Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6146

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-05-2007
Datum publicatie
31-05-2007
Zaaknummer
KG/RK 07/623
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzoekster heeft verlof gevraagd tot het doen leggen van conservatoir beslag tot afgifte van diverse roerende goederen. Hoewel het er voorshands voor wordt gehouden dat de roerende zaken aangemerkt moeten worden als goederen bestemd voor de openbare dienst, brengt dit in dit geval niet mee dat daarop geen beslag mag worden gelegd. De voorzieningenrechter verleent verlof om beslag tot afgifte te doen leggen op de roerende zaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

jwo

Rekestnummer KG/RK 07/623

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

sector civiel recht - voorzieningenrechter

Beslissing op het verzoekschrift van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rodi Media Zuid Holland Radio Advertising B.V.,

gevestigd te Delft,

verzoekster,

procureur mr. J. de Vormer,

tegen:

de stichting

Stichting Omroep Delft,

gevestigd te Delft,

verweerster,

procureur mr. T. van der Heijden.

Partijen worden hierna ook 'Rodi' en 'de Stichting' genoemd.

1. Het verloop van het geding

1.1. Bij verzoekschrift van 25 april 2007 heeft Rodi, kort gezegd, verlof gevraagd tot het doen leggen van conservatoir beslag tot afgifte op diverse in productie 3 bij dat verzoekschrift nader genoemde roerende zaken (onder meer geluidsapparatuur), alsmede een bevel tot afgifte van die zaken aan een gerechtelijke bewaarder.

1.2. Het verzoekschrift is behandeld op de zitting van 24 mei 2007. Op die zitting hebben partijen hun standpunten doen toelichten. De datum voor de beschikking is bepaald op heden.

2. De beoordeling

2.1. Tussen partijen is allereerst in geschil of de onderhavige roerende zaken (hierna ook 'de roerende zaken') eigendom van Rodi zijn.

2.2. Wie van partijen op dit punt gelijk heeft, kan niet met zekerheid worden vastgesteld binnen het beperkte kader van deze verzoekschriftprocedure. Nu de Stichting echter niet heeft betwist dat de roerende zaken zijn gekocht en betaald door Rodi - zij het volgens de Stichting echter met gelden die toebehoren aan de Stichting -, valt het voorshands zeker niet uit te sluiten dat de roerende zaken eigendom van Rodi zijn en bestaat er in ieder geval in zover voldoende reden om het verzochte verlof te rechtvaardigen.

2.3. Ten tweede is tussen partijen in geschil of de roerende zaken zijn aan te merken als goederen bestemd voor de openbare dienst als bedoeld in artikel 703 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), hetgeen volgens de Stichting meebrengt dat op de roerende zaken geen conservatoir beslag mag worden gelegd.

2.4. Gelet op (met name) het bepaalde in de artikelen 13c en 30 van de Mediawet wordt het er voorshands voor gehouden dat de Stichting een publieke taak vervult en dat zij daarbij de roerende zaken gebruikt, alsmede dat die roerende zaken daarom moeten worden aangemerkt als goederen bestemd voor de openbare dienst. Naar voorlopig oordeel brengt dit in dit geval echter niet mee dat daarop geen beslag mag worden gelegd. Hierbij is van belang dat Rodi stelt dat zij eigenaar van de roerende zaken is en dat zij op de roerende zaken een beslag tot afgifte wenst te leggen. In de door Rodi aanhangig te maken bodemprocedure zal beoordeeld moeten worden of Rodi eigenaar van de roerende zaken is. Indien geoordeeld zal worden dat Rodi inderdaad eigenaar is, zal de Stichting (naar alle waarschijnlijkheid) veroordeeld worden tot afgifte van de roerende zaken, daargelaten of deze (zoals thans voorlopig is geoordeeld) bestemd zijn voor de openbare dienst. Naar voorlopig oordeel valt daarom, ondanks het bepaalde in artikel 703 Rv, in redelijkheid niet in te zien waarom Rodi thans niet het door haar verzochte conservatoir beslag tot afgifte kan doen leggen.

2.5. Ten derde is tussen partijen in geschil of er een bevel tot gerechtelijke bewaring dient te worden gegeven.

2.6. Voor het geven van een dergelijk bevel bestaat voorshands onvoldoende aanleiding. Dat de Stichting de roerende zaken in weerwil van een conservatoir beslag zou vervreemden of bezwaren of dat zij de roerende zaken onzorgvuldig zou bewaren of gebruiken is niet aannemelijk geworden. Wel is het voorshands voldoende aannemelijk dat de Stichting, zoals zij stelt, een groot belang heeft bij het (voorlopig) voortzetten van het gebruik van de roerende zaken, waarbij ook nog meeweegt dat deze naar voorlopig oordeel bestemd zijn voor de openbare dienst.

2.7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzochte verlof tot het doen leggen van conservatoir beslag tot afgifte zal worden toegewezen op de wijze als hierna vermeld, met bepaling van de hierna te noemen termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak, waarbij nog opgemerkt zij dat, anders dan de Stichting kennelijk meent, voor het verkrijgen van een verlof als dit geen vrees voor verduistering behoeft te worden gesteld. Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen, waaronder het verzochte bevel tot gerechtelijke bewaring en het verzoek tot tenuitvoerlegging "op alle dagen".

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

verleent verlof aan Rodi om beslag tot afgifte te doen leggen op de in productie 3 bij haar verzoekschrift van 25 april 2007 nader genoemde roerende zaken;

bepaalt dat de eis in de hoofdzaak moet worden ingesteld binnen dertig dagen na het leggen van het beslag;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven op 30 mei 2007 door mr. R.J. Paris.