Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0721

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
18-06-2007
Datum publicatie
01-08-2007
Zaaknummer
AWB 06/25529
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2007:BB3071, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvraag mvv / zorgtoeslag en heffingskorting / zelfstandige middelen van bestaan

Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit was de zorgtoeslag in de Vreemdelingencirculaire 2000 niet benoemd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook zonder dat de zorgtoeslag expliciet in het beleid was uitgesloten als een zelfstandig bestanddeel van de middelen van bestaan, zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de zorgtoeslag niet als (bestanddeel van de) middelen van bestaan wordt aangemerkt. Zorgtoeslag betreft (evenals de wel expliciet in het beleid genoemde huursubsidie) een tegemoetkoming in de kosten voor huishoudens met een laag inkomen en is als zodanig een afhankelijke en geen zelfstandige inkomstenbron die wordt betaald met gelden uit de openbare kas. Eiser heeft geen beschikking van de Belastingdienst overgelegd waaruit de toekenning van de heffingskorting over 2006 blijkt. Daarnaast is niet aangetoond dat de heffingskorting die de hoofdpersoon zou ontvangen geen loonheffingskorting betreft. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting betreffen heffingskortingen die door de werkgever worden verrekend met de in te houden loonbelasting op het salaris en leiden niet tot een stijging van het netto-inkomen. Daarom kunnen deze heffingskortingen niet worden aangemerkt als een zelfstandig middel van bestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 06 / 25529

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 18 juni 2007

in de zaak van:

[Eiser],

geboren op [geboortedatum] 1950, van Indiase nationaliteit,

eiser,

gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg, advocaat te 's-Gravenhage,

tegen:

de minister van Buitenlandse Zaken,

verweerder,

gemachtigde: mr. P.P. Zweedijk, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te ’s-Gravenhage.

1. Procesverloop

1.1 Eiser heeft op 18 februari 2005 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘verblijf bij echtgenote [echtgenote]’, verder te noemen de hoofdpersoon. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 9 mei 2005 afgewezen. Eiser heeft tegen het besluit op 18 mei 2005 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 4 mei 2006 is het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen dit besluit op 24 mei 2006 beroep ingesteld. Tevens heeft hij op die datum gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.

1.2 Het verzoek om voorlopige voorziening is bij uitspraak van 9 januari 2007 (Awb 06/25531) van deze rechtbank en nevenzittingsplaats afgewezen.

1.3 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.4 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 24 april 2007. Eiser en verweerder zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden.

2. Overwegingen

2.1 In beroep toetst de rechtbank het bestreden besluit aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden op rechtmatigheid en ambtshalve aan voorschriften van openbare orde.

2.2 Ingevolge artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt een beschikking omtrent de afgifte van een visum, waaronder begrepen een mvv, voor de toepassing van hoofdstuk 7 “Rechtsmiddelen” van de Vreemdelingenwet 2000 gelijkgesteld met een beschikking omtrent een verblijfsvergunning regulier gegeven krachtens deze wet.

2.3 Verweerder pleegt de aanvraag tot het verlenen van een mvv te toetsen aan de voorwaarden die worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland.

2.4 Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de hoofdpersoon niet over voldoende middelen van bestaan beschikt. Het netto salaris dat op de werkgeversverklaring staat vermeld is, in combinatie met de uitkering die de hoofdpersoon krachtens de Werkloosheidswet (WW) ontvangt, lager dan de norm die geldt voor gezinsvorming. Zorgtoeslag wordt niet als zelfstandig inkomensbestanddeel aangemerkt. De loonheffingskorting wordt ook niet als zelfstandig inkomensbestanddeel aangemerkt, omdat deze korting door de werkgever is verrekend met het maandelijkse loon. Bovendien is niet aangetoond dat de betreffende heffingskorting aan de hoofdpersoon is toegekend.

2.5 Eiser heeft hiertegen het volgende aangevoerd. De zorgtoeslag dient als zelfstandig inkomensbestanddeel te worden aangemerkt. De zorgtoeslag betreft een fiscale maatregel die aan een ieder met een laag inkomen, werkend of niet werkend, wordt toegekend. Het is dus geen uitkering die ten laste van de algemene middelen komt. Verder is aangevoerd dat het niet mogelijk is om aan te tonen dat de heffingskorting aan de hoofdpersoon is toegekend. De beschikking van de Belastingdienst inzake de heffingskorting over 2006 wordt pas in 2007 vastgesteld. Wel is overgelegd een voorlopige aanslag over 2006 van de Belastingdienst. Hieruit kan worden afgeleid wat de hoogte van de heffingskorting over 2006 is.

De rechtbank overweegt als volgt.

2.6 In geschil is of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de zorgtoeslag en de heffingskorting die de hoofdpersoon stelt te ontvangen, niet als zelfstandig inkomensbestanddeel wordt aangemerkt en daarom niet bij het inkomen van de hoofdpersoon wordt opgeteld. Ten aanzien van wat onder meer wordt aangemerkt als zelfstandige inkomsten voert verweerder een beleid.

2.7 Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit was in B1/2.2.3.1 Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) niet de zorgtoeslag benoemd. Per 1 januari 2007 is de Vc gewijzigd en is in B1/4.3.1 Vc neergelegd dat zorg-, huur- en kinderopvangtoeslagen, uitgekeerd door de Belastingdienst, niet als (bestanddeel van de) middelen van bestaan worden aangemerkt.

2.8 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder ook zonder dat de zorgtoeslag expliciet in het beleid was uitgesloten als een zelfstandig bestanddeel van de middelen van bestaan, zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de zorgtoeslag niet als (bestanddeel van de) middelen van bestaan wordt aangemerkt. Zorgtoeslag betreft (evenals de wel expliciet in het beleid van B1/2.2.3.1 genoemde huursubsidie) een tegemoetkoming in de kosten voor huishoudens met een laag inkomen en is als zodanig een afhankelijke en geen zelfstandige inkomstenbron die wordt betaald met gelden uit de openbare kas.

2.9 In B1/4.3.1 (vóór 1 januari 2007: B1/2.2.3.1 Vc) is neergelegd dat als middel van bestaan wordt aangemerkt de stijging van het netto inkomen door toekenning van een heffingskorting, niet zijnde de kinderkorting en de aanvullende kinderkorting. Deze stijging wordt door de vreemdeling aangetoond door een beschikking van de Belastingdienst te overleggen, waaruit de toekenning van de (hoogte van de) desbetreffende heffingskorting blijkt. Hierbij geldt dat alleen het te ontvangen bedrag zoals aangegeven op een (voorlopige) beschikking van de Belastingdienst (exclusief de (aanvullende) kinderkorting) kan worden meegeteld bij de bepaling van de hoogte van de middelen. Het recht op een heffingskorting kan echter vervallen na bijvoorbeeld de inreis van de vreemdeling of door samenwoning van de hoofdpersoon.

2.10 Eiser heeft geen beschikking van de Belastingdienst overgelegd waaruit de toekenning van de heffingskorting over 2006 blijkt. Daarnaast is niet aangetoond dat de heffingskorting die de hoofdpersoon zou ontvangen geen loonheffingskorting betreft. Eiser heeft ter vergelijking verwezen naar de voorlopige aanslag over 2005. Hierop staat vermeld dat de hoofdpersoon in aanmerking komt voor de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Deze kortingen betreffen heffingskortingen die door de werkgever worden verrekend met de in te houden loonbelasting op het salaris en leiden niet tot een stijging van het netto inkomen. Daarom kunnen deze heffingskortingen niet worden aangemerkt als zelfstandig middel van bestaan.

2.11 Concluderend is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de zorgtoeslag en de heffingskorting niet als zelfstandige inkomensbestanddeel bij het loon uit arbeid in loondienst en de ww-uitkering die de hoofdpersoon ontvangt hoeven te worden opgeteld. Aangezien niet in geschil is dat het loon uit arbeid in loondienst en de ww-uitkering onvoldoende is, heeft verweerder de aanvraag kunnen afwijzen.

2.12 De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren.

2.13 Er is geen grond een van de partijen te veroordelen in de door de andere partij gemaakte proceskosten.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, en op 18 juni 2007 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Manhoef, griffier.

Afschrift verzonden op:

Coll:

Rechtsmiddel

Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC, ’s-Gravenhage. Het hoger beroep moet ingesteld worden door het indienen van een beroepschrift, dat een of meer grieven bevat, binnen vier weken na verzending van de uitspraak door de griffier. Bij het beroepschrift moet worden gevoegd een afschrift van deze uitspraak.