Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4180

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
12-02-2008
Zaaknummer
09/993047-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

(zie ook BC3975 en BC4180 - medeverdachten) Aan verdachte is kort gezegd telastgelegd dat hij in een authentieke akte een valse opgave van feiten heeft doen opnemen, te weten dat hij en zijn mededaders € 150.000 euro zouden inbrengen in de commanditaire vennootschap [.....], terwijl dit bedrag nooit is betaald. In de akte is ten aanzien van de inbrengverplichting de toekomstige tijd gebezigd en er is geen uiterlijke termijn opgenomen voor de inbreng. De enkele omstandigheid dat verdachte het bedrag nadien niet heeft gestort op een rekening van de commanditaire vennootschap maakt die opgave niet zonder meer vals. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(PROMISVONNIS)

parketnummer 09/993047-07

's-Gravenhage, 5 februari 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 2 november 2007 en van 23 januari 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr Hattinga Verschure, advocaat te 's Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr J.J.M. van Dis-Setz heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding telastgelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd dat hij op of omstreeks 25 februari 2002 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

in een authentieke akte, te weten: de oprichtingsakte van de Commanditaire

Vennootschap [B2], een valse opgave heeft/hebben doen opnemen aangaande een feit van welks waarheid de akte moet doen blijken,

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededaders door notaris mr. [notaris]

valselijk en in strijd met de waarheid in voornoemde akte doen opnemen dat

hij en/of zijn mededader(s) elk een bedrag van 150.000,- euro, althans een

bedrag, zullen inbrengen,

terwijl dit bedrag (geheel of gedeeltelijk) in werkelijkheid nooit is

ingebracht en/of gestort en/of overgemaakt,

met het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als

ware deze opgave in overeenstemming met de waarheid.

De formele voorvragen.

De rechtbank overweegt dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is van het telastgelegde kennis te nemen. De officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen en er zijn geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Aan verdachte is kort gezegd telastgelegd dat hij in een authentieke akte een valse opgave van feiten heeft doen opnemen, te weten dat hij en zijn mededaders € 150.000 euro zouden inbrengen in de commanditaire vennootschap [B2] (hierna [B2]), terwijl dit bedrag nooit is betaald.

In artikel 15 van de oprichtingsakte van [B2] is voornoemde inbrengverplichting als volgt omschreven:

"De commanditaire vennoten zullen elk een bedrag in contanten groot eenhonderdvijftigduizend euro (€ 150.000) inbrengen.

Voormelde bedragen zullen door de commanditaire vennoten worden gestort op een rekening van de vennootschap".(1)

De officier van justitie heeft in haar eis tot bewezenverklaring geconcludeerd, daartoe aanvoerend dat verdachte nooit van plan is geweest het genoemde bedrag op een rekening van [B2] te storten.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de telastgelegde (en bewijsbare) feitelijkheid dat het bedrag van € 150.000,-- nooit is betaald, niet de conclusie rechtvaardigen dat de hierboven omschreven opgave in de akte valselijk en in strijd met de waarheid is opgenomen. In de akte is ten aanzien van de inbrengverplichting de toekomstige tijd gebezigd en er is geen uiterlijke termijn opgenomen voor de inbreng. De enkele omstandigheid dat verdachte het bedrag nadien niet heeft gestort op een rekening van [B2], maakt die opgave niet zonder meer vals.

Dit zou mogelijk anders zijn als verdachte daadwerkelijk niet van plan zou zijn geweest dit bedrag ooit te storten, zoals de officier van justitie heeft aangevoerd. Of dit het geval was, kan echter in het midden blijven, nu de officier van justitie dit niet heeft telastgelegd.

Verdachte zal van het hem telastgelegde worden vrijgesproken.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding telastgelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Verkleij, voorzitter,

Honée en Lips, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Kielman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 februari 2008.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

(1) D-084, AH-08-10 Oprichtingsakte d.d. 25 februari 2002 [B2] C.V.