiddelen is –ook in zijn onderdelen– alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Eventuele in de telastlegging voorkomende taal- en typefouten zijn bij de bewezenverklaring door de rechtbank verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet de hierna te noemen strafbare feiten op. Verdachte is daarvoor ook strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van 2735 gram hennep, 176,46 gram cocaïne en bijna 100 kilo amfetamine. Daarnaast had verdachte een grote hoeveelheid middelen en goederen voorhanden waarmee de cocaïne en amfetamine konden worden bewerkt en/of verwerkt. Gelet op de aangetroffen hoeveelheid drugs en de aangetroffen middelen en goederen kan het niet anders dan dat verdachte dit alles onder zich had voor een ander doel dan eigen gebruik. Hieruit en uit het feit dat de aangetroffen amfetamine nog vochtig was (hetgeen een bekend gevolg is van de productie van amfetamine) leidt de rechtbank af dat verdachte dicht tegen de productie en/of het verwerkingsproces van de bij hem aangetroffen drugs aan moet hebben gezeten. Met deze omstandigheid heeft de rechtbank in het nadeel van verdachte rekening gehouden bij de bepaling van de strafmaat.

Verdachte heeft zich bij zijn handelen kennelijk laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen. Hennep, en vooral hard drugs, zijn voor de gezondheid van gebruikers daarvan zeer schadelijke stoffen en het gebruik ervan is ook bezwarend voor de samenleving onder andere vanwege de daarmee gepaard gaande door verslaafden gepleegde criminaliteit. Het aanwezig hebben van de bij verdachte aangetroffen hoeveelheden hard drugs dient dan ook krachtig te worden bestreden.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en daarbij behorende volmantelpatronen, hetgeen een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich brengt.

Gezien de ernst van de gepleegde feiten acht de rechtbank een gevangenisstraf van langere duur, zoals gevorderd door de officier van justitie, passend en geboden.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1j, 2l, 3b, 3c, 3d, 3g, 5c, 5f en 6 genummerde voorwerpen, verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en met betrekking tot deze voorwerpen de onder 1., 2., 3., 4. en 5. bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1a, 1b, 1c, 1f, 1h, 1i, 2g, 3a, 3e, 3f, 3h, 4, 5a, 5b en 5d genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen de onder 1., 2., 3., en 4. bewezenverklaarde feiten zijn begaan; en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1k, 1l, 2a, 2b, 2c, 2d, 2e, 2f, 2h, 2i, 2j en 2k genummerde voorwerpen.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan met betrekking tot de op de beslaglijst onder 1d, 1e, 1g en 5e genummerde voorwerpen geen persoon als rechthebbende worden aangemerkt.

De rechtbank zal daarom de bewaring van deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 33, 33a, 36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 2, 3, 10a, 10 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I en II.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1., 2., 3., 4. en 5. telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

1. en 2.

Handelen in strijd met een in art. 2, aanhef, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij art. 10, eerste lid, van de Opiumwet, meermalen gepleegd;

3.

Een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van art. 10, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van het feit.

4.

Handelen in strijd met een in art. 3, aanhef, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, strafbaar gesteld bij art. 11, eerste lid, van de Opiumwet;

5.

Handelen in strijd met art. 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij art. 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 9 november 2007

in voorlopige hechtenis gesteld op: 12 november 2007

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1j, 2l, 3b, 3c, 3d, 3g, 5c, 5f en 6 genummerde voorwerpen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1a, 1b, 1c, 1f, 1h, 1i, 2g, 3a, 3e, 3f, 3h, 4, 5a, 5b en 5d genummerde voorwerpen;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder 1k, 1l, 2a, 2b, 2c, 2d, 2e, 2f, 2h,2i, 2j en 2k genummerde voorwerpen;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 1d, 1e, 1g en 5e genummerde voorwerpen;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs O. van der Burg voorzitter,

I.K. Spros en G.M.G. Hink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr H.H. Kielman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 februari 2008.

1 Proces-verbaal Meld Misdaad Anoniem, PL 1595/2007/4194, d.d. 12 november 2007, p. 261-262.

2 Relaas proces-verbaal, nummer PL 1531/2007/62098, d.d. 10 november 2007, p. 9.

3 Relaas proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 10.

4 Proces-verbaal van binnentreden woning, d.d. 10 november 2007, p.24-26.

5 Bijlage II bij Proces-verbaal van doorzoeking, d.d. 10 november 2007, p. 97.

6 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 134-135.

7 Deskundigenrapport, Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 28 december 2007, p. 338-340.

8 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 135-138.

9 Deskundigenrapport, Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 28 december 2007, p. 338-340.

10 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 135-136.

11 Deskundigenrapport, Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 28 december 2007, p. 338-340.

12 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 136.

13 Deskundigenrapport, Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 28 december 2007, p. 338-340.

14 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 135.

15 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 139.

16 Deskundigenrapport, Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 28 december 2007, p. 338-340.

17 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 136.

18 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 137.

19 Proces-verbaal, d.d. 10 november 2007, p. 137.

20 Proces-verbaal, d.d. 9 november 2007, p. 156-158.

21 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 november 2007, p. 94.

22 Proces-verbaal van terechtzitting, d.d. 13 februari 2008.

23 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 15 november 2007, p. 220-221.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 9 november 2007, p. 124.

25 Proces-verbaal, d.d. 30 januari 2008, p. 385.