Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3190

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-09-2007
Datum publicatie
07-09-2007
Zaaknummer
09/755044-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is via een detacheringsbureau, werkzaam geweest op de crediteurenafdeling van een van de werkmaatschappijen van Heineken Nederland NV. Verdachte beschikte over de mogelijkheid betalingsopdrachten ten behoeve van crediteuren betalingsgereed te maken en uiteindelijk betaling door plaatsing van een opdracht in de betalingsbatch te realiseren. Verdachte heeft samen met anderen op grove wijze misbruik gemaakt van het in haar gestelde vertrouwen door slechts met het oog op eigen gewin het betalingssysteem zodanig te manipuleren dat grote sommen geld werden overgemaakt naar personen en instellingen die niets van Heineken te vorderen hadden. Via een of meer omwegen deelde verdachte mee in de opbrengst van zijn criminele handelingen. Deze wijze van handelen rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: - 14a, 14b, 14c, 45, 47, 56, 57, 225, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar. Benadeelde partij niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/755044-07

's-Gravenhage, 5 september 2007

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1978,

adres: [adres],

thans gedetineerd in de P.I. Haaglanden, P.C., HvB Unit 1, te [...].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 29 mei 2007 en 22 augustus 2007.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr R. Tetteroo, advocaat te Rotterdam, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr R.E.I. Steen heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder feiten 1. eerste en tweede cumulatief / alternatief, 2., 3. en 4. telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

De officier van justitie heeft medegedeeld dat hij voornemens is te gelegener tijd een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd - na aanpassing omschrijving telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering nadere omschrijving telastlegging, gemerkt A1.

Partiële vrijspraak feit 1 (zaaksdossiers 2, 3 en 4)

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van feit 1 voor zover dat betrekking heeft op de zaaksdossiers 2, 3 en 4, in de dagvaarding opgenomen bij feit 1, eerste en tweede cumulatief / alternatief onder e t/m q. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een bewezenverklaring voor de feiten die betrekking hebben op genoemde zaaksdossiers mogelijk is op grond van schakelbewijs. De rechtbank volgt die redenering niet. Indien een verdachte het plegen van strafbaar feit A heeft bekend, dan wil dat niet zeggen dat deze verdachte enkel op grond van het feit dat bij strafbaar feit B sprake is van dezelfde modus operandi, feit B ook heeft gepleegd. In het dossier is ten aanzien van de zaaksdossiers 2, 3 en 4 slechts één verklaring, te weten van medeverdachte [medeverdachte A], aanwezig over de betrokkenheid van verdachte bij deze strafbare feiten. Deze verklaring bevat op essentiële onderdelen echter geen informatie over de wijze waarop verdachte in de zaaksdossiers 2, 3 en 4 betrokken zou zijn.

Voorts overweegt de rechtbank dat met name in de zaken waarbij [medeverdachte A] betrokken is, het onderzoek naar het wegvloeien van de gelden verre van compleet is geweest, terwijl niet uit te sluiten valt dat in de groep van personen die zich daarmee bezig hield zich ook personen bevinden die bij de valsheid in geschrifte en de oplichting betrokken waren. Ten slotte kent de rechtbank aan de omstandigheid dat verdachte slechts kort gedetacheerd was bij Heineken en toch zeer goed geïnformeerd was over de administratieve gang van zaken geen bijzondere waarde toe, nu uit de verhandeling ter terechtzitting alsmede het dossier is gebleken dat de zwakte van de administratieve organisatie op de crediteuren afdeling bijna een feit van algemene bekendheid bij alle betrokkenen was.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1. eerste en tweede cumulatief / alternatief, 2., 3. en 4. telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is via een detacheringsbureau, de [detacheringsbureau], werkzaam geweest op de crediteurenafdeling van een van de werkmaatschappijen van Heineken Nederland NV. Uit dien hoofde beschikte verdachte over de mogelijkheid betalingsopdrachten ten behoeve van crediteuren betalingsgereed te maken en uiteindelijk betaling door plaatsing van een opdracht in de betalingsbatch te realiseren. Een dergelijke positie dient niet alleen te worden aangemerkt als een kwetsbare, maar zeker ook als een vertrouwenspositie. Heineken mocht erop vertrouwen dat verdachte van zijn bevoegdheden en mogelijkheden op die positie geen misbruik zou maken.

Het tegendeel is echter gebleken. Verdachte heeft samen met anderen op grove wijze misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen door slechts met het oog op eigen gewin het betalingssysteem zodanig te manipuleren dat grote sommen geld werden overgemaakt naar personen en instellingen die niets van Heineken te vorderen hadden. Via een of meer omwegen deelde verdachte mee in de opbrengst van zijn criminele handelingen.

Deze wijze van handelen rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Er is op zeer slinkse wijze gebruik gemaakt van het administratieve systeem dat op de crediteurenafdelingen bij de werkmaatschappijen van Heineken werd gebruikt. Verdachten wisten immers dat de op die afdelingen aangeboden facturen reeds vooraf op materiële juistheid (levering van goederen en/of diensten) waren gecontroleerd door andere afdelingen en dat de controle op de afdeling crediteuren slechts van formele aard was (stemmen de gegevens van de factuur overeen met de betalingsopdracht?). Heineken hoefde niet te verwachten dat op deze wijze misbruik zou worden gemaakt van het administratieve systeem. Verdachte heeft zich ook niet laten weerhouden van zijn frauduleuze praktijken vanwege de hoogte van de door hem gemanipuleerde bedragen en evenmin is het op enige wijze aan verdachte te danken dat aan deze praktijken een einde is gekomen.

De rechtbank acht het bewezenverklaarde zodanig ernstig dat een langere vrijheidsstraf als enige juiste afdoeningsmodaliteit heeft te gelden.

De vordering van de benadeelde partij.

Heineken BV en / of Heineken Supply Chain BV, zetelhoudend te Amsterdam, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot

€ 2.870.854,53. De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 45, 47, 56, 57, 225, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1. primair, 2., 3. en 4. primair telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

1. voortgezette handeling van

medeplegen van valsheid in geschrift,

en

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst,

meermalen gepleegd;

2. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

3. Medeplegen van poging tot oplichting;

4. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd,

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 13 april 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 16 april 2007,

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 8 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs H.J. de Graaff, voorzitter,

J.W. Bockwinkel en H. Steenhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van K.A. van Bezooijen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 september 2007.