Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6903

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-05-2007
Datum publicatie
15-06-2007
Zaaknummer
FA RK 06-6293 275309
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Echtscheiding uitgesproken. Het huwelijksvermogensregime wordt beheerst door het Turkse recht. Er is geen sprake van een huwelijksgoederengemeenschap die voor verdeling vatbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Scheiding

rekestnummer: FA RK 06-6293

zaaknummer: 275309

datum beschikking: 30 mei 2007

BESCHIKKING op het op 23 oktober 2006 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende te [gemeente A],

procureur: mr. W.G.H. Janssen.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende te [gemeente B],

procureur: mr. --.

PROCEDURE

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

- het verzoekschrift,

- het exploot van betekening van dit verzoekschrift.

Op 20 april 2007 werden de bescheiden behorende bij het verzoekschrift gecompleteerd.

BEOORDELING

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.

Blijkens overgelegd bewijsstuk van de gemeente [B] heeft de man de Turkse nationaliteit en blijkens overgelegd bewijsstuk van de gemeente [A] heeft de vrouw de Nederlandse en Turkse nationaliteit.

De echtscheiding

Nu de echtgenoten beiden hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.

Nu de vrouw onweersproken een keuze voor het Nederlandse recht heeft gedaan, zal de rechtbank krachtens artikel 1, lid 4, van de Wet van 25 maart 1981, houdende regeling van het conflictenrecht inzake ontbinding van het huwelijk en scheiding van tafel en bed en de erkenning daarvan, Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.

De gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk is niet bestreden en staat dus in rechte vast, zodat het daarop steunende niet weersproken verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar is.

Het huurrecht

Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan de vrouw en wordt dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht door Nederlands recht beheerst.

Het verzochte kan als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen.

De verdeling

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het echtscheidingsverzoek, heeft hij tevens rechtsmacht met betrekking tot het verzoek tot verdeling van de gemeenschap.

Niet gebleken is dat de echtgenoten vóór het huwelijk het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht hebben aangewezen. Partijen hebben hun eerste gewone verblijfplaats in Nederland gevestigd. Krachtens artikel 4, tweede lid, onder 2 van het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 14 maart 1978, Trb. 1988, 130, wordt het huwelijksvermogensregime echter beheerst door het Turkse recht, als het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, nu Turkije geen partij is bij het verdrag, terwijl volgens het internationaal privaatrecht van deze staat zijn interne recht van toepassing is en de echtgenoten hun eerste gewone verblijfplaats na het huwelijk vestigden in Nederland, zijnde een staat die de in artikel 5 bedoelde verklaring heeft afgelegd.

Nu gesteld noch gebleken is dat partijen een van het wettelijk stelsel afwijkend huwelijksgoederenregime zijn overeengekomen geldt het Turkse wettelijke stelsel ook voor hen.

Anders dan voorheen is de rechtbank van oordeel dat het Turkse wettelijke huwelijksgoederenstelsel als volgt dient te worden gekenschetst.

Sinds 2002 is het Turkse wettelijke stelsel de zogenaamde deelgenootschap in vermogensopbouw. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verwervingen en het persoonlijk vermogen van ieder van de echtgenoten (art. 218 TBW). Het vermogen van iedere echtgenoot bestaat uit twee deelvermogens, de verwervingen en het persoonlijk vermogen, zodat in totaal vier vermogens te onderscheiden zijn. Bij echtscheiding vindt een financiële afrekening plaats voor wat betreft hetgeen tijdens het huwelijk is verworven. Tevens wordt nagegaan of eventueel een echtgenoot op de andere echtgenoot een vordering heeft vanwege investering in een goed van die ander welke heeft plaatsgevonden zonder enige of zonder passende vergoeding (de zgn. bijdragevordering).

Al deze vorderingen worden uiteindelijk tegenover elkaar gezet en in voorkomend geval verrekend. Het persoonlijk vermogen wordt hierbij in beginsel niet betrokken.

Verder geldt dat de echtgenoten met hun hele vermogen aansprakelijk zijn voor hun schulden (art. 224 TBW). Bij de beëindiging van het regime moet worden vastgesteld welke schulden er zijn, zowel onderlinge schulden als de schulden jegens derden. Vervolgens wordt een schuld toegerekend aan het deelvermogen waarop zij rust (art. 230 tweede volzin TBW). Is zulks niet mogelijk, dan wordt zij toegerekend aan de verwervingen.

Uit het voorgaande volgt dat tussen partijen geen sprake is van een huwelijksgoederengemeenschap die voor verdeling vatbaar is.

Nu het verzoek de verdeling te bevelen van de tussen partijen bestaande huwelijksgemeenschap een wettelijke grondslag ontbeert, dient dit verzoek te worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

spreekt uit de echtscheiding tussen: [de man], en [de vrouw], gehuwd op [datum] 2004 in de gemeente [B];

bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te [adres], en verklaart deze voorziening uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J. Alt-van Endt, bijgestaan door mr. T.A. Willems-Dijkstra als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2007.