Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6518

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-07-2007
Datum publicatie
25-10-2007
Zaaknummer
09/758537-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een groot aantal inbraken in auto's waarbij invalidenparkeerkaarten zijn weggenomen. Daarnaast heeft verdachte gedurende een periode van ruim een jaar invalidenparkeerkaarten, mobiele telefoons en navigatiesystemen geheeld. De rechtbank rekent het verdachte bovendien aan dat hij de feiten heeft gepleegd door gebruik te maken van zijn als parkeerwachter opgedane kennis op welke plaatsen invalidenparkeerkaarten in auto's lagen. Voorts rekent de rechtbank verdachte aan dat hij vervolgens gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid die kennelijk bij parkeerbeheer op grote schaal aanwezig is, om de gestolen kaarten weer te verhandelen. De straf is gegrond op de artikelen 14a (oud), 14a, 14b (oud), 14b, 14c, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met aftrek, een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/758537-06

's-Gravenhage, 20 juli 2007

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

adres: [adres]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Haaglanden, locatie Noord (unit 1)" te 's-Gravenhage.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 6 juli 2007.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr Calis, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr Willemse heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 telastgelegde - rekening houdend met de ad informandum gevoegde feiten - wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp, te weten een [merk jeep], zal worden teruggeven aan verdachte.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een groot aantal inbraken in auto's waarbij invalidenparkeerkaarten zijn weggenomen. Daarnaast heeft verdachte gedurende een periode van ruim een jaar invalidenparkeerkaarten, mobiele telefoons en navigatiesystemen geheeld. Dergelijke feiten veroorzaken gevoelens van onveiligheid in de samenleving en berokkenen schade aan de rechtstreeks benadeelden van deze feiten.

Verdachte en zijn mededaders hebben slechts het oog gehad op hun eigen financiële gewin zonder zich te bekommeren om de gevolgen die de feiten meebrachten voor de slachtoffers. Door de bewezenverklaarde feiten ondervonden de slachtoffers niet alleen materiële schade, telkens bestaande uit een ingegooide autoruit, maar zijn zij ook in hun dagelijks leven in aanzienlijke mate beperkt. Steeds betroffen de slachtoffers immers minder valide mensen die veelal afhankelijk zijn van hun auto en de aan hen persoonlijk verleende parkeerkaart. Door het wegnemen van de invalidenparkeerkaarten neemt de mobiliteit van deze mensen aanmerkelijk af, omdat zij niet meer op de speciaal voor hen gereserveerde plaatsen kunnen parkeren met alle vervelende gevolgen van dien. Juist verdachte had, gezien zijn eerdere functie van ziekenverzorger, moeten begrijpen welke gevolgen de door hem gepleegde feiten voor de slachtoffers meebrachten.

De rechtbank rekent het verdachte bovendien aan dat hij de feiten heeft gepleegd door gebruik te maken van zijn als parkeerwachter opgedane kennis op welke plaatsen invalidenparkeerkaarten in auto's lagen. Voorts rekent de rechtbank verdachte aan dat hij vervolgens gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid die kennelijk bij parkeerbeheer op grote schaal aanwezig is, om de gestolen kaarten weer te verhandelen. Dat het verdachte op die wijze wellicht erg gemakkelijk werd gemaakt om de kaarten te verkopen, is een omstandigheid die geenszins in het voordeel van verdachte kan meewerken.

Verdachte is niet eerder veroordeeld voor strafbare feiten. De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het voorlichtingsrapport d.d. 5 juli 2007 betreffende verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen feiten als de onderhavige slechts worden afgedaan door de oplegging van een gevangenisstraf. De rechtbank acht een werkstraf, zoals voorgestaan door de verdediging, gezien de schaal waarop en de omstandigheden waaronder verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten, een gepasseerd station. Wel zal de rechtbank een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.

De rechtbank heeft mede in aanmerking genomen de niet bij dagvaarding telastgelegde strafbare feiten, waarvan een korte omschrijving staat vermeld op de dagvaarding. Verdachte heeft deze feiten erkend en de officier van justitie heeft te kennen gegeven dat dienaangaande geen verdere vervolging zal worden ingesteld.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van het blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 4, te weten een personenauto ([merk]).

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

14a (oud), 14a, 14b (oud), 14b, 14c, 57, 310, 311 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde feit:

opzetheling, meermalen gepleegd

ten aanzien van de onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezenverklaarde feiten:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 27 maart 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 30 maart 2007,

gelast de teruggave aan verdachte van het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 4, te weten: een personenauto ([merk]);

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Van Rossum, voorzitter,

De Jong en Wapenaar, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Nijpels, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 juli 2007.

Mr van Rossum is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.