Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BC3704

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-02-2008
Datum publicatie
06-02-2008
Zaaknummer
09/758146-07 en 09/900172-06 tul
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval in een woning. Het slachtoffer, een 39-jarige vrouw, heeft de overval als zeer traumatisch ervaren en het gebeuren heeft een enorme impact op haar leven. Naast de materiële schade, die door de verzekering is vergoed, is er bij het slachtoffer sprake van veel lichamelijk en psychisch leed.

Toepasselijke wetsartikelen: 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Bijzondere voorwaarde: toezicht reclassering. Vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij toegewezen tot € 1.545,-. Vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-GRAVENHAGE, SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09.758146-07

tul 09.900172-06

rolnummer 0002

’s-Gravenhage, 6 februari 2008

De rechtbank ’s-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte/veroordeelde (hierna: verdachte)

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans preventief gedetineerd in P.I. Haaglanden, PCS HvB Unit 1.

De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 januari 2008.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. G.D. Haytink, is verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr. L.M. Robert heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding telastgelegde wordt veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] hoofdelijk zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.545,- en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering, aangezien deze in zoverre niet van eenvoudige aard is.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.545,-, subsidiair 30 dagen hechtenis ten behoeve van de benadeelde partij genaamd

[benadeelde partij].

De officier van justitie heeft ook de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 1 maart 2006 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.

De telastlegging

Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

De bewezenverklaring

Door de inhoud van de vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding vermelde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht – en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad – de inhoud van de telastlegging zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf oplevert.

Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgrond aannemelijk is geworden.

Strafmotivering

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval in een woning. Verdachte en zijn mededaders hebben het slachtoffer, een 39-jarige vrouw, tegen het hoofd en het gezicht geslagen, haar de woning in geduwd en vervolgens tegen de grond geduwd. Toen het slachtoffer op de grond lag, is verdachte op haar benen gaan zitten en heeft hij haar met een knuppel tegen het hoofd geslagen. Een medeverdachte heeft de armen en de benen van het slachtoffer met tape vastgemaakt, maar het slachtoffer ook nog tegen haar hoofd geslagen omdat zij niet meewerkte.

Het slachtoffer kon geen kant op. In de tussentijd heeft de derde medeverdachte de woning van verdachte doorzocht en is er - bij gebrek aan geld - een grote hoeveelheid goederen weggenomen.

Verdachte en de medeverdachten die in de woning aanwezig waren, zijn door een vierde - minderjarige - medeverdachte getipt dat er in de woning een grote hoeveelheid geld aanwezig zou kunnen zijn en zo is het plan ontstaan om het slachtoffer te beroven. Van tevoren zijn er bivakmutsen/maskers en handschoenen geregeld en verdachte heeft voor een auto en een chauffeur gezorgd. De dag voor de overval zijn verdachte en zijn mededaders bovendien op voorverkenning geweest. Verdachte heeft ook op de dag van de overval een deel van de buit verkocht en dit bedrag met zijn mededaders gedeeld.

Gelet op voornoemde handelwijze is de rechtbank van oordeel dat de overval op professionele wijze heeft plaatsgevonden en niet zoals door de raadsvrouw is gesteld, op een knullige manier. Er is, naar het oordeel van de rechtbank, sprake geweest van een planmatige bewuste en nauwe samenwerking.

Verdachte heeft een grote rol gespeeld bij de overval en de voorbereiding hierop en bovendien was verdachte de oudste van alle daders.

Van de twee mobiele telefoons die zijn weggenomen bij de overval heeft verdachte er één aan een vriend gegeven en de ander zelf in gebruik genomen. Door het tappen van deze telefoons is de politie op het spoor van de daders van de overval gekomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben door het plegen van een dergelijke gewelddadige overval in een woning de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer ernstig geschonden en daarmee tevens een ernstige inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid dat men in de eigen woning behoort te hebben, nu een woning bij uitstek een plek is waar men zich veilig en beschermd moet kunnen voelen.

Verdachte en zijn mededaders hebben uit pure hebzucht gehandeld en met hun handelen geen enkel respect getoond voor andere mensen en hun bezittingen. De rechtbank neemt dit verdachte en zijn mededaders zeer kwalijk.

Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring komt naar voren dat het slachtoffer de overval als zeer traumatisch heeft ervaren en het gebeuren een enorme impact heeft op haar leven. Naast de materiële schade, die door de verzekering is vergoed, is er bij het slachtoffer sprake van veel lichamelijk en psychisch leed.

De psychische conditie van het slachtoffer, dat manisch depressief is en paranoïde ideeën heeft, is door de overval verslechterd. Het liefste zou het slachtoffer in bed blijven liggen met een deken over haar hoofd. De gevoelens van angst en onveiligheid in haar eigen woning maken dat het slachtoffer geen rust meer heeft en dat haar psychische toestand is verslechterd. Ook heeft zij als gevolg van de overval lichamelijke klachten, te weten zeer hevige hoofdpijn door een te hoge bloeddruk, pijn in haar rug en pijn in haar rechteroog, zoals ook omschreven in de overgelegde medische informatie.

Aangenomen kan worden dat het slachtoffer nog gedurende lange tijd nadelige lichamelijke en met name psychische gevolgen zal ondervinden van hetgeen haar is overkomen. Daarnaast heeft een dergelijk misdrijf een enorme impact op de leefomgeving van het slachtoffer, en zelfs in het onderhavige geval op de hond van het slachtoffer - die dagenlang zoek is geweest en ook nog steeds erg angstig is -, terwijl bovendien de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen worden versterkt.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van

het voorlichtingsrapport van de reclassering d.d. 13 december 2007.

Blijkens de inhoud van dit rapport heeft verdachte het onderhavige delict samen met vrienden gepleegd om snel aan geld en softdrugs te komen. Hij heeft, volgens eigen zeggen, actief deelgenomen, laat zich snel meeslepen door derden en kan moeilijk nee zeggen. Verdachte heeft aangegeven spijt te hebben van zijn gedrag en de gevolgen hiervan, zowel voor het slachtoffer als voor zichzelf.

Verdachte zal zich, aldus aangegeven, bewuster moeten worden van zijn gedrag en de gevolgen hiervan, zodat hij andere keuzes kan maken ten aanzien van zijn vrienden, vrijetijdsbesteding en middelengebruik. Aangegeven is dat het in het belang van verdachte is dat hij de training Art Wiltshire-NL (agressieregulatietraining) of een behandeling bij

De Waag zal volgen. Daarnaast dient er, aldus aangegeven, via plaatsing binnen Exodus aandacht te worden besteed aan praktische zaken.

Geadviseerd wordt aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde verplicht contact met de reclassering, in welk kader voornoemde training/behandeling kan plaatsvinden.

De rechtbank kan zich vinden in voornoemd advies van de reclassering.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank enerzijds rekening met de omstandigheid dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 11 oktober 2007 - in het verleden reeds eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten en dat van deze eerdere, deels voorwaardelijke, veroordeling kennelijk geen preventieve werking is uitgegaan.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte ‘gaaf heeft bekend’ en dat zijn proceshouding positief is.

De rechtbank is echter, gelet op de ernst van het feit, de mate van het gebruikte geweld en de grote rol van verdachte hierbij, van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van aanzienlijke duur een passende reactie vormt.

De rechtbank ziet aanleiding een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen, teneinde verdachte in de toekomst van strafbare gedragingen te weerhouden en zijn begeleiding te waarborgen. Als bijzondere voorwaarde zal dan ook verplicht reclasseringstoezicht worden opgelegd.

De rechtbank gaat ervan uit dat de reclassering zal regelen dat verdacht een agressieregulatietraining of een behandeling bij De Waag zal volgen en dat hij, zodra de tijd daar is, aan het programma van Exodus kan deelnemen.

De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling

De rechtbank is van oordeel dat de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 1 maart 2006 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf kan worden toegewezen, nu de verdachte opnieuw een strafbare feit heeft gepleegd gedurende de bij voornoemd vonnis bepaalde proeftijd.

Vordering tot schadevergoeding

[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het geding over deze strafzaak en heeft een vordering ingediend tot vergoeding van de geleden schade tot een bedrag van € 2.545,-.

De verdachte en de raadsvrouw hebben de vordering van de benadeelde partij betwist, in die zin dat de raadsvrouw matiging van de vergoeding van de geleden immateriële schade verzoekt, nu verdachte geen inkomsten heeft. Ook verzoekt de raadsvrouw afwijzing van de post verhuiskosten, nu deze niet voldoende is onderbouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank is vergoeding van de door de benadeelde partij geleden (immateriële) schade tot een bedrag van € 1.545,- redelijk en billijk.

Aannemelijk is dat deze schade het gevolg is van het bewezenverklaarde.

De vordering van de benadeelde partij kan dus hoofdelijk tot dat bedrag worden toegewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de benadeelde partij voor het overige, dus voorzover het de post verhuiskosten betreft, niet van zo eenvoudige aard dat zij zich leent voor behandeling in het onderhavige strafgeding, aangezien de gegrondheid van deze schadepost niet zonder nadere gegevens kan worden vastgesteld. De rechtbank zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is in haar vordering en deze bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1.545,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd

[benadeelde partij].

Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen:

14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het bij dagvaarding telastgelegde feit, zoals hierboven omschreven, heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN

verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is telastgelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezene en verdachte te dier zake strafbaar;

veroordeelt verdachte tot

GEVANGENISSTRAF VOOR DE DUUR VAN 36 MAANDEN

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

onder de bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

in verzekering gesteld op 10 oktober 2007;

in voorlopige hechtenis gesteld op 12 oktober 2007;

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij]

tot een bedrag van € 1.545,- en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, met bepaling dat indien en voorzover de mededaders van verdachte dit bedrag zouden hebben betaald, de verdachte van betaling zal zijn bevrijd;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij deze bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot

€ 1.545,- ten behoeve van de benadeelde partij genaamd [benadeelde partij];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

bepaalt dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

t.a.v. parketnummer 09.900172-06:

wijst toe de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van 22 januari 2008 en gelast de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 1 maart 2006, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door

mrs E. Timmermans, voorzitter,

V.J. de Haan en J.P. Wittop Koning, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 februari 2008.