Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3484

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-04-2007
Datum publicatie
20-04-2007
Zaaknummer
09/754095-06 - Beslissing ex artikel 36e Sr
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (€ 95.260,=). Mensenhandel. De rechtbank is van oordeel dat de in het voordeelsrapport gehanteerde rekenmethodes een onvoldoende betrouwbaar beeld van het wederrechtelijk verkregen vermogen opleveren om aan de hand daarvan te komen tot de verantwoorde ontneming daarvan. Gelet hierop dient een geheel nieuwe berekening dient te worden gemaakt. De rechtbank wijst de vordering af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(BESLISSING EX ARTIKEL 36e SR)

parketnummer 09/754095-06

's-Gravenhage, 20 april 2007

Beslissing van de rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] [land] op [geboortedatum],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Hollands Midden", Huis van Bewaring "De Geniepoort" te Alphen aan den Rijn.

De vordering.

De vordering strekt er toe dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van het

Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 95.260,=.

Het onderzoek ter zitting.

Ter terechtzitting van 6 april 2007 heeft de officier van justitie bij de vordering gepersisteerd.

De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr. M.J.A.E. Rijssenbeek, advocaat te 's-Gravenhage, is verschenen en op de vordering gehoord.

Beoordeling van de vordering.

De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 20 april 2007, voor zover van belang, veroordeeld terzake van de strafbare feiten:

MEDEPLEGEN VAN MENSENHANDEL, MEERMALEN GEPLEEGD.

In deze zaak is een strafrechtelijk financieel onderzoek ingesteld. Dit heeft geresulteerd in het rapport van politie Haaglanden, met bijlagen, d.d. 8 november 2006. De conclusie van dit rapport is, dat het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel € 95.260,= bedraagt.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat de in het voordeelsrapport gehanteerde rekenmethodes, met name de wijze van middeling, en de bij de berekening gehanteerde aannames, die niet nader zijn onderbouwd, als ook de door de rechtbank bewezen verklaarde periodes, die aanmerkelijk afwijken van de telastegelegde periodes, in onderlinge samenhang bezien en gehanteerd een onvoldoende betrouwbaar beeld van het wederrechtelijk verkregen vermogen opleveren om aan de hand daarvan te komen tot de verantwoorde ontneming daarvan. Gelet hierop dient een geheel nieuwe berekening dient te worden gemaakt en zal de rechtbank de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen.

Beslissing.

De rechtbank,

wijst af de vordering van het openbaar ministerie ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Deze beslissing is genomen door

mrs. De Graaff, voorzitter,

Honée en Lely, rechters,

in tegenwoordigheid van Ligthart, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 april 2007.

Mr. Lely is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.