Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2734

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-09-2007
Datum publicatie
25-01-2008
Zaaknummer
AWB 06/5188 INGOMS
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verontreinigingsheffing. Vermindering aanslag aangezien eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij de enige gebruiker is van de woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2008, 285
Module Water 2007/332
Belastingblad 2008/484

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/5188 INGOMS

Uitspraakdatum: 5 september 2007

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

en

de heffingsambtenaar van het Hoogheemraadschap van Delfland, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 30 april 2006 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde aanslag verontreinigingsheffing voor het jaar 2005.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2007.

Namens partijen is niemand verschenen. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 22 mei 2007 aan eiser op het adres [adres], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van TNT Post is gebleken dat de brief op 23 mei 2007 op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

Verweerder is bij brief van 22 mei 2007 uitgenodigd om op 22 augustus 2007 ter zitting te verschijnen. Eerst bij fax van 21 augustus 2007 heeft verweerder om uitstel van de zitting verzocht in verband met privé-omstandigheden. De rechtbank heeft bij fax van 21 augustus 2007 het uitstelverzoek afgewezen wegens de late toezending van het verzoek, het feit dat verweerder de door hem aangevoerde privé-omstandigheden niet nader heeft toegelicht alsmede het feit dat het Hoogheemraadschap Delfland over een grote organisatie beschikt, zodat niet valt in te zien waarom verweerder niet voor vervanging kon zorgen. Daarbij heeft de rechtbank tevens nog in aanmerking genomen dat verweerder reeds meerdere keren in andere zaken ook vlak voor de zitting heeft bericht niet ter zitting te kunnen verschijnen. Verweerder had dan ook maatregelen kunnen treffen om voor vervanging te zorgen.

1. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de belastingaanslag tot op € 63 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- gelast dat het Hoogheemraadschap Delfland het door eiser betaalde griffierecht van € 38 aan hem vergoedt.

2. Gronden

2.1. Eiser is gebruiker van de woning [adres] (hierna: de woning). De woning ligt in het taakgebied van verweerder.

2.2. Aan eiser is met dagtekening 28 februari 2005 een aanslag verontreinigingsheffing (hierna: de aanslag) opgelegd naar een bedrag van € 189. De aanslag is opgelegd naar een heffingsgrondslag van drie vervuilingseenheden.

2.3. In geschil is of de aanslag terecht naar een heffingsgrondslag van drie vervuilingseenheden is opgelegd.

2.4. Eiser stelt dat de aanslag moet worden opgelegd op basis van één vervuilingseenheid, omdat hij in het onderhavige jaar de woning gedurende het hele jaar alleen heeft bewoond.

Hij heeft de woning in 2001 gekocht zonder dat sprake zou zijn van bezwarende voorwaarden als een huurovereenkomst dan wel een recht tot bewoning. De vorige bewoner van de woning staat al sinds 1998 op zijn adres ingeschreven en heeft verzuimd zich uit te schrijven. Hij heeft op 28 april 2006 bij de Dienst Burgerzaken van de gemeente Den Haag aangifte gedaan van het feit dat ten onrechte een persoon op zijn adres staat ingeschreven.

2.5. Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de 'Verordening verontreinigingsheffing Delfland 2005' is de vervuilingswaarde van een woonruimte drie vervuilingseenheden, met dien verstande dat voor een woonruimte die door één persoon wordt gebruikt, op aanvraag van de gebruiker, de vervuilingswaarde op één vervuilingseenheid wordt vastgesteld.

2.6. Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mee dat eiser, die vermindering van het aantal vervuilingseenheden bepleit, aannemelijk maakt dat hij in het onderhavige jaar de enige gebruiker van de woning was. Eiser heeft daartoe een afschrift van de door hem op

28 april 2006 gedane aangifte bij de gemeente Den Haag ingebracht. Gelet op deze aangifte en hetgeen eiser overigens heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat eiser in de op hem rustende bewijslast is geslaagd. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie weliswaar een indicatie kunnen zijn voor het aantal personen dat een woonruimte gebruikt, maar dat deze gegevens, anders dan verweerder meent, niet doorslaggevend zijn. Het is namelijk niet uitgesloten dat de gegevens bij de gemeentelijke basisadministratie onjuist zijn, reeds omdat de mogelijkheid bestaat dat wijzigingen door de desbetreffende persoon niet of niet tijdig zijn doorgegeven.

2.7. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond. De aanslag dient te worden verminderd naar een heffingsgrondslag van één vervuilingseenheid.

2.8. Tot slot wijst de rechtbank verweerder er nog op dat het verweerschrift met dagtekening 10 augustus 2006 niet door de daartoe bevoegde heffingsambtenaar is opgemaakt, aangezien het Sectorhoofd Facilitaire Zaken bij besluit van de [...] en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap Delfland van 5 september 2006 met terugwerkende kracht tot 1 april 2006 als heffingsambtenaar is aangewezen en wel de bestreden uitspraak op bezwaar heeft gedaan. De rechtbank gaat er vanuit dat verweerder er voor zal zorgen dat dergelijke fouten in de toekomst niet meer worden gemaakt.

2.9. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Deze uitspraak is gedaan op 5 september 2007 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. T. van Rij, in tegenwoordigheid van mr. U.A. Salomons, griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.