Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9508

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-12-2007
Datum publicatie
05-12-2007
Zaaknummer
09-757501-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van verduistering door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd. Verdachte heeft zich samen met anderen in de bewezen verklaarde periode van ruim één jaar een groot aantal goederen, toebehorende aan Media Markt, toegeëigend. Daarbij heeft verdachte misbruik gemaakt van de dienstbetrekking die hij als medewerker van de service afdeling van Media Markt had. Naar het oordeel van de rechtbank komen de ernst van het bewezen verklaarde - waaronder begrepen de lange duur van de periode waarin de verdachte goederen heeft verduisterd, alsmede de grote financiële schade die de verdachte aan zijn voormalige werkgever heeft toegebracht - en de door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende tot uitdrukking in de door de officier van justitie gevorderde straf. Het is op deze grond dat de rechtbank een zwaardere oplegt dan door de officier van justitie heeft gevorderd.

De straffen zijn gegrond op de artikelen: - 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf van 136 dagen, met aftrek, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf (werkstraf) voor de duur van 180 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/757501-07

's-Gravenhage, 5 december 2007

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[Verdachte B],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 19 en 21 november 2007.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. L. van Dijk, advocaat te Den Haag, is ter terechtzitting van 19 november 2007 verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. I.W. Streefland-Brink heeft gevorderd dat de verdachte terzake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting reclassering Nederland, ressort Den Haag. Bovendien heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerp vermeld onder nummer 59, zal worden onttrokken aan het verkeer en dat de voorwerpen vermeld onder nummers 12, 13, 14, 41, 61, 62, 63, 64, 70, 74, 87, 100 en 109 zullen worden geretourneerd aan Media Markt (filiaal [filiaal]).

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen in de bewezen verklaarde periode van ruim één jaar een groot aantal goederen, toebehorende aan Media Markt, toegeëigend. Daarbij heeft verdachte misbruik gemaakt van de dienstbetrekking die hij als medewerker van de service afdeling van Media Markt had. Verdachte verpakte nieuwe goederen van zijn dan wel andermans gading in dozen die bestemd waren voor geretourneerde goederen die gerepareerd dienden te worden. Deze dozen werden vervolgens door een mededader afgehaald en het filiaal uitgebracht. Na werktijd werden de aldus verkregen goederen onderling verdeeld. Door zo te handelen hebben verdachte en zijn mededaders op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat Media Markt in hem had gesteld. Ook hebben verdachte en zijn mededaders in het algemeen schade toegebracht aan het vertrouwen dat bedrijven - in het bijzonder bedrijven waarin de werknemers met waardevolle goederen werkzaam zijn - in hun medewerkers moeten mogen stellen. Verdachte heeft ernstige feiten gepleegd waarmee een hoog geldbedrag gemoeid was en waarbij is gehandeld vanuit een vooropgezet plan, grotendeels puur uit eigen financieel gewin.

De rechtbank heeft acht geslagen op het voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland d.d. 13 juli 2007, waarin wordt geadviseerd een voorwaardelijk strafdeel op te leggen met als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact, omdat de reclassering eraan twijfelt dat verdachte niet zal recidiveren. Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank komen de bovenomschreven ernst van het bewezen verklaarde - waaronder begrepen de lange duur van de periode waarin de verdachte goederen heeft verduisterd, alsmede de grote financiële schade die de verdachte aan zijn voormalige werkgever heeft toegebracht - en de door de rechtbank in aanmerking genomen omstandigheden onvoldoende tot uitdrukking in de door de officier van justitie gevorderde straf. Het is op deze grond dat de rechtbank de hierna te vermelden zwaardere straf zal opleggen dan door de officier van justitie gevorderd.

De rechtbank is van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals na te melden, een passende reactie vormt. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding voor het verbinden van een bijzondere voorwaarde aan een voorwaardelijk gedeelte van de op te leggen gevangenisstraf. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient reeds om verdachte ervan te weerhouden dat hij in de toekomst feiten als bewezen verklaard zal plegen.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat tevens een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf geboden is.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat de rechtbank omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen een beslissing dient te nemen op basis van de op pagina 1172 ev. in het dossier opgenomen lijst. Nu de officier van justitie ter terechtzitting een geactualiseerde versie van de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen d.d. 14 november 2007 heeft overgelegd, zal de rechtbank in dit verband op basis van laatstgenoemde lijst uitgaan.

De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 59. Voor de onttrekking aan het verkeer van deze voorwerpen, zoals door de officier van justitie gevorderd, bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen grond nu het ongecontroleerde bezit van twee viagrapillen niet in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De verdediging heeft gesteld noch aannemelijk gemaakt dat de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 12, 13, 14, 41, 61, 62, 63, 64, 70, 74, 87, 100 en 109 het eigendom van verdachte zijn. Daarom zal de rechtbank de teruggave van deze voorwerpen aan Media Markt (filiaal [filiaal]) gelasten.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen is gegrond op de artikelen:

- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

Medeplegen van verduistering door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van ÉÉNHONDERDZESENDERTIG DAGEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 11 april 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 16 april 2007,

in vrijheid gesteld op: 27 april 2007;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot ÉÉNHONDERDTWINTIG DAGEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van ÉÉNHONDERDTACHTIG UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de hem opgelegde taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van NEGENTIG DAGEN;

gelast de teruggave aan de verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 59;

gelast de teruggave aan Media Markt (filiaal [filiaal]) van de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 12, 13, 14, 41, 61, 62, 63, 64, 70, 74, 87, 100 en 109;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Van der Burg, voorzitter,

Schaaf en Hink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Kleijne, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 december 2007.