Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0081

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-10-2007
Datum publicatie
20-12-2007
Zaaknummer
AWB 07/21039
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zelfstandig of zuiver schadebesluit / bevoegdheid / processuele connexiteit

In geschil is het niet-tijdig nemen van een zogenaamd zelfstandig of zuiver schadebesluit. Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt bij dergelijke besluiten voor het instellen van rechtsmiddelen en de bevoegdheid van de bestuursrechter het vereiste van de zogenoemde processuele connexiteit. In het onderhavige geval is het door eiser gestelde schadeveroorzakende handelen van verweerder gelegen in het ten onrechte buiten behandeling stellen van eisers aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Nu tegen een dergelijk besluit bezwaar en vervolgens, ingevolge het bepaalde in artikel 71, eerste lid, Vw 2000, beroep openstaat bij deze rechtbank, betekent dit dat tegen het besluit van 5 februari 2007, waarbij het verzoek van eiser om vergoeding van schade is afgewezen, eveneens bezwaar en vervolgens beroep bij deze rechtbank, meer specifiek de vreemdelingenkamer ervan, openstaat. Gelet op het vorenstaande en het bepaalde in artikel 6:2, aanhef en onder b, Awb, acht de rechtbank zich derhalve bevoegd om van het onderhavige beroep kennis te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-GRAVENHAGE

Zitting houdende te Assen

Sector Bestuursrecht

Kenmerk: AWB 07/21039 BEPTDN S2

uitspraak: 11 oktober 2007

inzake:

[...],

geboren [...],

verblijvende te Groningen,

van [...] nationaliteit,

IND dossiernummer: [dossiernummer],

V-nummer: [V-nummer],

eiser,

gemachtigde: mr. N.B. Swart, advocaat te Groningen,

tegen:

STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE,

(Immigratie- en Naturalisatiedienst),

te 's-Gravenhage,

verweerder.

Procesverloop

Op 23 mei 2005 heeft eiser een verzoek om schadevergoeding ingediend. Verweerder heeft dat verzoek bij besluit van 5 februari 2007 afgewezen. Daartegen heeft eiser op 15 maart 2007 een bezwaarschrift ingediend. Bij besluit van 24 april 2007 heeft verweerder het bezwaarschrift ongegrond verklaard.

Bij beroepschrift van 21 mei 2007 heeft eiser beroep ingesteld tegen voornoemd besluit.

Bij schrijven van 9 augustus 2007 heeft verweerder voornoemd besluit van 24 april 2007 ingetrokken. Verweerder heeft zich voorts bereid verklaard de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van 322,00 Euro en het betaalde griffierecht van 143,00 Euro te vergoeden.

De rechtbank heeft eiser verzocht of het voorgaande aanleiding is om het beroepschrift in te trekken.

Eiser heeft bij schrijven van 14 augustus 2007 de rechtbank laten weten dat het op 21 mei 2007 ingediende beroep thans kan worden aangemerkt als een beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op voormeld bezwaarschrift. Eiser heeft de rechtbank voorts verzocht verweerder een termijn van zes weken te stellen om op het bezwaarschrift te beslissen.

Motivering

Krachtens artikel 6:2, aanhef en onder b, Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld, zodat daartegen krachtens artikel 8:1 Awb beroep kan worden ingesteld.

Ten aanzien van haar bevoegdheid in deze overweegt de rechtbank dat onderwerp van geschil is het niet-tijdig nemen van een zogenaamd zelfstandig of zuiver schadebesluit.

Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) geldt bij dergelijke besluiten voor het instellen van rechtsmiddelen en de bevoegdheid van de bestuursrechter het vereiste van de zogenoemde processuele connexiteit. Dit houdt in dat het zelfstandig schadebesluit (en ook het niet-tijdig nemen daarvan) slechts vatbaar is voor beroep en hoger beroep bij de bestuursrechter indien het schadeveroorzakende handelen van het bestuursorgaan, dat meestal een besluit betreft, dat ook is. In het onderhavige geval is het door eiser gestelde schadeveroorzakende handelen van verweerder gelegen in het ten onrechte buiten behandeling stellen van eisers aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Nu tegen een dergelijk besluit bezwaar en vervolgens, ingevolge het bepaalde in artikel 71, eerste lid, Vw 2000, beroep openstaat bij deze rechtbank, betekent dit dat tegen het besluit van 5 februari 2007, waarbij het verzoek van eiser om vergoeding van schade is afgewezen, eveneens bezwaar en vervolgens beroep bij deze rechtbank, meer specifiek de vreemdelingenkamer ervan, openstaat.

Gelet op het vorenstaande en het bepaalde in artikel 6:2, aanhef en onder b, Awb, acht de rechtbank zich derhalve bevoegd om van het onderhavige beroep kennis te nemen.

Ingevolge artikel 7:10, eerste lid, Awb dient een bestuursorgaan binnen zes weken of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Awb is ingesteld - binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift te beslissen. Nu niet is gebleken dat verweerder aanleiding heeft gezien voornoemde commissie in te schakelen, gaat de rechtbank uit van een termijn van zes weken.

De rechtbank stelt vast dat verweerder de bestreden beschikking van 24 april 2007 bij besluit van 9 augustus 2007 heeft ingetrokken en dat verweerder eiser heeft meegedeeld dat op het verzoek van eiser opnieuw zal worden beslist. De rechtbank stelt voorts vast dat eiser heeft verzocht het beroep aan te merken als een beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op voormeld bezwaarschrift.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat verweerder niet binnen de in artikel 7:10 Awb gestelde termijn op het bezwaarschrift heeft beslist. Daarom ziet de rechtbank aanleiding het beroep gegrond te verklaren, het op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, Awb met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit te vernietigen en verweerder met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, Awb een termijn te stellen om op het bezwaarschrift te beslissen.

Aangezien het beroep kennelijk gegrond is, bestaat aanleiding het onderzoek met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, Awb te sluiten en onmiddellijk uitspraak te doen.

Nu het beroep gegrond wordt verklaard bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met het instellen van beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

- bepaalt dat verweerder binnen een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak een besluit op het bezwaar neemt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ad Euro 322,00 onder aan¬wijzing van de Staat der Nederlanden als rechts¬persoon die deze kosten aan eiser te dient te voldoen;

- wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon om het griffierecht ad Euro 143,00 bedrag invullen aan eiser te vergoeden.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 j? artikel 6:7 Awb).

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P. Claus, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Buikema als griffier en uitgesproken op 4 oktober 2007.

Afschrift verzonden: