Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9973

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-02-2007
Datum publicatie
06-03-2007
Zaaknummer
P 07-0911339
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

BOPZ-zaak, termijnoverschrijding na indiening verzoek Officier van Justitie; gelet op de aard van de procedure en alle omstandigheden in aanmerking genomen verklaart de rechtbank de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector Familie- en Jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Niet-ontvankelijk verklaring van een verzoek strekkende tot machtiging tot voortzetting inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis

kenmerk: P 07-0911339

De Rechtbank ’s-Gravenhage,

gezien het op 14 februari 2007 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement ’s-Gravenhage d.d. 14 februari 2007, tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis van:

[A.]., gehuwd (geweest) met [B.],

geboren op [... 1920],

wonende te [adres], doch verblijvende in het psychiatrisch ziekenhuis [locatie];

gezien de bij het verzoek overgelegde stukken, waaronder afschriften van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leidschendam-Voorburg waarbij op 13 februari 2007 de inbewaringstelling van de betrokkene is gelast, en van de geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;

gehoord op 21 februari 2007 de betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. E. Huineman-Lindt, alsmede de arts M. Bisschop en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige D. Gill;

overwegende dat uit de inhoud van overgelegde stukken en verklaringen van de gehoorde personen is gebleken dat het verzoek van de officier van justitie op 14 februari 2007 bij de rechtbank is ingekomen, zodat de rechtbank conform artikel 29, derde lid van genoemde wet uiterlijk op 19 februari 2007 hierop had moeten beschikken, doch dat dit evenwel niet is gebeurd. Hoewel de onderhavige zaak oorspronkelijk op 16 februari 2007 inhoudelijk behandeld had moeten worden, is dit niet gebeurd. Voorts is niet gebleken dat de zaak op enigerlei wijze tot op heden is aangehouden; dat ook geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de voornoemde termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen;

overwegende dat de rechtbank de voornoemde termijnoverschrijding ernstig acht; dat immers de aard van de onderhavige procedure vrijheidsbeneming betreft en dat ingevolge artikel 5, eerste lid, sub e van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dan ook geen vrijheidsbeneming is toegestaan zonder voorgeschreven en te volgen wettelijke procedure; dat een dergelijke termijnoverschrijding in casu ook te voorkomen was geweest;

overwegende dat de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, dan ook van oordeel is dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar verzoek;

overwegende dat, gelet op het voorgaande, thans geen inhoudelijke beoordeling van het verzoek kan plaatsvinden en dat voor zover thans nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden waaronder een inbewaringstelling kan plaatsvinden, deze opnieuw gelast kan worden overeenkomstig de bepalingen in nagenoemde Wet;

gelet op de artikelen 20, 27 en 29 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen;

VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.D. Veenendaal, in het bijzijn van W. van den Aardweg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2007.