Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7248

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-09-2007
Datum publicatie
07-11-2007
Zaaknummer
rolnr. 660014/07-8529
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurzaak. Vordering tot ontbinding en ontruiming bij een huurachterstand van € 1,40. Voor zover op enig moment al sprake is geweest van een huurachterstand, zijn de incassowerkzaamheden zoals door de deurwaarder verricht, gebaseerd op onjuiste bedragen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 265
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 231
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2008/23

Uitspraak

RECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE

Sector Kantor, locatie 's-Gravenhage

atp

rolnr. 660014/07-8529

19 september 2007

Vonnis in de zaak van:

de Woningstichting Haag Wonen,

gevestigd te Den Haag,

eiseres, hierna te noemen Haag Wonen,

gemachtigde: dw. E. van Mastrigt,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde, hierna te noemen [gedaagde],

procederend in persoon.

1. De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- de dagvaarding van 2 april 2007;

- de conclusie van antwoord (mondeling) met producties;

- het verhandelde ter zitting van 4 juni 2007;

- de mondelinge reactie van [gedaagde] na comparitie, met productie;

- de antwoordakte van Haag Wonen.

2. Feiten

2.1

Haag Wonen verhuurt aan [gedaagde] de woning [adres] tegen een huurprijs van laatstelijk € 388,33.

2.2

Tussen partijen is reeds op 31 maart 2005 door de kantonrechter vonnis gewezen in verband met een huurachterstand. De gevorderde ontbinding en ontruiming zijn toen, vanwege de hoogte van de huurachterstand, afgewezen.

2.3

Op 12 december 2006 is [gedaagde] bij Haag Wonen geweest, waar zij hoorde dat er sprake was van een achterstand in de huurbetalingen. Zij heeft diezelfde dag bij deurwaarderskantoor [deurwaarderskantoor] (hierna: de deurwaarder) een bedrag van € 340,-- betaald.

Tevens is door [gedaagde] via de Gemeentelijke Kredietbank (hierna: GKB) op 12 december 2006 een bedrag van € 388,13 betaald aan Haag Wonen.

2.4

Op 22 december 2006 heeft [gedaagde] een bedrag van € 436,26 via de bank gestort op de rekening van de deurwaarder. Haag Wonen heeft onweersproken gesteld dat deze betaling pas op 2 januari 2007 is ontvangen.

2.5

Op 2 april 2007 wordt [gedaagde] gedagvaard voor een gestelde huurachterstand tot en met de maand april 2007 van € 1.941,25.

3. Vorderingen en verweer

3.1

Haag Wonen vordert op basis van de gestelde huurschuld van € 1.941,25 buitengerechtelijke incassokosten van € 207,95 inclusief BTW en wettelijke rente (tot de dagvaarding berekend op € 2,22). Aldus komt Haag Wonen tot een vordering van € 2.151,42. Hierop wordt vervolgens een bedrag van € 776,26 in mindering gebracht wegens betalingen van [gedaagde] na aanmaning door de deurwaarder, zodat een bedrag van € 1.375,16 resteert.

3.2

Op grond hiervan vordert Haag Wonen ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, de lopende huur zolang [gedaagde] de woning in bezit houdt en de proceskosten. Haag Wonen stelt bovendien dat, gelet op het vonnis van 31 maart 2005, sprake is van herhaalde wanprestatie.

3.3

Op de rolzitting van 7 mei 2007 heeft Haag Wonen haar vordering verminderd met twee betalingen van 26 februari en 24 maart 2007 (2 x € 388,13). Met deze betalingen van [gedaagde] (via de GKB) is in de dagvaarding geen rekening gehouden, aldus Haag Wonen.

In haar laatste akte actualiseert Haag Wonen haar vordering tot en met de maand augustus 2007 tot een bedrag van € 599,70 inclusief rente en incassokosten.

3.4

[gedaagde] stelt dat zij op 12 december 2006 bij de deurwaarder is geweest om afspraken te maken over de huurachterstand. Zij heeft direct € 340,-- betaald en afgesproken dat het restant binnen twee weken zou worden voldaan. Haar is toen toegezegd dat, omdat er nog geen 'dossier was aangemaakt', geen extra kosten in rekening zouden worden gebracht, als zij zich aan de afspraak zou houden. Op 22 december is daarom een bedrag van € 436,26 voldaan via de bank.

3.5

Naast deze betalingen zijn volgens [gedaagde] (tot en met mei 2007) de volgende betalingen verricht aan Haag Wonen via de GKB:

- 12 december 2006 => € 388,13 huur januari 2007

- 24 januari 2006 => € 388,13 huur februari 2007

- 26 februari 2007 => € 388,13 huur maart 2007

- 24 maart 2007 => € 388,13 huur april 2007

- 25 april 2007 => € 388,13 huur mei 2007

- 24 mei 2007 => € 388,13 huur juni 2007

3.6

[gedaagde] stelt dat zij zich aan haar afspraken heeft gehouden en dat er, na haar betaling van 22 december 2006, geen huurachterstand meer bestaat. Daarom maakt zij ook bezwaar tegen alle bijkomende kosten.

4. De beoordeling

4.1

De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde worden afgewezen, nu de geringe tekortkoming van [gedaagde] deze ingrijpende beslissingen niet rechtvaardigen.

Hierbij is van belang dat Haag Wonen in haar dagvaarding stelt dat sprake is van een huurschuld tot en met april 2007 van € 1.941,25. Gebleken is dat dit onjuist is. Haag Wonen geeft daarmee een onjuiste voorstelling van zaken en suggereert dat sprake is (geweest) van een zeer forse tekortkoming in de nakoming die in werkelijkheid niet heeft bestaan. Immers, op het moment van dagvaarden, zijn er, tot en met april 2007, door [gedaagde] de volgende betalingen verricht:

- € 340,-- (12-12-06)

- € 436,26 (gestort op 22-12-06 en ontvangen op 02-01-07)

- € 388,13 via de GKB op 12-12-06

- € 388,13 via de GKB op 26-02-07

- € 388,13 via de GKB op 24-03-07.

In totaal een bedrag van € 1.940,65.

Tot en met april 2007 bedraagt de huurschuld aldus € 1.941,25 -/- € 1.940,65 = € 0,60. Dit bedrag vloeit voort uit het feit dat [gedaagde] maandelijks nog € 388,13 betaalt, terwijl de huur per 1 februari € 388,33 per maand bedraagt.

4.2

Uit het overzicht (tot en met augustus 2007) van de laatste akte van Haag Wonen volgt dat ná de dagvaarding 4 betalingen van € 388,13 zijn verricht (op respectievelijk 25-04-07, 24-05-07, 27-06-07 en 27-07-07). Hiermee is door [gedaagde] ook de huur over de periode mei tot en met augustus 2007 voldaan, zij het dat zij 4 x € 0,20 te weinig heeft betaald.

4.3

Uit het voorgaande volgt dat de totale huurschuld per augustus 2007 € 1,40 is. Dit bedrag is toewijsbaar, met wettelijke rente.

4.4

Uit voorgaande berekening volgt eveneens dat voorbij dient te worden gegaan aan de stelling van Haag Wonen dat zij de betaling van € 388,13 d.d. 24 januari 2006 niet heeft ontvangen, waardoor volgens Haag Wonen per augustus 2007 nog een achterstand bestaat van € 599,70 inclusief rente en incassokosten. Deze betaling is kennelijk reeds in de dagvaarding verwerkt. Ten overvloede wordt opgemerkt dat dit ook niet verwonderlijk is, gezien het feit dat deze betaling volgens het mutatierapport van de GKB op dezelfde wijze en naar hetzelfde bankrekeningnummer is overgemaakt als alle andere wél ontvangen betalingen.

4.5

Voor zover op enig moment al sprake is geweest van een huurachterstand, zijn de incassowerkzaamheden zoals door de deurwaarder verricht, gebaseerd op onjuiste bedragen. De gevorderde incassokosten zijn reeds daarom niet toewijsbaar.

4.6

Haag Wonen zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5. Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] om aan Haag Wonen te betalen een bedrag van € 1,40 (achterstand tot en met augustus 2007), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid tot de dag van de voldoening;

- veroordeelt Haag Wonen in de kosten van de procedure, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr K.R. van der Graaf en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 september 2007 in bijzijn van de griffier.