Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3140

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
06-09-2007
Datum publicatie
06-09-2007
Zaaknummer
09/900220-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is, nadat hij in het bedrijf waar hij werkzaam was te horen had gekregen dat hij was ontslagen, naar zijn woning gegaan om daar een pistool op te halen. Met dat pistool is verdachte naar het bedrijf teruggekeerd. In de bedrijfskantine heeft verdachte in aanwezigheid van anderen 7 schoten gelost. Weliswaar schoot hij telkens naar het plafond en maakte hij kenbaar dat hij niemand anders dan zichzelf wilde doden, daarbij de loop van het vuurwapen in zijn mond en op zijn slaap plaatsend, maar dat neemt niet weg, dat verdachte de in de kantine aanwezige personen in een situatie heeft gebracht die voor hen zeer bedreigend was. De toepasselijke wetsartikelen: 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht;

de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek; waarvan 4 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar. Bijzondere voorwaarde: reclasseringstoezicht/ behandeling bij De Waag of soortgelijke instelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

meervoudige kamer

(verkort vonnis)

parketnummer 09/900220-07

's-Gravenhage, 6 september 2007.

De rechtbank 's-Gravenhage, recht doende in strafzaken, heeft het volgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1960,

wonende te [adres],

thans gedetineerd in het Penitentiair Complex [...].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 augustus 2007.

De verdachte is ter terechtzitting gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. Mohassal Zadeh.

De officier van justitie, mr. Willemse, heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken en ter zake van de onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met de bijzondere voorwaarde: reclasseringstoezicht en behandeling bij De Waag.

Inzake de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen heeft de officier van justitie de onttrekking aan het verkeer gevorderd.

De tenlastelegging.

Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dag- vaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem bij dagvaarding onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft- staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte de hem bij dagvaarding onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt- de inhoud van de tenlastelegging, zoals vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijven oplevert.

Verdachte is strafbaar; ten aanzien van hem zijn geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstan-digheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte is, nadat hij in het bedrijf waar hij werkzaam was te horen had gekregen dat hij was ontslagen, naar zijn woning gegaan om daar een pistool op te halen. Met dat pistool is verdachte naar het bedrijf teruggekeerd. In de bedrijfskantine heeft verdachte in aanwezigheid van anderen 7 schoten gelost. Weliswaar schoot hij telkens naar het plafond en maakte hij kenbaar dat hij niemand anders dan zichzelf wilde doden, daarbij de loop van het vuurwapen in zijn mond en op zijn slaap plaatsend, maar dat neemt niet weg, dat verdachte de in de kantine aanwezige personen in een situatie heeft gebracht die voor hen zeer bedreigend was.

Over verdachte is gerapporteerd door de psychiater H.E.M van Beek (rapport van 22 mei 2007) en de psycholoog W.J.L. Lander (rapport van 17 mei 2007). Volgens beide deskundigen was er bij verdachte ten tijde van het hem tenlastegelegde sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een aanpassingsstoornis met depressieve stemming. Beide deskundigen achten verdachte daarom in licht verminderde mate toerekeningsvatbaar voor de door hem gepleegde feiten. De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt die tot de hare. Gelet op de aard en de ernst van de feiten acht de rechtbank een gevangenisstraf op zijn plaats. Gelet voorts op het advies van zowel genoemde deskundigen als de reclassering (rapport van 22 mei 2007), acht de rechtbank reclasseringsbegeleiding en behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling van groot belang ter voorkoming van recidive. Met het oog daarop zal de gevangenisstraf deels voorwaardelijk worden opgelegd.

De in beslag genomen voorwerpen.

Blijkens de beslaglijst zijn onder verdachte een pistool en bijbehorende patronen in beslag genomen. De rechtbank acht deze voorwerpen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Het gaat om voorwerpen met behulp waarvan en met betrekking tot welke de strafbare feiten zijn gepleegd, terwijl deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen: 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht;

de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de hem bij dagvaarding onder

1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de hem bij dagvaarding onder 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

1 meer subsidiair: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

verklaart het bewezene en verdachte strafbaar;

veroordeelt verdachte voor deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

bepaalt dat een gedeelte van die gevangenisstraf, groot 4 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en onder de bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven

door of namens de Stichting Reclassering Nederland, Regio Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht, ook indien dat inhoudt het ondergaan van een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering

en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem onvoorwaardelijk

opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

(in verzekering gesteld op 15 maart 2007 en in voorlopige hechtenis gesteld op 16 maart 2007)

verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen voorwerpen, te weten: een pistool en 7 patronen;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. De Ruiter, voorzitter,

mrs Du Pon en Van Seventer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Hoekstra, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 september 2007.

Mrs De Ruiter en Van Seventer zijn tot ondertekening buiten staat.