Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8427

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-11-2007
Datum publicatie
21-11-2007
Zaaknummer
KG 07/1158
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Internetpublicaties waarin medewerker van Vodafone wordt beschuldigd van onder meer leugens. Hierbij heeft gedaagde - opzettelijk - vaak haar naam genoemd, zodat haar naam op Google direct met de beschuldigingen in verband wordt gebracht. Schending recht op bescherming persoonlijke levenssfeer. Aannemelijk dat reputatieschade is geleden. Voorschot op vergoeding van immateriële schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 23
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 21 november 2007

gewezen in de zaak met rolnummer KG 07/1158 van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vodafone Libertel B.V.,

gevestigd te Maastricht,

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats],

eiseressen,

procureur mr. W. Heemskerk,

advocaten mr. J.J. Allen en M.P. Bom te Amsterdam,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. E. Grabandt,

advocaat mr. S.G. van der Galiën te Amsterdam.

Partijen zullen hierna (ook) worden aangeduid als Vodafone, [eiseres sub 2] en [gedaagde].

1. De procedure

Eiseressen hebben [gedaagde] doen dagvaarden tegen de zitting van 1 november 2007. Ter zitting heeft mr. Van der Galiën verzocht om aanhouding van de zaak in verband met een plotselinge ziekenhuisopname van [gedaagde]. De voorzieningenrechter heeft de zaak vervolgens aangehouden tot 12 november 2007. Ter zitting op deze datum hebben partijen hun standpunten toegelicht. Vonnis is bepaald op heden.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 12 november 2007 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. Vodafone biedt mobiele telecommunicatiediensten aan. [eiseres sub 2] is werkzaam bij een afdeling van Vodafone die zich bezighoudt met de telefonische verkoop van abonnementen. Uit hoofde van haar functie heeft [eiseres sub 2] [gedaagde] op 25 juli 2007 benaderd met een aanbieding voor een nieuw abonnement. [gedaagde] is hier op ingegaan. [gedaagde] zou een nieuwe SIM-kaart ontvangen en tevens een nieuw toestel. Als gevolg van een technisch probleem heeft [gedaagde] zijn telefoon enige dagen niet kunnen gebruiken. Tussen [eiseres sub 2] en [gedaagde] is diverse malen telefonisch contact geweest.

2.2. [gedaagde] is journalist. Hij beheert een website '[website 1]' (hierna: [website 1]), ook toegankelijk via '[website 2]'. [website 1] heeft als ondertitel 'Ongesluierde opinies, interviews & achtergronden'. Op [website 1] staan artikelen waarop bezoekers van de website kunnen reageren.

2.3. [gedaagde] heeft op [website 1] in vier artikelen, getiteld Nooit meer Vodafone verslag gedaan van zijn ervaringen met [eiseres sub 2] en Vodafone. In het eerste artikel, geplaatst op 5 augustus 2007, is in totaal tien keer de naam (voor- en achternaam) van [eiseres sub 2] genoemd. Ook in de andere drie artikelen wordt haar naam vaak genoemd.

2.4. In een reactie van 30 augustus 2007 op Nooit meer Vodafone (2) heeft [gedaagde] zelf het volgende geschreven:

'Niemand dan [eiseres sub 2] (*PING!*) zelf is verantwoordelijk voor haar gedragingen. Beloven dat je terugbelt en dan niet terugbellen, keihard liegen en waar ik me vooral aan heb gestoord, is dat ze al snel praatjes kreeg. Ik kan me werkelijk niet voorstellen dat er bij Vodafone protocollen bestaan waarin zulks is voorgeschreven.'

2.5. In Nooit meer Vodafone (3) van 1 september 2007 heeft [gedaagde] onder meer het volgende geschreven:

'(...)

Verschillende mensen wezen erop dat het feit, dat [eiseres sub 2] naam op [website 1] figureert, het haar erg moeilijk kan maken bij sollicitaties. Welnu, dat is juist het mooie van Google! Werkgevers die overwegen [eiseres sub 2] in dienst te nemen, weten nu na enkele muisklikken wat voor vlees ze met deze dame in de kuip hebben. Zoeken ze een leugenaarster zonder enige scrupules, die totaal niet servicegericht is, haar beloftes niet nakomt en die nog brutaal wordt ook als je daarover je irritatie kenbaar maakt, dan is [eiseres sub 2] hun vrouw. (...)'

2.6. Ook in de reacties op de artikelen van [gedaagde] op [website 1] is de naam van [eiseres sub 2] diverse malen genoemd. Verder is in de reacties ook verwezen naar persoonlijke pagina's van [eiseres sub 2] op [website 3] en [website 4] en is op enkele andere websites aandacht besteed aan de tussen partijen spelende kwestie.

2.7. Per e-mail van 16 augustus 2007 heeft de afdeling web relations van Vodafone contact opgenomen met [gedaagde], waarbij [gedaagde] is verzocht om de naam van [eiseres sub 2] van de website te verwijderen. [gedaagde] heeft in een reactie gemeld hier niet toe bereid te zijn omdat [eiseres sub 2] de problemen had veroorzaakt. [gedaagde] heeft ook aangegeven niet geïnteresseerd te zijn in een oplossing voor het telefoonprobleem omdat hij was overgestapt naar een ander telefonieaanbieder. Deze e-mailcorrespondentie heeft [gedaagde] gepubliceerd op [website 1] (Nooit meer Vodafone (2)). De directeur customer management van Vodafone heeft op 6 september 2007 telefonisch contact opgenomen met [gedaagde], wederom met het verzoek de naam van [eiseres sub 2] te verwijderen. Per brief van 12 september 2007 heeft Vodafone [gedaagde] hiertoe gesommeerd.

2.8. Op 24 oktober 2007 heeft [gedaagde] de artikelen en de reacties van de website verwijderd.

3. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer

3.1. Eiseressen vorderen - zakelijk weergegeven - het volgende:

I [gedaagde] te gebieden om, op straffe van een dwangsom, binnen twee werkdagen na dit vonnis alle namen van personeel van Vodafone, in het bijzonder de naam [eiseres sub 2] of enige verwijzing naar deze naam en/of de namen van ander personeel, van [website 1] of van enige andere door [gedaagde] beheerde website te (doen) verwijderen en/of voor derden ontoegankelijk te (doen) maken en te houden;

II [gedaagde] te gebieden om, op straffe van een dwangsom, binnen twee werkdagen na dit vonnis alle uitingen met de strekking dat Vodafone en/of haar medewerkers liegen, misleiden, bedriegen en/of belazeren, of uitingen van gelijke strekking, behoudens een daarvoor bestaande en feitelijk te onderbouwen rechtvaardiging, van [website 1] of van enige andere door [gedaagde] beheerde website te (doen) verwijderen en/of voor derden ontoegankelijk te (doen) maken en te houden;

III [gedaagde] te gebieden om, op straffe van een dwangsom, binnen twee werkdagen na dit vonnis alle van (medewerkers van) Vodafone afkomstige correspondentie van [website 1] en/of van enige andere door [gedaagde] beheerde website te (doen) verwijderen en/of voor derden ontoegankelijk te (doen) maken en te houden;

IV [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan [eiseres sub 2] van een voorschot op de door haar geleden schade van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.

3.2. Hiertoe voeren eiseressen - zakelijk en verkort weergegeven - het volgende aan. De reactie van [gedaagde] op de problemen met zijn telefoon zijn disproportioneel. Zijn beschuldigingen aan Vodafone en [eiseres sub 2] zijn eenzijdig en grof en worden niet ondersteund door de feiten. [gedaagde] is zich bewust van de wijze waarop via Google reputatieschade kan ontstaan. Hij heeft opzettelijk de naam van [eiseres sub 2] vaak gebruikt. Als gevolg van dit alles worden [eiseres sub 2] en haar ouders thuis continu telefonisch en per e-mail lastiggevallen. [gedaagde] heeft aldus onrechtmatig jegens eiseressen gehandeld en bovendien de Wet bescherming persoonsgegevens (Wpb) overtreden. De artikelen zijn nu weliswaar verwijderd, maar er is geen garantie dat dat zo blijft.

3.3. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de publicaties van [gedaagde] over [eiseres sub 2] en Vodafone op de website [website 1] onrechtmatig zijn. Volgens [gedaagde] is dat niet het geval. Hij heeft gesteld slechts verslag te hebben gedaan van zijn negatieve ervaringen met Vodafone en met [eiseres sub 2] in het bijzonder. Volgens hem heeft hij door hun toedoen een aantal dagen niet kunnen bellen. Hij heeft echter vooral aan de kaak willen stellen dat individuele medewerkers van grote (telefonie)bedrijven als Vodafone zich verschuilen in de anonimiteit, zich niet verantwoordelijk voelen en toezeggingen niet nakomen. Volgens [gedaagde] heeft hij daarom zo vaak de naam van [eiseres sub 2] genoemd: hierdoor wordt zij als individuele werknemer uit de anonimiteit gehaald.

4.2. Aan [gedaagde] kan niet het recht ontzegd worden zijn (forse) kritiek in een internetcolumn openbaar te maken. Maatschappelijke misstanden, meer of minder ernstig, moeten in beginsel in de openbaarheid kunnen worden gebracht. Het gaat hier om het fundamentele recht van de vrijheid van meningsuiting. Dat recht is echter niet absoluut. Het vindt zijn grens waar rechten en belangen van anderen, bijvoorbeeld het recht op recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zwaarder wegen. Of dat laatste het geval is moet aan de hand van de omstandigheden van het geval beoordeeld worden.

4.3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [gedaagde] de hiervoor bedoelde grens, voor zover het [eiseres sub 2] betreft, overschreden. Hierbij is van belang dat [gedaagde] in de vier artikelen Nooit meer Vodafone - naar hij heeft erkend opzettelijk - vele malen zowel de voor- als de achternaam van [eiseres sub 2] heeft genoemd (in het eerste artikel alleen al tien keer). Zoals kennelijk ook de opzet van [gedaagde] was, leidt dit ertoe dat iedereen die op Google (of een andere internetzoekmachine) zoekt op de naam van [eiseres sub 2], uitkomt bij de artikelen van [gedaagde] en zo bij zijn beschuldigingen van onder meer leugenachtigheid. Hiermee geconfronteerd door een van de bezoekers van de website, stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat dat nu juist het mooie van Google is, en wijdt hij wederom - als het ware ten behoeve van toekomstige werkgevers - uit over de persoon van [eiseres sub 2] (zie hiervoor onder 2.5). Met name hier worden de door [gedaagde] aan [eiseres sub 2] toegedichte negatieve eigenschappen zodanig uitvergroot dat daarvoor geen rechtvaardiging kan worden gevonden in de eenmalige negatieve ervaring van [gedaagde] (zo er al vanuit gegaan moet worden dat zijn weergave daarvan de juiste is). De uitwerking van dit alles wordt nog versterkt doordat ook andere websites de artikelen hebben overgenomen dan wel, met vermelding van de naam van [eiseres sub 2], aan de kwestie aandacht hebben besteed. Waar het vandaag de dag gebruikelijk is om, wanneer men iets van iemand wil weten (bijvoorbeeld bij sollicitaties), op de betreffende naam te 'googlen', is het waarschijnlijk dat [eiseres sub 2] hierdoor aanzienlijke reputatieschade heeft opgelopen. De stelling van [eiseres sub 2] dat de inhoud van [website 1] de kwestie voor haar nog problematischer maakt is aannemelijk. In de artikelen en de reacties wordt soms grove taal gebruikt en bovendien zijn bij de diverse artikelen - kennelijk om het 'ongesluierde' karakter ervan kracht bij te zetten - naaktfoto's van onbekenden geplaatst.

4.4. Naar voorlopig oordeel wegen de hiervoor vermelde belangen van [gedaagde] hier niet tegenop. Zelfs indien ervan moet worden uitgegaan dat [gedaagde] door [eiseres sub 2] onzorgvuldig is behandeld (hetgeen in deze procedure niet kan komen vast te staan, net zo min als duidelijk kan worden of de volgens eiseressen onaangename manier van reageren van [gedaagde] een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het conflict) is zijn reactie hierop disproportioneel en vormt deze een schending van het recht van [eiseres sub 2] op bescherming van haar persoonlijke levenssfeer, ofwel haar privacy. Van belang is hierbij ook dat [eiseres sub 2] in privé wordt getroffen, terwijl zij met [gedaagde] slechts in haar hoedanigheid van medewerker van Vodafone te maken heeft gehad. [gedaagde] had daarnaast zijn doel (deels) ook kunnen realiseren door zich niet vooral op [eiseres sub 2] maar op Vodafone te richten (zie voor wat betreft Vodafone onder 4.9). Verder is er geen rechtvaardiging voor de steeds verder gaande aantijgingen/verwijten in de artikelen Nooit meer Vodafone 2 en 3.

4.5. Dat het gaat om een column, waarop lezers kunnen reageren, en om ongesluierde opinies met de bedoeling lezers te prikkelen maakt het voorgaande niet anders. Ook hier heeft de onder 4.2 bedoelde maatstaf te gelden. Dit gaat evenzo op voor de stelling van [gedaagde] dat de onder 2.5 geciteerde reactie sarcastisch is bedoeld. Gemiddelde Google-gebruikers kunnen immers niet zonder meer in staat worden geacht deze nuance aan te brengen. Terzijde merkt de voorzieningenrechter op dat het voor de hand ligt dat acties als die van [gedaagde] de door hem gehekelde anonimiteit juist in de hand werkt: waar [eiseres sub 2] tegenover [gedaagde] nog zowel haar voor- als achternaam bekend heeft gemaakt, zullen andere call center-medewerkers zich, als zij ervoor moeten vrezen dat hun naam op internet terecht komt, daarbij wel drie keer bedenken.

4.6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] met zijn publicaties onrechtmatig jegens [eiseres sub 2] heeft gehandeld (of [gedaagde] ook in strijd met de Wbp heeft gehandeld kan in het midden blijven). Het zal [gedaagde] derhalve worden verboden de naam [eiseres sub 2] wederom op [website 1] of een andere door hem beheerde website te plaatsen. Nu voldoende aannemelijk is geworden dat [eiseres sub 2] reputatieschade heeft opgelopen is er tevens aanleiding voor toewijzing van een voorschot op vergoeding van immateriële schade ten bedrage van € 500,--.

4.7. Het feit dat [gedaagde] de artikelen en bijbehorende reacties reeds van de website heeft verwijderd en heeft toegezegd deze niet wederom te plaatsen tenzij de rechtmatigheid ervan in een rechterlijk vonnis komt vast te staan, staat aan het hiervoor bedoelde verbod niet in de weg. Gelet op hetgeen zich tussen partijen heeft afgespeeld kan niet van [eiseres sub 2] worden gevergd dat zij met deze toezegging genoegen neemt. Mede gelet hierop heeft [eiseres sub 2] voldoende spoedeisend belang.

4.8. Aan het op te leggen verbod zal een dwangsom worden verbonden. Deze zal worden gematigd en gemaximeerd en is vatbaar voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

4.9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er van onrechtmatig handelen jegens Vodafone geen sprake is. Anders dan bij [eiseres sub 2] is de privacy van een privépersoon hierbij niet in het geding en voor het overige zijn de vorderingen in het geheel niet nader onderbouwd. De vorderingen onder II en III komen derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.

4.10. [gedaagde] zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verbiedt [gedaagde] om enige tekst met daarin de naam [eiseres sub 2], dan wel enige lettercombinatie die naar deze naam verwijst, wederom op [website 1] of een andere door hem beheerde website te plaatsen;

bepaalt dat [gedaagde] een aan [eiseres sub 2] te betalen dwangsom verbeurt van € 1.000,-- voor iedere dag of ieder dagdeel dat hij dit verbod overtreedt, met een maximum van € 20.000,--;

bepaalt dat deze dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 4.8 is vermeld;

veroordeelt [gedaagde] om ten titel van (een voorschot op) schadevergoeding aan [eiseres sub 2] te betalen een bedrag van € 500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van eiseressen begroot op € 1.203,55, waarvan € 816,-- aan salaris procureur, € 300,-- aan griffierecht en € 87,55 aan dagvaardingskosten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.G.M. van Rens en uitgesproken ter openbare zitting van 21 november 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.

SV