Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6901

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-06-2007
Datum publicatie
12-06-2007
Zaaknummer
AWB 06/55584
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faxbericht / oproeprapport / art. 7:12 Awb / onderzoek naar ontvangst

Volgens jurisprudentie van de CRvB van 3 april 2003 (AB 2003, 216) is het indienen van een bezwaarschrift door middel van een faxbericht op zichzelf aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. De aan deze wijze van indiening verbonden risico's dienen voor rekening van de verzender te komen. Dat brengt met zich dat, mocht ontvangst aan de andere zijde ondanks zorgvuldig onderzoek niet bevestigd kunnen worden, het op de weg van verzender ligt de verzending aannemelijk te maken. De ABRS heeft bij uitspraak van 9 maart 2006 (200505408/6, andere problematiek) een redelijk vergelijkbaar standpunt inzake bezwaarschriften per fax. In dit geding wordt de ontvangst van het faxbericht, bestaande uit drie pagina’s, van 15 mei 2006 om 16:23 uur door verweerder betwist. Van enig onderzoek door verweerder naar de mogelijke ontvangst van het faxbericht is de rechtbank niet gebleken. Nu dit gelet op bovenstaande jurisprudentie een voorwaarde is voordat toegekomen kan worden aan de beoordeling of eiseres de verzending alsnog aannemelijk heeft gemaakt, had verweerder hierop in het verweerschrift of ter zitting nader moeten ingaan. Het resultaat “OK” op het oproeprapport is immers een indicatie dat het stuk door de geadresseerde, in casu verweerder, is ontvangen. Het ontbreken van enig blijk van onderzoek naar de ontvangst van het faxbericht brengt met zich dat het besluit vanwege een ondeugdelijke motivering vernietigd zal worden. Gezien het vorenstaande zal het besluit derhalve in zoverre worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, aangezien het bestreden besluit niet voldoet aan het vereiste van een deugdelijke motivering. Het beroep zal dienaangaande gegrond worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 06/55584

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2007

inzake

[eiseres],

geboren op [geboortedatum] 1980,

van Surinaamse nationaliteit,

eiseres,

gemachtigde mr. M.R.F. Berte,

tegen

de Staatssecretaris van Justitie,

te ‘s-Gravenhage,

verweerder,

gemachtigde mr. drs. M.F. van der Lubbe.

Procesverloop

In deze uitspraak wordt waar nodig onder verweerder tevens verstaan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie dan wel de Minister van Justitie.

Bij besluit van 14 maart 2006 is eiseres ongewenst verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres op 2 mei 2006 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 17 oktober 2006 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres op 13 november 2006 beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van 20 april 2007, waar eiseres niet is verschenen, doch is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. Aan de orde is de vraag of het besluit van 17 oktober 2006 in rechte stand kan houden. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres gericht tegen de ongewenstverklaring ongegrond verklaard.

2. Verweerder stelt zich ter zitting en in het verweerschrift allereerst op het standpunt dat op 15 mei 2006 de gronden van bezwaar van 2 mei 2006 zijn ontvangen. Dit betreft 22 pagina’s (gedingstuk B13 in procesdossier), zoals blijkt uit de datumstempel en tijdsaanduiding (14:41 uur) onderaan de pagina’s. Verder wijst verweerder er op dat het in beroep overgelegde oproeprapport weliswaar de datum 15 mei 2006 vermeldt, maar dat als tijdstip van 16.23 uur en als aantal pagina’s 3 staat vermeld. Verweerder heeft ter zitting en in het verweerschrift te kennen gegeven dat een dergelijk stuk verweerder niet in de bezwaarfase heeft bereikt. Derhalve heeft verweerder terecht op basis van het bij verweerder ingekomen bezwaar, dat zich als processtuk B13 in het dossier bevindt, beslist op bezwaar.

3. Eiseres stelt zich daarentegen op het standpunt dat verweerder met uitzondering van hetgeen staat op pagina 1 van het aanvullend bezwaarschrift niet is ingegaan op de gronden van het bezwaar. Reeds daarom is er volgens de gemachtigde van eiseres sprake van een volstrekt onzorgvuldige en ontoereikend gemotiveerd besluit dat vernietigd dient te worden. In beroep heeft de gemachtigde van eiseres bij brief van 5 april 2007 aangegeven dat het faxapparaat soms de neiging heeft om het kantoorpapier er in een keer door te halen, zodat alsdan van het inhoudelijke deel van het aanvullend bezwaarschrift alleen de eerste pagina gefaxt wordt. Echter, de gemachtigde van eiseres heeft een oproeprapport van een hp Laserjet 3015 van Berte, Maalste & Blom advocaten van 15 mei 2006 om 16:27 uur overgelegd, waarop staat aangegeven dat taak 437 op 15 mei 2006 om 16:23 uur is verstuurd naar 023-8889064, zijnde 3 pagina’s met het resultaat OK. Dit ter onderbouwing van het standpunt van eiseres dat de 3 pagina’s met gronden van bezwaar op 15 mei 2006 nogmaals zijn gefaxt naar verweerder. Ook betreft het hetzelfde faxnummer als vermeld op de gronden van bezwaar van 2 mei 2006.

4. De rechtbank overweegt als volgt.

5. Volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB van 3 april 2003, AB 2003, 216) is het indienen van een bezwaarschrift door middel van een faxbericht op zichzelf aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. De aan deze wijze van indiening verbonden risico's dienen voor rekening van de verzender te komen. Dat brengt met zich dat, mocht ontvangst aan de andere zijde ondanks zorgvuldig onderzoek niet bevestigd kunnen worden, het op de weg van verzender ligt de verzending aannemelijk te maken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft (ABRS van 9 maart 2006, 200505408/6, andere problematiek) een redelijk vergelijkbaar standpunt inzake bezwaarschriften per fax.

6. In dit geding wordt de ontvangst van het faxbericht, bestaande uit drie pagina’s, van 15 mei 2006 om 16:23 uur door verweerder betwist. Van enig onderzoek door verweerder naar de mogelijke ontvangst van het faxbericht is de rechtbank niets gebleken. Nu dit gelet op bovenstaande jurisprudentie een voorwaarde is voordat toegekomen kan worden aan de beoordeling of eiseres de verzending alsnog aannemelijk heeft gemaakt, had verweerder hierop in het verweerschrift of ter zitting nader moeten ingaan. Het resultaat “OK” op het oproeprapport is immers een indicatie dat het stuk door de geadresseerde, in casu verweerder, is ontvangen. Het ontbreken van enig blijk van onderzoek naar de ontvangst van het faxbericht brengt met zich dat het besluit vanwege een ondeugdelijke motivering vernietigd zal worden.

7. Gezien het vorenstaande zal het besluit derhalve in zoverre worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, aangezien het bestreden besluit niet voldoet aan het vereiste van een deugdelijke motivering. Het beroep zal dienaangaande gegrond worden verklaard.

8. Hetgeen overigens is aangevoerd behoeft dan ook geen bespreking meer.

9. Verweerder zal worden opgedragen met inachtneming van hetgeen de rechtbank heeft overwogen in deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen.

10. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, acht de rechtbank voorts termen aanwezig verweerder onder toepassing van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 644,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

11. Aangezien ten behoeve van eiseres geen toevoeging is verleend krachtens de Wet op de rechtsbijstand, dient ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb de betaling van dit bedrag te geschieden aan eiseres.

12. Tevens zal de rechtbank bepalen dat verweerder het door eiseres gestorte griffierecht ten bedrage van € 141,00 dient te vergoeden.

13. Mitsdien wordt beslist als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten vastgesteld op € 644,00, te vergoeden door de Staat der Nederlanden en te voldoen aan eiseres;

- gelast de Staat der Nederlanden eiseres het door haar gestorte griffierecht, ten bedrage van € 141,00, te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. H. Benek als rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. B.J. Groothedde als griffier op 4 juni 2007.