Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0067

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-07-2007
Datum publicatie
20-07-2007
Zaaknummer
09/757378-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich, steeds samen met een ander, schuldig gemaakt aan een groot aantal inbraken in auto's waarbij invalidenparkeerkaarten zijn weggenomen. Daarnaast heeft hij zijn vijf weken oude zoon mishandeld. Verdachte heeft ondanks de aanwezigheid van zijn vijf weken oude zoontje zijn agressie niet kunnen beteugelen, hetgeen ook zorgelijk is met het oog op de toekomst. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen feiten als de onderhavige slechts worden afgedaan door de oplegging van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de strafsoort en de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte al eerder werd veroordeeld ter zake van meerdere diefstallen en een mishandeling. De straf is gegrond op de artikelen 14a , 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 57, 63, 300, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden, met aftrek, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummers 09/757378-07 en 09/410426-07 (ter terechtzitting gevoegd)

's-Gravenhage, 20 juli 2007

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

adres: [adres]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Haaglanden, locatie Zoetermeer" te Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 6 juli 2007.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr Van Roy, advocaat te Leiden, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr Willemse heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding 09/757378-07 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 telastgelegde en ter zake van het hem bij dagvaarding 09/410426-07 telastgelegde - rekening houdend met de op de dagvaarding 09/757378-07 ad informandum gevoegde feiten - wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich stelt onder het toezicht van de reclassering en zich gedraagt naar de aanwijzingen hem door of namens de reclassering te stellen.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] tot het gevorderde bedrag van € 150,-- onder de bepaling dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van de betaalde bedragen.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerp, te weten een geldbedrag van in totaal € 700,--, zal worden verbeurdverklaard.

De telastlegging.

Aan de verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopieën van de dagvaardingen, gemerkt A1 en A2.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding 09/757378-07 onder 8 en 9 is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding 09/757378-07 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 telastgelegde feiten en het op de dagvaarding 09/410426-07 telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastleggingen, zoals deze is vermeld in de fotokopieën daarvan, gemerkt B1 en B2.

Bewijsoverweging.

Namens verdachte is met betrekking tot de bij dagvaarding 09/410426-07 telastgelegde mishandeling van de zoon van verdachte aangevoerd dat hij niet de bedoeling heeft gehad bij zijn zoon letsel en/of pijn te veroorzaken. Verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende.

Na een telefoongesprek met zijn vriendin [A] is verdachte in boze toestand naar de winkel van de vader van [A] gegaan. In die winkel waren onder andere aanwezig [A] met op haar schoot de vijf weken oude zoon van verdachte en [A], alsmede de broer van [A]. Nadat verdachte de winkel heeft betreden, zijn hij en de broer van [A] naar elkaar toegelopen met de bedoeling om met elkaar op de vuist te gaan. Verdachte heeft toen een kinderwagen die zich op zijn pad bevond en vlak naast [A] stond in de richting van [A] en zijn zoon [B] getrapt. De kinderwagen kwam daardoor tegen het hoofd van [B] die als gevolg daarvan een hoofdwond heeft opgelopen. Door aldus te handelen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat zijn zoon door de trap tegen de kinderwagen gewond zou raken. Het verweer wordt verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich, steeds samen met een ander, schuldig gemaakt aan een groot aantal inbraken in auto's waarbij invalidenparkeerkaarten zijn weggenomen. Dergelijke feiten veroorzaken gevoelens van onveiligheid in de samenleving en berokkenen schade aan de rechtstreeks benadeelden van deze feiten.

Verdachte en zijn mededaders hebben slechts het oog gehad op hun eigen financiële gewin zonder zich te bekommeren om de gevolgen die de feiten meebrachten voor de slachtoffers. Door de bewezenverklaarde feiten ondervonden de slachtoffers niet alleen materiële schade, telkens bestaande uit een ingegooide autoruit, maar zijn zij ook in hun dagelijks leven in aanzienlijke mate beperkt. Steeds betroffen de slachtoffers immers minder valide mensen die veelal afhankelijk zijn van hun auto en de aan hen persoonlijk verleende parkeerkaart. Door het wegnemen van de invalidenparkeerkaarten neemt de mobiliteit van deze mensen aanmerkelijk af, omdat zij niet meer op de speciaal voor hen gereserveerde plaatsen kunnen parkeren met alle vervelende gevolgen van dien.

Daarnaast heeft verdachte zijn vijf weken oude zoon mishandeld. Verdachte heeft in een boze gemoedstoestand tegen een kinderwagen getrapt waardoor deze kinderwagen tegen het hoofd van verdachtes zoon terecht is gekomen. Zijn zoontje heeft daardoor een hoofdwond opgelopen. Dit betreft een zeer vervelend feit. Verdachte heeft ondanks de aanwezigheid van zijn vijf weken oude zoontje zijn agressie niet kunnen beteugelen, hetgeen ook zorgelijk is met het oog op de toekomst.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen feiten als de onderhavige slechts worden afgedaan door de oplegging van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de strafsoort en de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte, blijkens een op zijn naam staand uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 30 maart 2007, al eerder werd veroordeeld ter zake van meerdere diefstallen en een mishandeling. Ondanks de hem daarvoor opgelegde straffen heeft verdachte zich kennelijk niet laten weerhouden opnieuw en op grote schaal vermogensdelicten en een mishandeling te begaan.

De rechtbank heeft mede in aanmerking genomen de niet bij dagvaarding telastgelegde strafbare feiten, waarvan een korte omschrijving staat vermeld op de dagvaarding. Verdachte heeft deze feiten erkend en de officier van justitie heeft te kennen gegeven dat dienaangaande geen verdere vervolging zal worden ingesteld.

Ten slotte slaat de rechtbank acht op het reclasseringsrapport van 5 juni 2007 betreffende verdachte. Daaruit blijkt onder meer dat verdachte zijn straf aanvaardt en na detentie voornemens is zijn leven anders in te richten. De reclassering wijst er echter op dat verdachte een aantal vaardigheden mist die hij nodig heeft om zijn leven een positieve wending te geven. Dat betreft het vinden en behouden van werk, het aangaan van relaties en het omgaan met zijn verleden. Verdachte heeft te kennen gegeven bij het verwerven van die vaardigheden hulp nodig te hebben en is bereid om hulp en toezicht te accepteren. In die omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

De vordering van de benadeelde partij.

[benadeelde partij], wonende te Zoetermeer, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 150,--.

De vordering heeft betrekking op de inbraak die onder feit 9 (zaaksdossier 19) is telastgelegd. De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ter zake van dat feit wordt vrijgesproken.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 1, te weten een geldbedrag van in totaal € 700,--, verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit aan verdachte toebehorende voorwerp geheel of grotendeels door middel van de onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 bewezenverklaarde strafbare feiten is verkregen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

14a , 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 57, 63, 300, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding 09/757378-07 onder 8 en 9 telastgelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding 09/757378-07 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 telastgelegde feiten en het bij dagvaarding 09/410426-07 telastgelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van de bij dagvaarding 09/757378-07 onder 1, 3, 4, 5, 6, 7 en 10 bewezenverklaarde feiten:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd

ten aanzien van het bij dagvaarding 09/757378-07 onder 2 bewezenverklaarde feit:

diefstal waarbij de schuldige de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

ten aanzien van het bij dagvaarding 09/410426-07 bewezenverklaarde feit:

mishandeling

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 5 (vijf) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Welzijn- en Gezondheidszorg van het Leger des Heils in het arrondissement 's-Gravenhage, afdeling reclassering te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 27 maart 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 30 maart 2007,

bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

verklaart verbeurd het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 1, te weten: een geldbedrag van in totaal € 700,--;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Van Rossum, voorzitter,

De Jong en Wapenaar, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Nijpels, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 juli 2007.

Mr Van Rossum is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.