Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2851

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-09-2007
Datum publicatie
04-09-2007
Zaaknummer
09/535092-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is voor het onderzoek ter terechtzitting als illegaal vreemdeling Nederland uitgezet. De rechtbank leidt tot het oordeel dat zoveel vragen onbeantwoord blijven, dat met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld wat zich heeft afgespeeld op de avond van 1 februari 2007. Derhalve kan niet wettig en overtuigend bewezen worden hetgeen de verdachte is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/535092-07

's-Gravenhage, 4 september 2007

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1982,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 21 augustus 2007.

De verdachte is niet verschenen ter terechtzitting. Blijkens een mededeling van de officier van justitie is verdachte in mei 2007 als illegaal vreemdeling Nederland uitgezet.

De raadsvrouw van verdachte, mr I. Aardoom-Fuchs, advocaat te Gouda, is ter terechtzitting verschenen en gehoord. De raadsvrouw heeft verklaard uitdrukkelijk gevolmachtigd te zijn.

De officier van justitie mr P.M. Gruppelaar heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem onder primair telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

Nu er op de avond van 1 februari 2007 en de nacht naar 2 februari 2007 behalve verdachte en aangever niemand in de moskee in [A] aanwezig was beschikt de rechtbank ter vaststelling van wat zich tussen hen heeft afgespeeld slechts over de verklaringen van aangever en verdachte.

Aangever heeft daarover verklaard tijdens zijn melding bij de politie en in zijn aangifte, beide gedateerd 2 februari 2007, in de aanvullende aangifte d.d. 7 februari 2007 en tijdens een getuigenverhoor d.d. 4 juli 2007 bij de rechter-commissaris. Daarnaast heeft aangever ook in de slachtofferverklaring verhaald over hetgeen zou hebben plaatsgevonden.

De rechtbank stelt vast dat er discrepanties zijn tussen de verschillende verklaringen van aangever. Daarnaast roept aangevers verklaring dat hij na de ontuchtige handelingen van de verdachte nog anderhalf uur bij verdachte zou zijn gebleven op zijn minst bevreemding op.

Verdachte, die de hem telastgelegde handelingen ontkent, heeft evenmin consistent verklaard. Daarnaast staan (gedeelten van) verklaringen van verdachte niet alleen haaks op de verklaringen van aangever, maar ook op verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2]. Met name over deze discrepanties zou de rechtbank verdachte ter terechtzitting hebben kunnen bevragen, teneinde het onderzoek naar de telastgelegde handelingen zo volledig mogelijk te laten zijn. Dit zou ook in overeenstemming zijn geweest met het in het Nederlandse rechtsysteem verankerde recht van de verdachte om zich ter terechtzitting te kunnen verdedigen. Dit fundamentele recht van verdachte is echter gefrustreerd doordat verdachte voor het onderzoek ter terechtzitting als illegaal vreemdeling Nederland is uitgezet. De rechtbank betreurt deze gang van zaken, die niet ten nadele van verdachte mag komen.

Bovenomschreven ‘onvolledigheid’ van het onderzoek ter terechtzitting, in samenhang met hetgeen hiervoor over de verklaringen van aangever is overwogen, leidt de rechtbank tot het oordeel dat zoveel vragen onbeantwoord blijven, dat met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld wat zich heeft afgespeeld op de avond van 1 februari 2007. Derhalve kan niet wettig en overtuigend bewezen worden hetgeen de verdachte is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het telastgelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs P. Poustochkine, voorzitter,

P. de Haan en R.M. Berendsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr H. de Boer, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 september 2007.