Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC8223

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-12-2007
Datum publicatie
01-09-2021
Zaaknummer
290431 - HA ZA 07-2052
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

bevoegdheid rechtbank (sector civiel) inzake beslissingen Stichting de Thuiskopie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 150
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 's -Gravenhage

290431 / HA ZA 07-20525 december 2007

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 290431 / HA ZA 07-2052

Vonnis van 12 december 2007

in de zaak van

de stichting

STICHTING DE THUISKOPIE,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

procureur mr. drs. W.P. den Hertog,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEDIA-MADNESS B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr. W. Heemskerk.

Partijen zullen hierna Thuiskopie en Media-Madness genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding met 16 producties;

- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in het bevoegdheidsincident, tevens akte houdende overlegging 4 producties;

- de conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Thuiskopie is bij besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 20 februari 1991 aangewezen als rechtspersoon belast met de inning en verdeling van de zogenoemde thuiskopievergoeding die een fabrikant of importeur van blanco informatiedragers op grond

van art. 16c Auteurswet (Aw) juncto art. 10 onder e Wet op de Naburige Rechten (WNR) verschuldigd is aan makers in de zin van de Auteurswet of uitvoerenden c.s. in de zin

van de WNR of hun rechtverkrijgenden.

2.2.

Media-Madness drijft een onderneming die zich bezig houdt met detail- en groothandel in media-artikelen, waaronder blanco informatiedragers. Zij biedt deze in haar (twee) winkels en via het internet aan.

2.3.

Thuiskopie heeft tussen januari 2005 en februari 2007 op meerdere momenten controles verricht/aankopen gedaan in de winkels van Media-Madness. Zij heeft geconstateerd dat door Media-Madness blanco informatiedragers tegen een dusdanige lage verkoopprijs werden aangeboden dat daarover volgens Thuiskopie waarschijnlijk geen thuiskopievergoeding is geheven. Thuiskopie heeft Media-Madness daarop verzocht - kort gezegd - opgave te doen van de geïmporteerde en/of verhandelde blanco informatiedragers.

De vordering in de hoofdzaak

2.4.

Thuiskopie vordert - kort weergegeven - Media-Madness te veroordelen opgave te doen van alle door Media-Madness in Nederland vervaardigde, ingevoerde en/of verhandelde blanco informatiedragers welke opgaven vergezeld dienen te gaan van een verklaring van een registeraccountant. Daarnaast vordert zij de bescheiden die nodig zijn om met betrekking tot de verhandelde blanco informatiedragers vast te stellen of daarover de thuiskopievergoeding is afgedragen, dit alles op verbeurte van dwangsommen. Ook vordert zij Media-Madness te veroordelen de uiteindelijk verschuldigde thuiskopievergoeding te betalen over de geïmporteerde, vervaardigde en/of verhandelde blanco informatiedragers, alles te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts vordert zij Media-Madness te verbieden voor eigen rekening, of voor rekening van een ander, blanco informatiedragers in Nederland te importeren of te verhandelen waarover geen opgave is gedaan en/of geen thuiskopievergoeding is voldaan, ook dit op verbeurte van dwangsommen. Tot slot wordt een proceskostenveroordeling op de voet van art. 1019h Wetboek van burgerlijke rechtsvordering gevorderd.

De vordering in het incident, de grondslag daarvoor en het verweer

2.5.

Media-Madness vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart in de hoofdzaak. Thuiskopie voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.6.

Thuiskopie is volgens Media-Madness ter zake van de thuiskopievergoeding een bestuursorgaan als bedoeld in art. 1:1 lid 1 onder b Algemene wet bestuursrecht (Awb). Thuiskopie is bij besluit van 22 mei 2007 van de Minister van Justitie (de minister) aangewezen als rechtspersoon belast met de inning en verdeling van de thuiskopievergoeding.1 Hieruit blijkt volgens Media-Madness dat de minister nauw betrokken is bij de inhoud en de uitvoering van het beleid van Thuiskopie.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bovendien op grond van art. 16c lid 6 Aw nadere regels worden gegeven met betrekking tot voorwerpen ten aanzien waarvan de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, verschuldigd is, waaraan uitvoering is gegeven bij het Besluit van 17 februari 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912.

Ook kunnen op grond van dezelfde wettelijke bepaling bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven worden en voorwaarden worden gesteld ter uitvoering van het bepaalde in art. 16c lid 6 Aw met betrekking tot de hoogte, verschuldigdheid en vorm van de billijke vergoeding.

2.7.

Media-Madness wijst er voorts op dat de inning en verdeling dient te geschieden overeenkomstig een door Thuiskopie opgesteld reglement, dat is goedgekeurd door het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: CvTA). Thuiskopie staat sinds 15 juli 2003 onder toezicht van CvTA. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven betreffende dit toezicht.

2.8.

De inning heeft volgens Media-Madness een publiekrechtelijk karakter omdat het thuisgebruik ingevolge de Auteurswet geen auteursrechtinbreuk oplevert. Media-Madness wijst er daarbij op dat van enige verbintenis tussen haar en Thuiskopie geen sprake is en zij ook geen lid is van (de rechtbank begrijpt dat zij bedoelt te zeggen dat zij niet is aangesloten bij) de Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers (de Stobi). Dat de inning van de thuiskopievergoeding een publiekrechtelijke aangelegenheid is, vindt volgens Media-Madness voorts steun in het feit dat de regeling van de thuiskopievergoeding moet worden gezien als de uitvoering van een wettelijk regime: art. 5 lid 2 sub b van richtlijn 2001/29EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij.

2.9.

Ook de wettelijke bevoegdheid van Thuiskopie bescheiden op te vragen (en

daarmee de wettelijke gehoudenheid opgave aan Thuiskopie te doen) betreft volgens Media-Madness een publiekrechtelijke bevoegdheid.

2.10.

Thuiskopie stelt dat in het onderhavige geval sprake is van een civielrechtelijke vordering en de rechtbank om die reden bevoegd is.

In het incident

2.11.

Bij de beoordeling of sprake is van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub b Awb dient per opgedragen taak te worden beoordeeld of de private rechtspersoon als bestuursorgaan is te duiden. In de onderhavige zaak gaat het om de bevoegdheid van Thuiskopie de thuiskopievergoeding te innen. De rechtbank gaat daarom voorbij aan hetgeen door Media-Madness (tevens) is gesteld omtrent het door Thuiskopie jaarlijks verstrekken van financiële bijdragen voor de realisering van 'projecten van sociale en/of culturele aard die de Nederlandse audiovisuele en/of muziekcultuur in de breedste zin bevorderen'. Datzelfde geldt voor zover is verwezen naar de algemene maatregel van bestuur van 17 februari 2007, waarbij de minister voorwerpen heeft aangewezen waarover de thuiskopievergoeding verschuldigd is. Dit raakt de besluitvorming van de Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding (de SONT) en ziet niet op het innen van de thuiskopievergoeding door Thuiskopie.

2.12.

Naar het oordeel van de rechtbank is Thuiskopie ten aanzien van de hier in geding zijnde aan haar opgedragen taak de thuiskopievergoeding te innen geen bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 eerste lid onder b Awb. Zij overweegt in dit verband als volgt.

2.13.

Bij de totstandkoming van de thuiskopieregeling heeft de wetgever diverse malen het privaatrechtelijke karakter van de regeling benadrukt. Doorslaggevend voor de beoordeling of de privaatrechtelijke stichting Thuiskopie in het onderhavige geval als bestuursorgaan is aan te merken is dit niet. Ook een private rechtspersoon kan met openbaar gezag als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 onder b Awb zijn bekleed. Beslissend voor het antwoord de vraag of Thuiskopie in het onderhavige geval met openbaar gezag is bekleed, is of het innen van de thuiskopievergoeding de uitvoering van een haar opgedragen overheidstaak betreft en haar daarvoor de benodigde publiekrechtelijke bevoegdheden zijn toegekend. Voor het antwoord op de vraag of Thuiskopie met openbaar gezag is bekleed, komt geen betekenis toe aan het feit dat de minister al dan niet belangrijke zeggenschap heeft over Thuiskopie (ABRvS 3 oktober 1996, JB 1996/231).

2.14.

De omstandigheid dat Thuiskopie als enige gerechtigd is tot de inning van de

rechtsreeks uit de wet voortvloeiende thuiskopievergoedingen, betekent niet dat zij is belast met een overheidstaak en daartoe over publiekrechtelijke bevoegdheden beschikt. De vergoeding is privaatrechtelijk van aard aangezien zij in het auteursrecht haar grondslag vindt. Dat de thuiskopieregeling dient te voldoen aan hetgeen in de wet aan beperkingen en restricties is opgenomen, maakt dit niet anders.

2.15.

Het feit dat Media-Madness niet is aangesloten bij de Stobi laat onverlet dat het innen van de thuiskopievergoeding op een privaatrechtelijke grondslag is gebaseerd. Media-Madness is op grond van artikel 16c lid 2 Aw, indien zij als importeur van de blanco informatiedragers is te beschouwen, op het tijdstip van de invoer voor het reproduceren als bedoeld in artikel 16c lid 1 Aw ten behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden een billijke vergoeding verschuldigd, terwijl Thuiskopie in aangelegenheden betreffende de inning de makers of hun rechtverkrijgenden vertegenwoordigt.

2.16.

Ook de informatie- en de opgavenverplichting van degene die de thuiskopievergoeding verschuldigd is, als bedoeld in de artikelen 16f en 16ga Aw, zijn niet te zien als het toekennen van een publiekrechtelijke bevoegdheid aan Thuiskopie. Het betreft verplichtingen die worden opgelegd aan degene die tot betaling van de thuiskopievergoeding gehouden is. Deze verplichtingen zijn te plaatsen in het kader van de privaatrechtelijke verhouding tussen Thuiskopie in haar hoedanigheid als vertegenwoordiger van de makers of hun rechtverkrijgenden en degene die tot betaling van de thuiskopievergoeding gehouden is.

2.17.

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, acht zij zich bevoegd van de hoofdzaak kennis te nemen. De vordering in het incident zal daarom worden afgewezen.

2.18.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Media-Madness in de kosten van het

incident worden veroordeeld. Thuiskopie acht een veroordeling in de integrale proceskosten van het incident aangewezen. Omdat zij in het geheel niet stelt wat haar kosten zijn, zal de rechtbank aansluiting zoeken bij het liquidatietarief. De kosten worden om die reden begroot op € 452,00.

In de hoofdzaak

2.19.

De rechtbank zal een comparitie van partijen bevelen tot het geven van inlichtingen en/of teneinde een schikking te beproeven dan wel bepaalde geschilpunten te elimineren c.q. te bespreken hoe de bewijslast moet worden verdeeld en/of eventuele nadere afspraken te maken over het verdere verloop van de procedure.

2.20.

Met het oog op een doelmatige rechtspleging gaat de rechtbank uit van het volgende:

  1. De comparitierechter kan door een instructieformulier om overlegging van bescheiden of om een reactie naar aanleiding van bepaalde stellingen vragen. Deze bescheiden/reactie dienen uiterlijk veertien dagen vóór de comparitiedatum te worden toegezonden aan het CNA-bureau, Paleis van Justitie, Postbus 20302, 2500 EH, ’s-Gravenhage, kamer P2-1507, ter attentie van de hierna te noemen comparitierechter, en aan de wederpartij.

  2. Voor de comparitie is anderhalf uur gereserveerd.

  3. De rechter zal aan partijen vragen stellen. Aan de raadslieden wordt de gelegenheid geboden om in het kort mondeling nog een juridische toelichting te geven.

  4. Het voordragen van pleitnotities wordt niet toegestaan.

  5. Indien tijdens de comparitie geen vaststellingsovereenkomst tot stand komt, wordt verkort en zakelijk weergegeven proces-verbaal opgemaakt van hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, voor zover al niet in de tot dan toe gewisselde processtukken is gesteld.

  6. Het proces-verbaal wordt ter zitting opgesteld en ondertekend door partijen, dan wel - met toestemming van partijen - buiten hun aanwezigheid opgemaakt.

  7. Een na afloop van de in de laatste volzin van artikel 9.4 van het Landelijk Rolreglement bedoelde termijn ontvangen verzoek om uitstel van de comparitie, bijvoorbeeld vanwege schikkingsonderhandelingen, zal gewoonlijk worden afgewezen.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

- wijst het gevorderde af en verklaart zich bevoegd in de hoofdzaak;

- veroordeelt Media-Madness in de kosten van het incident, aan de zijde van Thuiskopie begroot op € 452,00;

in de hoofdzaak

- alvorens verder te beslissen beveelt de rechtbank het verschijnen van partijen, deugdelijk vertegenwoordigd, en hun raadslieden, met als doel het hiervoor onder 2.19. en 2.20. overwogene, op 26 februari 2008 te 10.00 uur in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag ten overstaan van mr. P.W. van Straalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Straalen en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2007.

1 Zie ook het besluit van 20 februari 1991, Stcrt. 1991, 42.