Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC5670

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-10-2007
Datum publicatie
21-04-2008
Zaaknummer
AWB 06/7506 WWB
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit is een maatregel aan eiser opgelegd inhoudende een verlaging van 50% van de WWB uitkering wegens schending inlichtingenplicht. Over de periode van gedetineerd zijn is door de echtgenote een uitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder uitgekeerd. Dit heeft geleid tot een terugvordering. Beroep wordt vernietigd wegens strijd met artt. 54 en 58 WWB.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

sector bestuursrecht

eerste afdeling, enkelvoudige kamer

Reg. nr. AWB 06/7506 WWB

UITSPRAAK

als bedoeld in artikel 8:77

van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Uitspraak in het geding tussen

[eiser],

[woonplaats]

en

Burgemeester en wethouders van Gouda, verweerder.

Ontstaan en loop van het geding

Bij besluit van 18 januari 2006 heeft verweerder de teveel ontvangen uitkering ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) over de periode van 1 mei 2004 tot en met 28 juni 2004 wegens schending van de inlichtingenplicht, ten bedrage €3292,91 teruggevorderd.

Bij besluit van 18 januari 2006 is aan eiser een maatregel opgelegd inhoudende een verlaging van 50% van de WWB-uitkering over de periode van 1 februari 2006 tot en met 28 februari 2006, wegens schending van de inlichtingenplicht over de periode van 1 mei 2004 tot en met 28 juni 2004.

Bij ongedateerd besluit, verzonden op 29 augustus 2006, heeft verweerder overeenkomstig het advies van de Bezwaarschriftencommissie van 10 augustus 2006, de hiertegen door eiser gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 8 september 2006, ingekomen bij de rechtbank op 11 september 2006, beroep ingesteld. De gronden zijn daarna aangevuld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is op 21 september 2007 ter zitting behandeld.

Eiser is in persoon verschenen, zijn gemachtigde mr. S. Karkache is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam.]

Motivering

Eiser en zijn echtgenote ontvingen sinds 1 februari 2002 een bijstandsuitkering naar de norm voor gehuwden, met uitzondering van de periode van 29 juni 2004 tot en met 29 december 2004, waarin eiser gedetineerd was. Zijn echtgenote ontving over deze periode een uitkering naar de norm voor een alleenstaande ouder.

Artikel 17, eerste lid, van de WWB bepaalt dat de belanghebbende aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doet van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed zijn op het recht op bijstand.

Artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de WWB bepaalt - voor zover hier van belang - dat het college een besluit tot toekenning van bijstand kan herzien of intrekken, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de WWB heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand.

Ingevolge artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB kan het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend kosten van bijstand terugvorderen, voor zover de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.

Het bestreden besluit berust op het standpunt dat eiser over de periode van 1 mei 2004 tot en met 28 juni 2004 zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en dat daardoor het recht op bijstand over deze periode niet kan worden vastgesteld. Dit heeft geleid tot een terugvordering van € 3292,91. Tevens is aan eiser een maatregel opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.

De rechtbank overweegt als volgt.

Verweerder ontleent zijn bevoegdheid tot herziening of intrekking en tot terugvordering van de bijstandsuitkering aan de artikelen 54 en 58 van de WWB. Volgens vaste jurisprudentie dient, gezien de nauwe verwevenheid van het terugvorderingsbesluit met het herzieningsbesluit, een besluit tot herziening van bijstand in alle gevallen genomen te worden voorafgaand aan of uiterlijk tegelijk met het besluit tot terugvordering.

Blijkens de gedingstukken heeft verweerder verzuimd het recht op bijstand over de periode van 1 mei 2004 tot en met 28 juni 2004 te herzien. Gemachtigde van verweerder heeft ter zitting verwezen naar het advies van de bezwaarschriftencommissie van 10 augustus 2006 waarin is geadviseerd de bijstandsuitkering van eiser over de periode van 1 mei 2004 tot en met 28 juni 2004 in te trekken. De rechtbank overweegt hieromtrent dat het advies van de commissie (onder punt IV) uitdrukkelijk aangeeft "wel dient de bijstandsuitkering over d eperiode van 1 mei 2004 tot en met 28 juni 2004 te worden ingetrokken". Aan dit onderdeel van het advies heeft verweerder evenwel geen gevolg gegeven. Aldus kan niet worden gezegd dat is voldaan aan het vereiste dat een herzieningsbesluit uiterlijk tegelijkertijd met het besluit tot terugvordering moet worden genomen.

Het beroep gegrond.

Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met de artikelen 54 en 58 van de WWB.

Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

Verweerder wordt in de door eiser gemaakte proceskosten veroordeeld, waarbij met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht het gewicht van de zaak is bepaald op 1 (gemiddeld) en voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (het indienen van een beroepschrift)

1 punt wordt toegekend.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

bepaalt dat de gemeente Gouda aan eiser het door hem betaalde griffierecht, te weten € 38,-, vergoedt;

veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 322,-, welk bedrag de gemeente Gouda aan eiser moet vergoeden.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Aldus gegeven door mr. D.R. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2007, in tegenwoordigheid van de griffier S.V. de Bart-van der Vegte.