Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7447

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-10-2007
Datum publicatie
08-11-2007
Zaaknummer
686748/07-17670, 965016/07-20727
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

loonvordering bij overgang onderneming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton - locatie 's-Gravenhage

IM

Rolnummers: 686748/07-17670

965016/07-20727

Datum vonnis: 8 oktober 2007

Vonnis ex artikel 254 Rv. in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats]

eiser,

hierna te noemen: [eiser],

gemachtigde: mr. J.J. Fens;

tegen:

1. de besloten vennootschap [X.] B.V.,

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

hierna te noemen: [X.],

gemachtigde: mr. V. Kortenbach,

2. de besloten vennootschap [Y.] B.V.,

gevestigd te [plaats],

gedaagde,

hierna te noemen: [Y.],

gemachtigde: mr. M. Dorgelo.

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van het volgende:

Procedure 07-17670 ([eiser]/[X.])

- dagvaarding van 2 augustus 2007, met tien producties;

- producties 1 t/m 8, toegezonden door de gemachtigde van [X.] bij brief van 10 augustus 2007;

- mondelinge behandeling ter zitting van 13 augustus 2007. De gemachtigde van [X.] heeft zijn pleitnotities overgelegd en de griffier heeft van de discussie aantekeningen gemaakt;

- incidentele conlusie d.d. 21 augustus 2007 van [X.] tot oproeping van [Y.] in vrijwaring;

- brief van de griffier d.d. 27 augustus 2007, waarbij aan partijen is bericht dat de verzochte oproeping in vrijwaring werd toegestaan (de oproeping in vrijwaring heeft niet plaatsgevonden);

- incidentele conclusie d.d. 7 september 2007 van [eiser] tot voeging van de zaken tegen [X.] en [Y.];

- producties 1 t/m 4 (met bijlagen), toegezonden door de gemachtigde van [X.] bij brief van 20 september 2007;

- producties 1 t/m 14, toegezonden door de gemachtigde van [Y.] bij brief van 21 september 2007;

- mondelinge behandeling ter zitting van 24 september 2007. De gemachtigde van [Y.] heeft haar pleitnotities overgelegd en de griffier heeft van de discussie aantekeningen gemaakt.

Procedure 07-20727 ([eiser]/[Y.])

- dagvaarding van 14 september 2007, met twaalf producties;

- producties 1 t/m 4 (met bijlagen), toegezonden door de gemachtigde van [X.] bij brief van 20 september 2007;

- producties 1 t/m 14, toegezonden door de gemachtigde van [Y.] bij brief van 21 september 2007;

- mondelinge behandeling ter zitting van 24 september 2007. De gemachtigde van [Y.] heeft haar pleitnotities overgelegd en de griffier heeft van de discussie aantekeningen gemaakt.

De procedures zijn ter zitting van 24 september 2007 gevoegd behandeld.

Feiten

- [eiser] is op 1 november 2004 in dienst getreden bij [Y.], welke vennootschap te dien tijde de naam droeg van [Z] B.V. Laatstelijk had [eiser] aldaar de functie van industrial automation engineer en bedroeg zijn salaris € 2.605,-- bruto per maand, exclusief emolumenten.

- Op 31 januari 2007 hebben [Y.] en [X.] een overeenkomst gesloten over de overdracht van de onderneming van [Y.] aan [X.] in de vorm van een activa en passiva transactie.

- In het kader van die overdracht heeft [X.] aan [eiser] een opvolgende arbeidsovereenkomst aangeboden met ingang van 1 april 2007, welke door [eiser] is aanvaard. De overeenkomst is vastgelegd in een akte, welke door beide partijen is getekend op 27 maart 2007.

- Het salaris over de maanden april en mei 2007 is door [X.] aan [eiser] voldaan.

- Bij brief van 29 juni 2007 deelde [X.] aan [eiser] mee, dat de verwachte overdracht van de onderneming van [Y.] niet was geëffectueerd en ook niet alsnog tot stand zou komen. Voor betaling van het salaris vanaf 1 juni 2007 verwees zij [eiser] naar [Y.].

Vordering

[eiser] vordert, kort weergegeven, primair van [X.] directe tewerkstelling op straffe van verbeurte van een dwangsom, betaling van salaris vanaf 1 juni 2007, vermeerderd met wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW alsmede vergoeding van rentederving en proceskosten.

Subsidiair, namelijk voor het geval [eiser] naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet in dienst is van [X.], vordert [eiser] van [Y.] tewerkstelling, betaling van het salaris, met wettelijke verhoging en vergoeding van rentederving en proceskosten.

Verweer

[X.] voert als verweer aan, dat haar transactie over de overdracht van de onderneming van [Y.] niet is geëffectueerd, doch door haar bij brief van 19 juni 2007 is ontbonden, daar [Y.] de uit die overeenkomst voortvloeiende verplichtingen jegens haar niet was nagekomen. Naar de mening van [X.] is geen sprake van een overdracht van onderneming zoals bedoeld in artikel 7:662 B.W. en is [eiser] niet, althans niet meer, bij haar in dienst. De gevorderde vergoedingen van onkosten en incassokosten worden door [X.] betwist.

[Y.] stelt zich op het standpunt, dat de overeenkomst met [X.] - op een aantal ondergeschikte onderdelen na - geheel is uitgevoerd en dat de buitengerechtelijke ontbinding van die overeenkomst door [X.] ongeldig is. Volgens [Y.] is haar onderneming daadwerkelijk aan [X.] overgedragen en is [eiser] sedert 1 april 2007 niet meer bij haar in dienst. [Y.] betwist ook de door [eiser] gevorderde vergoedingen voor onkosten en buitengerechtelijke incasso.

Beoordeling

1. Als uitgangspunt dient te gelden de arbeidsovereenkomst, welke [X.] met [eiser] is aangegaan per 1 april 2007. In de overwegingen, welke zijn opgenomen in de akte van 27 maart 2007, wordt gerefereerd aan de overdracht van de onderneming van [Y.] als een voldongen feit en ook overigens is dienaangaande in de arbeidsovereenkomst geen enkel voorbehoud gemaakt.

2. [X.] stelt, dat haar overeenkomst met [Y.] rechtsgeldig is ontbonden, doch dit wordt door [Y.] gemotiveerd betwist. Over het geschil is een procedure aanhangig bij de sector civiel van deze rechtbank onder rolnummer 293231/07-2541, waarbij in totaal vijf rechtspersonen en een natuurlijk persoon als procespartijen zijn betrokken, met vorderingen over een en weer. Het ziet er niet naar uit dat de betreffende procedure binnen afzienbare tijd zal worden afgerond: ter rolzitting van 26 september 2007 is geconcludeerd voor antwoord in conventie en voor eis in reconventie. Voorts zijn de door partijen in die procedure aangevoerde feiten omvangrijk en worden die feiten wederzijds betwist. In elk geval kan uit de stukken en het door partijen gestelde niet worden afgeleid dat sprake is van een aanzienlijke kans dat het beroep van [X.] op een rechtsgeldige ontbinding van haar overeenkomst met [Y.] zal worden gehonoreerd en dat haar stelling, dat de overdracht van de onderneming feitelijk niet is geëffectueerd, door de rechtbank zal worden bevestigd.

3. In de onderhavige procedure zal er derhalve ook niet van kunnen worden uitgegaan, dat [X.] zich in een eventuele bodemprocedure tegen [eiser] naar verwachting met succes zal kunnen beroepen op vernietiging van de arbeidsovereenkomst op grond van dwaling, nog daargelaten het feit, dat die dwaling dan een toekomstige gebeurtenis zou betreffen. [X.] stelt zich immers op het standpunt, dat zij de arbeidsovereenkomst is aangegaan in de verwachting dat haar overeenkomst over de overname van de onderneming van [Y.] geheel tot uitvoering zou worden gebracht.

4. Afgezien van dit alles heeft [X.] voorafgaand aan de sluiting van de arbeidsovereenkomst met [eiser] nog schriftelijk aan [eiser] bevestigd, dat de overdracht van de onderneming van [Y.] geen enkel negatief gevolg voor hem met zich mee zou brengen.

5. [X.] heeft nog gesteld, dat [Y.] haar activiteiten in strijd met de transactie van 31 januari 2007 heeft voortgezet en dat [eiser] daaraan heeft meegewerkt. Naar aanleiding daarvan heeft [eiser] niet betwist, dat hij sedert 1 april 2007 zijn werkinstructies ontving van de heer [A.] en dat de werkzaamheden ook werden uitgevoerd op naam van [Z]. Uit de wederzijdse stellingen valt echter af te leiden, dat [Z] als handelsnaam van [Y.] aan [X.] is of zou worden overgedragen en dat aan de heer [A.] als directeur van [Y.] de feitelijke leiding zou worden toevertrouwd over een aan [X.] gelieerde vennootschap ([X.] Engineerd Solutions Holding B.V.), die 100% van de aandelen van [X.]s zou verwerven.

Uit het door partijen gestelde valt niet zonder meer af te leiden dat [eiser] na 1 april 2007 zijn werkzaamheden bewust heeft voortgezet niet ten behoeve van [X.], doch van [Y.].

6. [eiser] heeft ontegenzeggelijk een spoedeisend belang bij betaling van het achterstallige salaris. Dit leidt, mede gelet op de voorgaande overwegingen, tot toewijzing van het salaris, bij wijze van voorlopige voorziening. Hetzelfde geldt voor de gevorderde rentevergoeding en de wettelijke verhoging, welke wordt gematigd tot 10%. De vergoedingen voor beroepskosten en buitengerechtelijke invordering zijn onvoldoende onderbouwd en zullen daarom worden afgewezen.

7. De vordering tot wedertewerkstelling door [X.] dwangsom is bij wijze van voorlopige voorziening niet voor toewijzing vatbaar, nu [X.] onweersproken heeft gesteld dat zij feitelijk geen bedrijf (meer) uitoefent en dat het kantoor, alwaar [eiser] laatstelijk tewerkgesteld was, inmiddels is ontruimd.

8. De toewijzing van de primaire loonvordering met wettelijke verhoging en rentevergoeding leidt ertoe, dat de subsidiaire vordering tegen [Y.] komt te vervallen en aldus geen bespreking meer behoeft.

9. De proceskosten komen voor rekening van [X.] als de voornamelijk in het ongelijk gestelde partij. Er is aanleiding om de proceskosten van [Y.] voor haar rekening te laten, gelet op de betrokkenheid van [Y.] bij het geschil omtrent het werkgeverschap en haar belang om haar standpunt in de onderhavige procedure kenbaar te maken, terwijl niet vast is komen te staan dat [Y.] ingevolge een feitelijke overgang van haar onderneming niet meer aansprakelijk is voor de door [eiser] gevorderde salarisbetalingen.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [X.] bij wijze van voorlopige voorziening, tot betaling aan [eiser] van de volgende bedragen:

- € 2.605,-- bruto per maand, vermeerderd met emolumenten, vanaf 1 juni 2007 tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd;

- wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW ten bedrage van 10% over het achterstallige

loon met emolumenten;

- wettelijke rentevergoeding over het achterstallige loon met emolumenten en wettelijke

verhoging vanaf de data van verschuldigdheid daarvan;

- proceskosten aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.069,85, waarvan € 600,-- als

gemachtigdenvergoeding;

- compenseert de proceskosten in het geschil tussen [eiser] en [Y.];

- wijst af het anders of meer gevorderde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. K.R. van der Graaf als voorzieningenrechter en uitgesproken ter zitting van 8 oktober 2007.