Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9761

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-07-2007
Datum publicatie
10-12-2007
Zaaknummer
KG 07/597
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De gemeente heeft niet onrechtmatig gehandeld door vonnis terzake ontruiming van een woonwagen van de kantonrechter jegens eiseres ten uitvoer te leggen, nu eiseres naar voorlopig oordeel als "een van de zijnen" moet worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 13 juli 2007,

gewezen in de zaak met rolnummer KG 07/597 van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. M. de Boorder,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon,

Gemeente 's-Gravenhage,

zetelende te Den Haag,

gedaagde,

procureur mr. A.R. de Jonge,

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 6 juli 2007 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Gedaagde verhuurde de woonwagen aan de [a-straat huisnummer X] te [plaats A.] (hierna: de woonwagen) aan [persoon A.] en [persoon B.] (hierna: [A.] c.s.).

1.2. Bij vonnis van 13 maart 2007 heeft de kantonrechter te 's-Gravenhage de huurovereenkomst tussen gedaagde en [A.] c.s. ontbonden, alsmede [A.] c.s. veroordeelt tot ontruiming van de woonwagen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en vermeldt ten aanzien van de veroordeling tot ontruiming het volgende:

"veroordeelt [A.] en [B.] om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis de woonwagenstandplaats en de woonwagen gelegen aan de [a-straat huisnummer X] te [plaats A.] [postcode], met al die en wat zich daarop van de zijde van [A.] en [B.] mocht bevinden, te ontruimen en te verlaten en ter vrije en algehele beschikking van Gemeente Den Haag [te stellen] [toevoeging voorzieningenrechter] (…), met machtiging van Gemeente Den Haag om, indien (…) [A.] en [B.] in gebreke mochten blijven om aan voormelde veroordeling te voldoen, deze veroordeling op hun kosten zonodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie te realiseren;"

1.3. Gedaagde en [A.] c.s. zijn overeengekomen dat [A.] c.s. vrijwillig de woonwagen en standplaats op 9 mei 2007 ontruimd zullen hebben en ter beschikking aan gedaagde zullen stellen. [A.] c.s. hebben zich op 4 mei 2007 in de gemeentelijke basisadministratie laten uitschrijven van het adres [a-straat huisnummer X] te [plaats A.].

1.4. Bij brief van 2 april 2007 hebben de bewoners van de woonwagenlocatie [a-straat], eiseres, dochter van [A.] c.s., en haar zoontje aan gedaagde voorgedragen met het verzoek om eiseres de vrijgekomen woonwagen te laten huren.

1.5. Gedaagde heeft bij brief van 20 april 2007 voornoemd verzoek afgewezen, omdat - kort gezegd - eiseres, ingevolge de regelgeving in de Regionale Huisvestingsverordening stadsgewest Haaglanden, niet in aanmerking komt voor deze woonwagen.

1.6. Op 24 april 2007 heeft eiseres zich laten inschrijven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [a-straat huisnummer X] te [plaats A.].

1.7. Gedaagde is op 9 mei 2007 komen inspecteren of [A.] c.s. de woonwagen daadwerkelijk hadden ontruimd. Tijdens die inspectie is haar de toegang tot de woonwagen door onder andere eiseres geweigerd.

1.8. Gedaagde heeft op 23 mei 2007 eiseres de toegang tot de woonwagen ontzegd en zij heeft de woonwagenstandplaats laten ontruimen, waarbij onder meer de woonwagen is gedemonteerd en afgevoerd.

2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

Eiseres vordert - zakelijk weergegeven - gedaagde op straffe van een dwangsom te veroordelen om eiseres toe te laten tot de woonwagen [a-straat huisnummer X] te [plaats A.] en de woonwagen in oude staat terug te brengen.

Daartoe voert eiseres het volgende aan.

Gedaagde heeft onrechtmatig gehandeld door de woonwagenstandplaats te ontruimen zonder titel en zonder aankondiging van de ontruiming. Het ontruimingsvonnis van 13 maart 2007 is gericht tegen [A.] c.s. en niet tegen eiseres. Zij dient niet gerekend te worden onder 'de zijnen', omdat [A.] c.s. de woonwagen reeds op 4 mei 2007 hebben ontruimd en verlaten. Zowel eiseres als een buurtbewoonster hebben dat op 9 mei 2007 aan de heer [X.], een medewerker van gedaagde, meegedeeld. Gedaagde wist derhalve dat een andere partij dan [A.] c.s. de woonwagen in gebruik had genomen, zodat zij geen gebruik meer kon maken van het vonnis van 13 maart 2007.

Gedaagde voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Partijen houdt verdeeld het antwoord op de vraag of gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door voormeld vonnis van de kantonrechter te 's-Gravenhage ook jegens eiseres ten uitvoer te leggen, nu eiseres in deze procedure geen partij was. In voormeld vonnis is [A.] c.s. veroordeeld tot ontruiming, 'met al die en wat zich daarop van de zijde van [A.] en [B.] mocht bevinden'. Onderzocht dient mitsdien te worden of eiseres als zodanig kan worden aangemerkt, of zij met andere woorden tot "de zijnen" kan worden gerekend.

3.2. Bij de beoordeling wordt als uitgangspunt genomen dat onder 'de zijnen' dient te worden verstaan degenen die zich vanwege of met toestemming van de huurder in het gehuurde bevinden. Hieronder vallen in beginsel familieleden en kennissen. Tussen partijen staat verder vast dat eiseres zich op 24 april 2007 heeft laten inschrijven op het onderhavige adres. Mitsdien moet het ervoor gehouden worden dat zij mét toestemming van [A.] c.s. is ingetrokken op een moment dat [A.] c.s. daar zelf nog verbleven en de woonwagen nog niet hadden ontruimd. Volgens de eigen stelling van eiseres is dit immers eerst op 4 mei 2007 gebeurd. Dat eiseres op grond van een eigen recht tegenover gedaagde als huurder dient te worden aangemerkt is vooralsnog niet komen vast staan. Zo er al sprake is van een coöptatierecht in de door eiseres gestelde zin, heeft te gelden dat eiseres wist dat gedaagde haar in dat kader in ieder geval niet als huurder had geaccepteerd. Onder deze omstandigheden dient eiseres naar voorlopig oordeel te worden aangemerkt als "een van de zijnen" in de onder 3.1. bedoelde zin. Vaststaat verder dat zij zich op 9 mei 2007 - de overeengekomen datum tussen [A.] c.s. en gedaagde - nog in de woonwagen bevond, zodat [A.] c.s. niet aan de uit het vonnis voortvloeiende verplichting hebben voldaan.

3.3. Gegeven het voorgaande heeft gedaagde naar voorlopig oordeel niet onrechtmatig gehandeld door het vonnis van 13 maart 2007 op 23 mei 2007 ten uitvoer te leggen. Dat leidt tot de conclusie dat de vorderingen zullen worden afgewezen.

3.4. Eiseres zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt eiseres in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.067,--, waarvan € 816,-- aan salaris procureur, € 251,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.G.M. van Rens en uitgesproken ter openbare zitting van 13 juli 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

nve