Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4876

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
21-02-2008
Zaaknummer
09/925958-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft, terwijl hij onder invloed van alcohol was, openlijk met een mes op straat gelopen. Toen hij daarop door de politie werd aangesproken en hem diverse malen werd verzocht het mes af te geven, heeft de verdachte geweigerd aan het verzoek te voldoen en bedreigingen geuit terwijl hij met het mes zwaaiende en stekende bewegingen maakte. Tot vier maal toe heeft de politie getracht met gebruik van pepperspray verdachte te bewegen het mes af te geven. Toen de verdachte ook hierop niet reageerde, heeft de politie een diensthond ingezet. De hond is vervolgens door de verdachte diverse malen gestoken en heeft hierdoor letsel opgelopen. Straf gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar; bijzondere voorwaarde: reclasseringstoezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/925958-07

's-Gravenhage, 21 februari 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, P.C.S. Unit 2,

te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 7 februari 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. Th.U. Hiddema, advocaat te Maastricht, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. A. Baggerman heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder feit 1 en 2 telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling dit nodig acht, ook indien zulks inhoudt een behandeling bij de forensische polikliniek van Palier en/of een agressiebehandeling bij De Waag.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij politie Haaglanden tot een bedrag van € 287,70. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 287,70 subsidiair 5 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd politie Haaglanden voornoemd.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, terwijl hij onder invloed van alcohol was, openlijk met een mes op straat gelopen. Toen hij daarop door de politie werd aangesproken en hem diverse malen werd verzocht het mes af te geven, heeft de verdachte geweigerd aan het verzoek te voldoen en bedreigingen geuit terwijl hij met het mes zwaaiende en stekende bewegingen maakte. Tot vier maal toe heeft de politie getracht met gebruik van pepperspray verdachte te bewegen het mes af te geven. Toen de verdachte ook hierop niet reageerde, heeft de politie een diensthond ingezet. De hond is vervolgens door de verdachte diverse malen gestoken en heeft hierdoor letsel opgelopen. De situatie, waarbij verdachte in een zodanige (agressieve) gemoedstoestand verkeerde dat hij niet reageerde op pepperspray, die tot vier keer toe in zijn gezicht werd gespoten, en evenmin op inzet van de politiehond werd door de agenten als zeer bedreigend ervaren. Daarnaast heeft voornoemd handelen van verdachte schade veroorzaakt voor de politie en tot gevoelens van onrust en onveiligheid binnen de samenleving geleid. Voorts heeft verdachte door aldus te handelen blijk gegeven het gezag van de politie niet te eerbiedigen.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 oktober 2007, waaruit blijkt dat verdachte reeds meermalen -eenmaal minder dan vijf jaar geleden- voor (ernstige) geweldsdelicten is veroordeeld. Verdachte was sedert januari 2007 weer op vrije voeten en leek zijn leven weer aardig op de rails te hebben. Verdachte wist dat hij onder invloed van alcohol agressief wordt. Desondanks nuttigde hij een grote hoeveelheid alcohol en ging hij vervolgens stappen met een vriend waarbij hij ook nog een mes meenam. Gelet hierop is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat geen aanleiding bestaat tot het opleggen van een werkstraf.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het voorlichtingsrapport van Palier d.d. 18 januari 2008, opgesteld door [unitmanager], unitmanager, en [reclasseringswerker], reclasseringswerker. Volgens verdachte zouden de onderhavige feiten niet hebben plaatsgevonden indien hij niet onder invloed van alcohol had verkeerd. In het rapport wordt gesteld dat verdachte weliswaar in het verleden behandeld is voor zijn alcoholverslaving bij Brijder Verslavingszorg maar nog steeds problemen heeft met alcoholgebruik. Verdachte heeft aangegeven in de toekomst niet meer te willen drinken. Om dit resultaat te bereiken en behouden heeft betrokkene aangegeven graag hulp te willen in de vorm van een behandeling. Teneinde het opgestelde plan van aanpak meer kracht bij te zetten wordt verplicht reclasseringscontact met een behandeling bij de forensische polikliniek van Palier geïndiceerd geacht.

Op grond van voornoemde overwegingen acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank zal een deel van de gevangenisstaf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte te verplichten mee te werken aan behandeling van zijn verslaving.

De vordering van de benadeelde partij.

De politie Haaglanden, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 287,70.

De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Deze vordering is door de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde feit.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank acht verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht. Zij is van oordeel dat aan de politie Haaglanden, een publiekrechtelijke orgaan, voldoende middelen ter beschikking staan om het schadevergoedingsbedrag van verdachte te innen. Van de politie Haaglanden kan dan ook gevergd worden dat zij zelf voor incasso van haar vordering zorgdraagt. Bovendien heeft de verdachte ter zitting aangegeven bereid te zijn de schade te vergoeden. De rechtbank zal dan ook het verzoek van de officier van justitie tot oplegging van een schadevergoedingsmaatregel afwijzen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 en 2 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk een dier dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 28 oktober 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 30 oktober 2007,

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot zes maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook indien zulks inhoudt behandeling bij Palier en/of een agressieregulatietraining bij De Waag;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij politie Haaglanden toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan politie Haaglanden, een bedrag van € 287,70;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. E.A.G.M. van Rens, voorzitter,

Y.J. Wijnnobel-van Erp en J.M. van de Poll, rechters,

in tegenwoordigheid van W.G. Terwel, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 februari 2008.