Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9888

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-07-2007
Datum publicatie
18-07-2007
Zaaknummer
09/757430-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een overval met bedreiging met een vuurwapen. De overval vond plaats in een winkelstraat waarbij veel omstanders aanwezig waren die ongewild getuige zijn geworden van deze overval. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij en zijn medeverdachte dit goed hebben voorbereid. De verdachte en de medeverdachte hebben de slachtoffers grote angst aangejaagd, die zij nog lang met zich zullen meedragen en die gevolgen zal hebben voor hun functioneren. De rechtbank rekent verdachten het hebben van een vuurwapen zwaar aan ook al was het een ondeugdelijk vuurwapen. De toepasselijke wetsartikelen: - 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht; - 26, 55 van de Wet wapens en munitie. Gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Benadeelde partij niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

parketnummer 09/757430-07

's-Gravenhage, 17 juli 2007

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [gemeente A] op [datum] 1982,

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting 'Haaglanden' te Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 3 juli 2007.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. Van der Sluis, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr. Lont heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1 en onder 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft met betrekking tot de vordering van Dixons B.V. geconcludeerd tot hoofdelijke betaling van een voorschot van € 1000,- en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 1000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis ten behoeve van Dixons B.V..

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - het onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 1 zal worden verbeurdverklaard, dat de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 2 tot en met 5 en 19 tot en met 21 zullen worden teruggegeven aan de verdachte, en dat de voorwerpen genummerd, 6 tot en met 18 worden teruggegeven aan mevrouw [mevrouw A].

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 en onder 2 tenlastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

De bewijsoverweging.

Door de verdediging is aangevoerd dat de doorzoeking van de woning aan de [adres] op [datum] 2007 onrechtmatig is geweest op grond van het feit dat geen door de rechter-commissaris ondertekende machtiging aanwezig is. De verdediging concludeert dat de bewijsmiddelen die naar aanleiding van die doorzoeking zijn verkregen, onrechtmatig verkregen zijn en derhalve niet gebezigd mogen worden.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Blijkens het ambtsedig opgemaakt proces-verbaal van de politie (PL1533/2007/16000-43, blz. 112-113) is deze machtiging wel is afgegeven. Met instemming van de verdediging is na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting door de voorzitter navraag gedaan bij het kabinet van de rechter-commissaris. Daarbij is door de rechter-commissaris een op 23 maart 2007 getekende machtiging ter bevestiging van de mondelinge machtiging overgelegd. Deze is in kopie aan de verdediging gestuurd. Van bewijsuitsluiting kan derhalve geen sprake zijn.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een overval met bedreiging met een vuurwapen. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij en zijn medeverdachte dit goed hebben voorbereid door de avond voorafgaand aan de overval de scooter te repareren die bij de overval is gebruikt, een vuurwapen mee te nemen en op de ochtend van de overval bij de moeder van de verdachte een hamer te halen waarmee vitrines konden worden ingeslagen. Ter zitting heeft de verdachte verklaard dat het vuurwapen niet was voorzien van een magazijn. Dit doet echter niet af aan de ernst van de bedreiging, immers de slachtoffers wisten niet dat het vuurwapen niet werkte en hebben voor hun leven gevreesd. De verdachte en de medeverdachte hebben de slachtoffers grote angst aangejaagd, die zij nog lang met zich zullen meedragen en die gevolgen zal hebben voor hun functioneren. Dit soort schokkende feiten veroorzaakt, naar algemeen bekend en begrijpelijk is, ook in de rest van de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid, temeer nu het feit in de ochtend plaatsvond in een winkelstraat in Den Haag, waarbij veel omstanders aanwezig waren die ongewild getuige zijn geworden van deze overval.

Het hebben van een vuurwapen rekent de rechtbank beide verdachten zwaar aan, ook al was het een ondeugdelijk vuurwapen. De medeverdachte heeft dit vuurwapen voor de overval geleverd, terwijl de verdachte tijdens de overval met het vuurwapen gedreigd.

Voorst slaat de rechtbank acht op het uittreksel van de justitiële documentatie betreffende de verdachte en het voorlichtingsrapport van Psycho-medisch centrum Parnassia, opgesteld en ondertekend door L. Falet, reclasseringswerker, d.d. 19 juni 2007 betreffende de verdachte. Uit die rapportage blijkt dat de recidivekans gemiddeld is. Geadviseerd wordt om naast een onvoorwaardelijke straf een voorwaardelijke straf op te leggen in combinatie met een behandeling bij De Waag gericht op agressieregulatie en hulp aan de verdachte om van zijn softdrugsverslaving af te komen.

De aard en de ernst van de feiten rechtvaardigen het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Daarnaast zal de rechtbank een gedeelte van de straf voorwaardelijk opleggen met het oog op voorkoming van recidive. De rechtbank acht een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

De vordering van de benadeelde partij.

Dixons B.V., gevestigd Ouder Amstel, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 4706,89.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp genummerd 1, te weten een scooter, verbeurdverklaren, zijnde dit voorwerp voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met behulp van dit aan verdachte toebehorende voorwerp het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan of voorbereid;

De rechtbank zal de teruggave aan [mevrouw A] gelasten van de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 6 tot en met 18, te weten mascara, vier lipsticks, een oogpotlood, twee edelstenen, een verzekeringskaart, een sieraad, buitenlands geld, een paspoort en een schoudertas.

De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 2 tot en met 5 en 19 tot en met 21, te weten vijf onderdelen van de scooter, een grijze fleecejas en een blauw-witte baseball-jas.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26, 55 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 en onder 2 tenlastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

(feit 1)

diefstal, voorafgaand en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit werd gepleegd door twee of meer verenigde personen;

(feit 2)

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 22, eerste lid van de Wet wapens en munitie;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 9 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 20 maart 2007,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 23 maart 2007,

bepaalt dat de benadeelde partij, Dixons B.V., niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding, en dat deze de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

verklaart verbeurd het blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerp, genummerd 1, te weten een scooter;

gelast de teruggave aan [mevrouw A] van de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 6 tot en met 18, te weten mascara, vier lipsticks, een oogpotlood, twee edelstenen, een verzekeringskaart, een sieraad, buitenlands geld, een paspoort en een schoudertas;

gelast de teruggave aan de verdachte van de blijkens de aan dit vonnis gehechte beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 2 tot en met 5 en 19 tot en met 21, te weten vijf onderdelen van de scooter, een grijze fleecejas en een blauw-witte baseball-jas;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastgelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Poustochikine, voorzitter,

Van Nooijen en Honée, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Doornik, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 juli 2007.

Mr. Van Nooijen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.